10 februari 2021

Het vrij lezen op school vindt niet plaats tijdens de zomervakantie. Dit lijkt vooral nadelig voor kinderen uit lagere sociaal-economische milieus. Zij worden thuis doorgaans minder gestimuleerd om educatieve activiteiten te ondernemen en hebben ook minder toegang tot boeken. Hierdoor ontwikkelen ze gedurende de vakantie hun leesvaardigheid minder sterk, en groeit de leeskloof tussen hen en hun klasgenootjes (CPB, 2016; Kim & Quinn, 2013; Cooper et al., 1996).

Het stimuleren van zomerlezen kan achterstanden helpen voorkomen. Kinderen (in Amerika) die voor aanvang van de zomervakantie een pakketje boeken uitkiezen, lezen meer gedurende de vakantie. Dit heeft een positief effect op hun leesvaardigheidsscores na de zomer (Kim, 2004; Kim, 2006). Uit een meta-analyse van 41 studies komt een effect naar voren op de leesvaardigheid, dat uitgedrukt in cohens d (<20) ‘verwaarloosbaar’ is (Kim & Quinn, 2013).

Zomerlezen-programma’s zijn met name effectief voor minder vaardige lezers, kinderen die thuis weinig boeken hebben, kinderen uit armere gezinnen en meisjes (Kim, 2006; Allington et al., 2010; Kim & Quinn, 2013). Zowel basis- als middelbare scholieren hebben er profijt van (CPB, 2016).

Zomerlezen-programma’s gaan idealiter gepaard met leesondersteuning van de leerkracht (voorafgaand aan de vakantie) en van de ouders (gedurende de vakantie) (Kim & Quinn, 2013; Kim et al., 2017). Ouders die wekelijks sms-berichten ontvangen over zomerlezen, blijken hun kinderen meer te stimuleren hiertoe over te gaan (Kraft & Monti-Nussbaum, 2017). Als het lezen plaatsvindt op een zomerschool is de winst voor de leesvaardigheid groter (Borman & Dowling, 2006).

Doelgroep(en)