Citeren? Stichting Lezen - Leesmonitor(2022). Leesvaardigheid stimuleert lezen in de vrije tijd – en vice versa. https://www.lezen.nl/onderzoek/lezen-in-vrije-tijd-stimuleert-leesvaardigheid-en-vice-versa/.
23 maart 2021

Het leesgedrag en de leesvaardigheid hangen positief met elkaar samen. Naarmate kinderen ouder worden, wordt dit verband sterker. Dit blijkt uit een meta-analyse van 99 internationale studies. Deze resultaten suggereren een positieve spiraal, waarin het leesgedrag en de leesvaardigheid elkaar over en weer versterken. Mensen die vaak fictieboeken lezen, zien hun leesvaardigheid stijgen. Als gevolg daarvan worden ze zelfverzekerder over hun leescompetentie, waardoor ze weer vaker gaan lezen in hun vrije tijd. Zo nemen hun tekstbegrip en woordenschat weer toe, waarna het leesgedrag weer groeit (Mol, 2010).

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Leesspiraal-1024x1024.jpg

Boeken lezen verklaart 12% van de woordenschat van peuters en kleuters, 13% van basisscholieren in de middenbouw, 19% van basisscholieren in de bovenbouw en middelbare scholieren in de onderbouw, 30% van middelbare scholieren in de hogere klassen en 34% van studenten op hogeschool en universiteit. Ook de percentages voor leesbegrip lopen op, zij het in minder sterke mate. De percentages voor technische vaardigheden (spelling, technisch lezen), basisleesvaardigheid en intelligentie blijven met het ouder worden ongeveer gelijk. Het sterker wordende verband gaat dus vooral op voor de woordenschat en het tekstbegrip (Mol, 2010).

De positieve spiraal illustreert dat het leesgedrag en de leesvaardigheid elkaar over en weer beïnvloeden. Hierbinnen rijst de vraag welk effect sterker is: van het leesgedrag op de leesvaardigheid, of van de leesvaardigheid op het leesgedrag? Het blijkt dat de leesvaardigheid vooral het leesgedrag beïnvloedt bij beginnende lezers in groep 3, 4 en 5, en dat vervolgens, tot ten minste 15-jarige leeftijd, het leesgedrag tevens de leesvaardigheid beïnvloedt. Dit suggereert dat het leesgedrag de leesvaardigheid begint te stimuleren op het moment dat kinderen een basisniveau van leesvaardigheid beheersen (Van Bergen, Vasalampi & Torppa, 2020).

De bovenstaande resultaten uit longitudinaal onderzoek geven aanwijzingen voor een wederkerig verband tussen het leesgedrag en de leesvaardigheid. Hiermee sluiten ze aan op de positieve spiraal. Op basis van onderzoek onder tweelingkinderen is het evenwel waarschijnlijk dat er een causaal verband bestaat in een richting. De leesvaardigheid beïnvloedt blijkens deze studies het leesgedrag en het leesplezier, en niet andersom. Dit suggereert dat kinderen die vaardig zijn in lezen, vaker gaan lezen en lezen leuker gaan vinden, terwijl het omgekeerde niet opgaat (Van Bergen et al., 2021; Erbeli, Van Bergen & Hart, 2019; Van Bergen et al., 2018).