3 maart 2021

Activiteiten leesbevordering

Basisscholen ruimen steeds meer lestijd in voor activiteiten die in het teken staan van leesplezier. Het aantal leerlingen dat dagelijks ‘vrij leest’ op school is sinds 2001 bijna verdubbeld, van 45% naar 87% (Expertisecentrum Nederlands, 2017). Zij doen dit gemiddeld ongeveer anderhalf uur per week, oftewel ruim een kwartier per dag. Dit is het geval in de groepen 4 tot en met 8 (Monitor de Bibliotheek op school, 2013).

Het voorlezen in de klas nam tot 2011 eveneens toe, maar daalde in de daaropvolgende vijf jaar. 55% van de docenten las in 2016 dagelijks voor aan de groep, tegen 65% in 2011. 44% liet leerlingen in 2016 hardop voorlezen, tegen 60% in 2011 (Expertisecentrum Nederlands, 2017). Voorlezen gebeurt vooral in de onderbouw. Tot en met groep 3 maken vrijwel alle leerkrachten er een paar keer per week tijd voor vrij. In groep 7 en 8 is dit nog de helft (Monitor de Bibliotheek op school, 2013).

Een kleiner aantal leerkrachten schenkt aandacht aan andere leesbevorderende activiteiten. 63% van de docenten organiseert weleens een boekintroductie, 21% praat individueel met leerlingen over boeken en 40% doet dit in groepsverband, 65% vraagt leerlingen weleens om zelf een verhaal of gedicht te schrijven, 36% organiseert creatieve activiteiten rondom een boek, en 29% zet verhalende boeken in bij de zaakvakken (DUO Onderwijsonderzoek, 2019). Toetsen en opdrachten bij het lezen en voorlezen raken minder in zwang. 66% van de leerkrachten laat leerlingen spreekbeurten houden over gelezen boeken (dit was 84% in 2005), terwijl 50% hun de opdracht geeft om een boekverslag te schrijven (dit was 62% in 2005) (Cito, 2014).

Beleid leesbevordering

Vrijwel alle leerkrachten overleggen regelmatig met hun team en/of directie over leesbevordering (Monitor de Bibliotheek op school, 2013). Bovendien nemen vrijwel alle leerkrachten met hun leerlingen een of meerdere keren per jaar deel aan een campagne (DUO Onderwijsonderzoek, 2019). Zo doet 95% mee aan activiteiten in het kader van de Kinderboekenweek en 39% aan regionale voorleeswedstrijden (Cito, 2014).

Veel basisscholen borgen leesbevordering in de organisatie. Bij 52% vormt leesbevordering een structureel onderdeel van het beleidsplan, een daling ten opzichte van de drie kwart in 2014. 38% van de basisscholen vertaalt dit algemene beleid in een leesplan, waarin de visie, doelen, en het jaarprogramma op het gebied van lezen voor het plezier zijn vastgelegd; nagenoeg evenveel als de 37% in 2014. Bij 63% van de basisscholen is een leescoördinator, een docent gespecialiseerd in leesbevordering, aanwezig; een lichte daling ten opzichte van de twee derde in 2014 (DUO Omnibusonderzoek, 2019; 2014).

Leesgedrag en opleiding docent

Twee derde van de leerkrachten geeft aan weleens kinderboeken te lezen in de vrije tijd (DUO Onderwijsonderzoek, 2019). Dit is minder dan de drie kwart tien jaar geleden (La Roi, 2010). Vier op de tien leerkrachten leest ten minste wekelijks een kinderboek in de vrije tijd. Van een lijst met twintig recente kinderboeken (voor ofwel de onderbouw ofwel de bovenbouw) las twee derde van de docenten geen enkele titel (DUO Onderwijsonderzoek, 2019).

Cursus Open Boek

De training Open Boek leidt basisschoolleerkrachten op tot leescoördinator. Na afloop kunnen ze aan de slag met het leesbevorderingsbeleid op hun school. Voor scholen die meedoen aan de Bibliotheek op school is deelname verplicht. De training gaat in op de geschiedenis van de jeugdliteratuur, manieren om een krachtig functionerende schoolbibliotheek op te zetten, het organiseren van boekenkringen en boekgesprekken en het betrekken van ouders bij de leesopvoeding. 17% van de leescoördinatoren op basisscholen in Nederland is opgeleid in de cursus Open Boek. Bij scholen met de Bibliotheek op school gaat het om 27% (DUO Onderwijsonderzoek, 2019).

Doelgroep(en)