3 maart 2021

Als kinderen ouder worden, gaan ze het lezen van boeken minder leuk vinden (Monitor de Bibliotheek op school basisonderwijs, 2020; Monitor de Bibliotheek op school voortgezet onderwijs, 2020). 7-jarigen scoren ruim bovengemiddeld op een zevenpuntsschaal met items als ‘lezen niet kunnen missen’, ‘er lekker bij kunnen fantaseren’, ‘alles om me heen vergeten’ en ‘er veel van leren’. Zij hebben een positieve leesattitude, die op 15-jarige leeftijd is veranderd naar neutraal. Het leesplezier loopt met vrijwel elk levensjaar significant en dus ‘betekenisvol’ terug (Huysmans, 2013). De groep kinderen die het lezen van boeken bewust mijdt – een ‘amotivatie‘ ontwikkelt – groeit juist in deze leeftijdsfase (Van Tuijl & Gijsel, 2015).

Het is niet duidelijk op welke leeftijd de teruggang precies begint. Huysmans (2013) rapporteert dat het leesplezier afneemt op het moment dat kinderen leren lezen (vanaf het 7e en 8e jaar, ofwel in groep 3 en 4). Hetzelfde komt naar voren uit de gegevens van de Monitor de Bibliotheek op school (2017). Blijkens ander onderzoek stijgt het leesplezier tussen groep 4 en 5 of zelfs nog tussen groep 5 en 6, om in de erop volgende leerjaren geleidelijk af nemen (Nielen & Bus, 2013).

Waarover meer consensus bestaat, is dat de daling zich na de basisschool voortzet. Kinderen gaan in de overgang naar de onderbouw van de middelbare school minder plezier beleven aan het lezen (DUO Onderwijsonderzoek, 2017; Huysmans, 2013). In de eerste vier leerjaren van het vmbo loopt het leesplezier ook verder terug (Monitor de Bibliotheek op school voortgezet onderwijs, 2020).

Een mogelijke oorzaak van het afnemende leesplezier is de zogeheten fourth grade slump. In het Nederlands: de ‘groep 6-crisis’. Gedurende de basisschool verschuift de focus hoe langer hoe meer van het ‘leren om te lezen’ naar het ‘lezen om te leren’. De teksten die kinderen voorgeschoteld krijgen worden complexer en abstracter, waardoor de kans stijgt dat ze negatieve leeservaringen opdoen (Chall & Jacobs, 2003). Het zijn dan ook met name de minder vaardige lezers die in deze periode minder plezier in lezen krijgen (Nielen & Bus, 2016).

Een tweede mogelijke oorzaak is de verschuiving van het vrijwillige naar het verplichte lezen. Als kinderen ouder worden, moeten ze steeds vaker een boek lezen voor school, een presentatie geven over een boek of een boekverslag schrijven. Ze mogen juist minder vaak een zelf uitgezocht boek lezen op school (Huysmans, 2013).

Het vrij lezen zou hier verandering in kunnen brengen: kinderen mogen dan op school lezen in een boek naar keuze. Het vrij lezen is aan een opmars bezig. Het aantal 10-jarige kinderen dat een zelfgekozen boek mag lezen op school, stijgt dan ook. 76% geeft aan dit in 2016 (bijna) elke dag te doen, terwijl het in 2001 nog ging om 56% (Expertisecentrum Nederlands, 2017).

De daling van het leesplezier lijkt te stoppen in de overgang naar volwassenheid. Onder jongeren en jongvolwassenen wordt de leesattitude positiever vanaf het twintigste levensjaar (Stalpers, 2020).