13 november 2021

Leesmotivatie en leesvaardigheid gaan hand in hand

Wie lezen als leuk ervaart, is over het algemeen leesvaardiger. Een meta-analyse van 32 studies toont aan dat er een positief verband bestaat tussen de houding van kinderen ten opzichte van lezen en de leesprestaties (Petscher, 2010).

Basisscholieren die lezen leuk vinden zijn, met 560 punten in het internationale PIRLS-onderzoek, zeer vaardige lezers, terwijl kinderen die lezen enigszins leuk vinden met 550 punten nagenoeg op het Nederlandse gemiddelde zitten. Leerlingen die lezen niet leuk vinden scoren hier met 527 punten ver onder (Expertisecentrum Nederlands, 2017). Binnenlands onderzoek onder basisscholieren vindt vergelijkbare verschillen (Cito, 2014).

Ook bij middelbare scholieren is de relatie tussen de leesmotivatie en de leesvaardigheid positief. Leesplezier houdt blijkens het internationale PISA-onderzoek positief verband met de drie processen binnen leesbegrip: informatie opzoeken, begrijpen, en evalueren en reflecteren (Dood, Gubbels & Segers, 2020). Een positieve houding tegenover het lezen verklaart in Nederland 17% van de verschillen in leesvaardigheid, tegenover 18% internationaal (Gille et al., 2010).

Het is in het bijzonder de autonome of intrinsieke leesmotivatie die positief samenhangt met de leesvaardigheid. Deze heeft betrekking op het lezen uit eigen beweging, bijvoorbeeld omdat het plezier geeft of de nieuwsgierigheid bevredigt. Het verband tussen gecontroleerde of extrinsieke leesmotivatie en de leesvaardigheid is negatief. Kinderen die vooral lezen omdat andere mensen dit graag van hen willen, bijvoorbeeld ouders of onderwijzers, presteren zwakker op lezen (De Naeghel et al., 2019).

Vergroot de leesmotivatie de leesvaardigheid of andersom?

De resultaten van bovenstaande onderzoeken geven geen inzicht in de aard van het verband. Zorgt een sterke leesmotivatie ervoor dat kinderen leesvaardiger worden? Of gaat de leesvaardigheid aan de leesmotivatie vooraf, en vinden meer vaardige lezers het leuker om te lezen? Het antwoord is: allebei. Leesmotivatie zorgt voor meer leesvaardigheid en andersom. De wederkerige relatie gaat op voor de meeste leeftijdsfasen en lezers (Houtveen et al., 2019). 

In sommige studies met beginnende of weinig vaardige lezers, wordt er geen wederkerige relatie gevonden. Een sterkere leesvaardigheid leidt in deze studies tot een sterkere leesmotivatie, maar niet andersom (Schaffner et al., 2016; Soemer & Schiefele, 2018; Miyamoto et al., 2018). Bij weinig vaardige lezers zou dit kunnen komen doordat, naast de frequentie waarmee kinderen lezen, ook de moeilijkheidsgraad van wat zij lezen ertoe doet (Houtveen et al., 2019). Als kinderen gemotiveerd zijn om frequent te lezen, maar erg eenvoudige teksten lezen, gaat de leesvaardigheid niet vooruit.