10 februari 2021

Er bestaat een positieve spiraal tussen het leesgedrag en de leesvaardigheid. Mensen die vaak fictieboeken lezen, zien hun leesvaardigheid stijgen. Als gevolg daarvan worden ze zelfverzekerder over hun leescompetentie, waardoor ze weer vaker gaan lezen in hun vrije tijd. Zo nemen hun tekstbegrip en woordenschat weer toe, waarna het leesgedrag weer groeit. Het leesgedrag en de leesvaardigheid versterken elkaar zodoende over en weer (Mol, 2010).

Positieve spiraal

Een meta-analyse van 99 internationale studies levert bewijs voor de positieve spiraal. Het effect van lezen in de vrije tijd neemt met elk leer- en levensjaar toe. Zo verklaart boeken lezen 12% van de woordenschat van peuters en kleuters, 13% van basisscholieren in de middenbouw, 19% van basisscholieren in de bovenbouw en middelbare scholieren in de onderbouw, 30% van middelbare scholieren in de hogere klassen en 34% van studenten op hogeschool en universiteit. Ook de percentages voor leesbegrip lopen op, zij het in minder sterke mate. De percentages voor technische vaardigheden (spelling, technisch lezen), basisleesvaardigheid en intelligentie blijven met het ouder worden ongeveer gelijk. De positieve spiraal geldt dus vooral voor de woordenschat en het tekstbegrip (Mol, 2010) .

Effectgroottes voor vrij lezen per onderdeel van leesvaardigheid

Bij zwakke en/of aarzelende lezers kan de spiraal ook negatief uitpakken. Mensen die weinig lezen, hebben minder kans om hun leesvaardigheid te ontwikkelen. Daardoor lopen ze het risico op leesproblemen en zullen ze nóg minder gaan lezen. Mol (2010) . waarschuwt voor een Matteüs-effect: de kloof tussen fervente en aarzelende lezers en sterke en zwakke lezers wordt gedurende het leven steeds breder. Tegelijkertijd kunnen juist zwakke lezers profiteren van lezen in de vrije tijd. Zij nemen hiermee een voorsprong op zwakke lezers die geen boeken lezen. Bovendien gaan, dankzij het lezen in de vrije tijd, hun basisleesvaardigheden (kennis van het alfabet en fonologisch bewustzijn) sterker vooruit dan die van vaardige lezers (Mol, 2010) .

Lezen in de vrije tijd hangt niet alleen positief samen met de leesvaardigheid, maar ook met betere schoolprestaties. Groep 8-leerlingen die regelmatig een boek lezen, behalen hogere scores op het Cito-toetsonderdeel taal. Hiernaast boeken ze ook betere Cito-resultaten op wiskunde, studievaardigheden en wereldoriëntatie. Het positieve effect van lezen in de vrije tijd is het grootst bij boeken met een hoog niveau (gemeten als de leeftijdsindicatie op boeken). Het gebruik van andere media, zoals internetten, televisie kijken en gamen, vertoont juist een negatief verband met de Cito-scores (Kortlever & Lemmens, 2012).

De positieve spiraal illustreert dat het leesgedrag en de leesvaardigheid elkaar over en weer versterken. Hierbinnen rijst de vraag welk effect sterker is: het effect van het leesgedrag op de leesvaardigheid, of van de leesvaardigheid op het leesgedrag? Het blijkt dat de leesvaardigheid vooral het leesgedrag beïnvloedt bij beginnende lezers in groep 3, 4 en 5, en dat vervolgens, tot ten minste 15-jarige leeftijd, het leesgedrag tevens de leesvaardigheid beïnvloedt. Dit suggereert dat het leesgedrag de leesvaardigheid begint te stimuleren op het moment dat kinderen een basisniveau van leesvaardigheid beheersen (Van Bergen, Vasalampi & Torppa, 2020).