Citeren? Stichting Lezen - Leesmonitor(2024). Leesvaardigheid stimuleert lezen in de vrije tijd – en vice versa. https://www.lezen.nl/onderzoek/lezen-in-vrije-tijd-stimuleert-leesvaardigheid-en-vice-versa/.
21 december 2022

Het leesgedrag en de leesvaardigheid hangen positief met elkaar samen. Naarmate kinderen ouder worden, wordt dit verband sterker. Dit blijkt uit een meta-analyse van 99 internationale studies. Deze resultaten suggereren een positieve spiraal, waarin het leesgedrag en de leesvaardigheid elkaar over en weer versterken. Mensen die vaak boeken lezen, wat in deze studies vooral fictieboeken zijn, zien hun leesvaardigheid stijgen. Als gevolg daarvan worden ze zelfverzekerder over hun leescompetentie, waardoor ze weer vaker gaan lezen in hun vrije tijd. Zo nemen hun tekstbegrip en woordenschat weer toe, waarna het leesgedrag weer intensiveert (Mol, 2010).

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Leesspiraal-1024x1024.jpg

Boeken lezen verklaart blijkens de meta-analyse 12% van de woordenschat van peuters en kleuters, 13% van basisscholieren in de middenbouw, 19% van basisscholieren in de bovenbouw en middelbare scholieren in de onderbouw, 30% van middelbare scholieren in de hogere klassen en 34% van studenten op hogeschool en universiteit. Ook de percentages voor leesbegrip lopen op gedurende de levensloop, zij het in minder sterke mate. De percentages voor technische vaardigheden (spelling, technisch lezen), basisleesvaardigheid en intelligentie blijven met het ouder worden ongeveer gelijk. Het sterker wordende verband gaat dus vooral op voor de woordenschat en het leesbegrip (Mol, 2010).

De ervaring met (voor)lezen hangt anno 2022 nog steeds positief samen met de taal- en leesvaardigheid. Dit blijkt uit een update van de meta-analyse met 44 studies die tussen 2009 en 2022 zijn verschenen. Bij peuters en kleuters blijkt het verband met woordenschat (r=0,31) het sterkst, gevolgd door ontluikende geletterdheid (r=0,16) en fonemisch bewustzijn (r=0,18). Bij basis- en middelbare scholieren blijkt het verband met leesbegrip (r=0,41) het sterkst, gevolgd door woordherkenning (r=0,39), woordenschat (r=0,34) en basisvaardigheden (r=0,24). De ervaring met lezen blijkt bovendien positief samen te hangen met het leesplezier (r=0,21) (De Mol, 2022).

De effecten in de tweede meta-analyse zijn nagenoeg even sterk als in de eerste meta-analyse. Ze zijn, met 0,30 of hoger, sterk voor leesbegrip, woordherkenning en woordenschat. Ze zijn, met tussen de 0,20 en 0,30, gemiddeld voor basisvaardigheden en leesplezier en, met 0,20 of lager, klein voor ontluikende geletterdheid en fonemisch bewustzijn (De Mol, 2022).

De positieve spiraal illustreert dat het leesgedrag en de leesvaardigheid elkaar over en weer beïnvloeden. Hierbinnen rijst de vraag welk effect sterker is: van het leesgedrag op de leesvaardigheid, of van de leesvaardigheid op het leesgedrag? Het blijkt dat de leesvaardigheid vooral het leesgedrag beïnvloedt bij beginnende lezers in groep 3, 4 en 5, en dat vervolgens, tot ten minste 15-jarige leeftijd, het leesgedrag tevens de leesvaardigheid beïnvloedt. Dit suggereert dat het leesgedrag de leesvaardigheid begint te stimuleren op het moment dat kinderen een basisniveau van leesvaardigheid beheersen (Van Bergen, Vasalampi & Torppa, 2020).

De bovenstaande resultaten geven aanwijzingen voor een wederkerig verband tussen het leesgedrag en de leesvaardigheid. Hiermee sluiten ze aan op de positieve spiraal. Op basis van onderzoek onder tweelingkinderen is het evenwel waarschijnlijk dat er een causaal verband bestaat in een richting. De leesvaardigheid beïnvloedt blijkens deze studies het leesgedrag en het leesplezier, en niet andersom. Dit suggereert dat kinderen die vaardig zijn in lezen, vaker gaan lezen en lezen leuker gaan vinden, terwijl het omgekeerde niet opgaat (Van Bergen et al., 2022; Erbeli, Van Bergen & Hart, 2019; Van Bergen et al., 2018).