10 februari 2021

Wie tijdens het lezen aangename ervaringen opdoet, ontwikkelt een positieve leesattitude (Stalpers, 2007; Stokmans, 2009). Tellegen en Frankhuisen (2002) delen de positieve ervaringen die kunnen optreden tijdens het lezen op in vijf categorieën. Kinderen en volwassenen die deze geneugten geregeld meemaken, hebben meer kans om uit te groeien tot een aandachtige, belevende lezer.

A. Geboeide aandacht

Lezers die volledig geconcentreerd zijn op de tekst, kunnen hun gevoel van tijd en plaats verliezen. Ze raken in een zogeheten ‘leesflow’. Dit wordt geboeide aandacht genoemd, en laat zich onderscheiden van intentionele aandacht. De eerste ontstaat haast automatisch, de tweede is meer doelbewust: voor concentratie op de tekst is een zekere inspanning nodig.

Een flow-ervaring kan in principe optreden in elke context en bij elke tekstsoort. Wel blijkt het vaker voor te komen bij lezen in de vrije tijd dan voor werk of studie; vaker bij zelfgekozen teksten dan bij opgedragen teksten; vaker bij boeken dan bij kranten en tijdschriften; en vaker bij fictie dan bij non-fictie.

Geboeide aandacht is geen vanzelfsprekende ervaring: lezers kunnen op talloze hindernissen stuiten. Het kan hen moeite kosten om hun aandacht bij de tekst te houden, of om in het verhaal te geraken. Maar ook kan de rust ontbreken om te lezen, zowel door interne afleiding (eigen gedachten, zoals stress of zorgen) als externe afleiding (een drukke, rumoerige omgeving). Tot slot kan een gebrekkige leesvaardigheid een beletsel zijn: geboeide aandacht is alleen mogelijk als de lezer voldoende in staat is de woorden en zinnen te decoderen en de tekst te begrijpen.

B. Stemmingsregulatie

Dit is lezen met als doel een bepaalde stemming te behouden óf juist te veranderen. Lezers kunnen streven naar sensaties zoals spanning en opwinding, maar ook naar een rustig gemoed, afleiding van de alledaagse realiteit en verlichting van verveling en eenzaamheid.

C. Emotiebeleving

Lezen roept een breed spectrum aan emoties op: van vreugde en angst tot verdriet en boosheid. Lezers kunnen zichzelf herkennen in een personage, tegen hem of haar opkijken en benieuwd zijn naar zijn of haar verdere lotgevallen.

D. Verbeelding

Lezen leidt tot diverse vormen van verbeelding. Aan de ene kant ervaren lezers allerlei zintuiglijke gewaarwordingen. Deze kunnen visueel, auditief of kinetisch van aard zijn. Aan de andere kant verplaatsen ze zichzelf in de tekst. Ze verbeelden zich dan bijvoorbeeld als zichzelf aanwezig te zijn, of juist in de huid van het personage te kruipen.

E. Terugdenken

Teksten laten hun sporen achter in het geheugen. Dat is vooral het geval als lezers ze niet alleen gelezen, maar tevens beleefd hebben. Dus: als ze geboeid hebben zitten lezen, hun stemming hebben laten reguleren en verschillende emoties en vormen van verbeelding ervaren hebben.

Leeservaringen als bron van leesplezier