10 februari 2021

Stalpers (2019; 2007) heeft bij middelbare scholieren vier factoren gevonden die de leeservaringen gunstig beïnvloeden – en hiermee ook de leesattitude.

A. Persoonlijkheid

Jongeren met een rijke fantasie en een grote behoefte aan kennis en reflectie hebben aangenamere leeservaringen en lezen liever. Zogenaamde creatieven, met een rijke fantasie en grote kennisbehoefte, zijn in meerderheid ook boekenliefhebbers. Doeners daarentegen, met weinig fantasie en een lage kennisbehoefte, zijn juist geneigd om boeken te mijden.

Naast de behoefte aan fantaseren en nadenken, hebben ook introversie en neuroticisme invloed op de leesattitude. Jongeren die zichzelf als introvert zien en als emotioneel kwetsbaar beschouwen, beleven meer plezier aan lezen.

B. Leesklimaat

Ouders vrienden en docenten die leesbevorderend gedrag vertonen, hebben een gunstig effect op de leeservaringen. Leesbevorderende ouders maken de kans dat een leerling een boekenliefhebber wordt bijna vijf keer zo groot. Een vriend of vriendin drieëneenhalf keer, een docent anderhalf keer. De docent heeft de minst nauwe relatie met jongeren, en brengt ook de minste tijd met hen door. Dat maakt zijn of haar invloed per definitie beperkter

C. Zelfbeeld leesvaardigheid

Jongeren die van zichzelf denken dat ze vaardig zijn in het lezen, doen positievere leeservaringen op.

D. Leesfaciliteiten

Jongeren die een brede kennis hebben van het aanbod van boeken en voldoende tijd en gelegenheid hebben om te lezen, doen positievere leeservaringen op.

E. Ego-ontwikkeling

De ontwikkeling van het ego, het reflectieniveau op verhalen en de leesattitude lopen bij middelbare scholieren gelijk op (Nelck-da Silva Rosa & Schlundt Bodien, 2004).

Leerlingen in het zelfbeschermende stadium van hun ego-ontwikkeling reflecteren op verhalen in relatie tot zichzelf (zelfbeschermende reflectie). Zij beschouwen lezen doorgaans niet als belangrijke vrijetijdsactiviteit (negatieve leesattitude). Leerlingen in het conformistische stadium reflecteren op het verhaal in relatie tot zichzelf, maar ook tot andere mensen (relationele reflectie). Voor hen is lezen al iets belangrijker (neutrale leesattitude). Vanaf het zelfbewuste stadium van de ego-ontwikkeling reflecteren leerlingen op het verhaal in relatie tot zichzelf, tot andere mensen én tot de hen omringende wereld (abstraherende existentiële reflectie). Zij vinden lezen belangrijk (positieve leesattitude) (Nelck-da Silva Rosa & Schlundt Bodien, 2004).

Meisjes lopen in hun ego-ontwikkeling voor op jongens. Daarom reflecteren ze vaker op verhalen op het hogere relationele en abstraherende niveau, terwijl jongens de tekst vooral op zichzelf betrekken. Meisjes hebben om deze reden vaker een positieve leesattitude, terwijl jongens de voorkeur geven aan andere vrijetijdsactiviteiten (Nelck-da Silva Rosa & Schlundt Bodien, 2004).