Moeders met thuiswonende kinderen lezen in grotere getale en vaker voor dan vaders. Een derde van de moeders leest (bijna) dagelijks voor aan hun kind uit een boek, terwijl het bij vaders gaat om een vijfde (KvB Boekwerk & GfK, 2025, meting 71). Moeders lezen vaker voor van papier én van het scherm, hoewel het verschil met vaders bij papier groter is (Mediawijzer & The Choice, 2018). De voorleesduur van moeders en vaders verschilt niet. Ook gaan moeders en vaders allebei minder vaak voorlezen als hun kind ouder wordt (KvB Boekwerk & GfK, 2025, meting 71).
Er zijn ook verschillen tussen vaders en moeders in de boekgenres waaruit zij voorlezen. Terwijl vaders vaker voorlezen uit stripboeken (met name aan hun zoons), lezen moeders vaker voor uit prenten- en plaatjesboeken. Vaders en moeders lezen even vaak voor uit kinder- en jongerenboeken, informatieve boeken, tijdschriften en kranten. Er wordt door beide ouders veruit het vaakst voorgelezen uit verhalende boeken of fictie (met of zonder prenten) (Stichting Lezen, 2015). Er zijn meer vaders dan moeders die zeggen dat hun kinderen luisteren naar voorleesverhaaltjes via apps (Netwerk Mediawijsheid & Choice, 2020).
Bijna de helft (49%) van de kinderen wordt (volgens ouders zelf) het liefst voorgelezen door hun moeder. 11% vindt het leuker om door hun vader te worden voorgelezen. De overige 41% heeft geen duidelijke voorkeur (intern rapport Stichting Lezen & GfK, 2014). Er zijn geen verschillen in de frequentie waarmee zoons en dochters worden voorgelezen (KvB Boekwerk & GfK, 2025, meting 71).