12 november 2021

Motivatie verwijst naar het geheel van overtuigingen die het handelen van mensen bepalen. Motivatie kan zowel intrinsiek als extrinsiek van aard zijn. Er is sprake van intrinsieke motivatie wanneer men iets doet omdat men dit zelf wil, omdat het uitvoeren van een activiteit plezierig of interessant is. De activiteit is in dit geval een doel op zich. Er is sprake van extrinsieke motivatie wanneer men iets doet om een extern doel te behalen, zoals toekomstig succes of sociale erkenning. De motivatie voor de activiteit ligt dan buiten de activiteit zelf (Ryan & Deci, 2000).

Voor het lezen bestaat er een verband tussen de leesmotivatie aan de ene en het leesgedrag en de leesvaardigheid aan de andere kant. Hoe sterker kinderen intrinsiek gemotiveerd zijn om te lezen, hoe vaker zij lezen en hoe leesvaardiger zij zijn. De mate waarin kinderen extrinsiek gemotiveerd zijn, hangt juist niet of negatief samen met het leesgedrag en de leesvaardigheid (Retelsdorf et al., 2011; Schaffner et al., 2013; Unrau & Schlackman, 2006).

Niet iedere vorm van extrinsieke motivatie is negatief. Motivatie bevindt zich in een continuüm van amotivatie, extrinsieke motivatie en intrinsieke motivatie. Hoe sterker iemand zich een bepaalde drijfveer eigen heeft gemaakt, hoe hoger de kwaliteit van de motivatie. Zo bestaat er een verschil tussen een kind dat leest omdat het bang is om straf te krijgen van de leerkracht, en een kind dat leest omdat het ervan overtuigd is dat lezen goed is voor zijn schoolcarrière. In beide gevallen is er sprake van extrinsieke motivatie, maar in het eerste geval voelt het kind externe druk om te lezen (er is dan sprake van gecontroleerde motivatie), en in het tweede geval spoort het kind zichzelf aan om te lezen (er is dan sprake van autonome motivatie). Hoe sterker motivatie autonoom en zelfgestuurd is, hoe hoger de kwaliteit ervan is (Ryan & Deci, 2000).

Hoe (autonoom) gemotiveerd een kind is om te lezen, is afhankelijk van de mate waarin de uitgevoerde activiteit voorziet in een drietal psychologische basisbehoeften (Ryan & Deci, 2000):

  1. de behoefte aan autonomie: voelt een kind zich vrij om zelf leeskeuzes te maken?
  2. de behoefte aan competentie: beschouwt een kind zichzelf als leesvaardig?
  3. de behoefte aan verbondenheid: voelt een kind zich gewaardeerd en gesteund bij het lezen?