Docenten gebruiken veel verschillende argumenten om hun leerlingen te wijzen op het belang van literatuuronderwijs. Ze noemen het vaakst dat het lezen van literatuur bijdraagt aan de vorming van een genuanceerder wereldbeeld, een grotere taal- en leesvaardigheid, een dieper begrip van anderen, de algemene ontwikkeling (bildung) en de persoonlijke ontwikkeling. Docenten denken dat leerlingen vooral vatbaar zijn voor het argument dat lezen de taal- en leesvaardigheid vergroot (Dera, 2024).
Belangrijkste doelen: plezier, vaardigheid, groei
Veel van deze argumenten wijzen op het belang dat docenten hechten aan lezen voor persoonlijke groei. Dit is ook terug te zien in de doelen die docenten met hun literatuuronderwijs nastreven. Docenten in vmbo, havo en vwo vinden het vergroten van leesplezier het allerbelangrijkst (79% van de docenten noemt dit), gevolgd door taal- en leesvaardigheid (63%) en persoonlijke ontwikkeling (51%). Ook noemen veel docenten dat zij leerlingen met hun literatuuronderwijs willen aanzetten tot kritisch denken (33%) en willen bijdragen aan de sociale en maatschappelijke vorming van leerlingen (27%) (DUO-Onderwijs, 2025).
Minst belangrijke doelen: canon, culturele vorming, literaire analyse
Slechts 4% van de docenten Nederlands rekent ‘leerlingen kennis laten maken met de Nederlandse literaire canon’ tot hun top drie van belangrijkste doelstellingen voor het literatuuronderwijs. Ook noemen weinig docenten het bijdragen aan de culturele vorming van leerlingen (10%) en leerlingen leren om literaire teksten en verhalen te analyseren met behulp van verhaaltheorie en literaire begrippen (11%). In het vmbo komen deze doelstellingen vrijwel helemaal niet voor in de top drie (DUO-Onderwijs, 2025).
Literatuuronderwijs vroeger en nu
Deze bevindingen liggen in lijn met eerder onderzoek, waaruit ook blijkt dat docenten meer belang hechten aan het vergroten van leesplezier, leesvaardigheid en persoonlijke groei dan aan literaire competentie, culturele vorming en tekstanalyse (Oberon, 2016; DUO-Onderwijs, 2017). Dit sluit aan op de trend dat sinds de jaren ’80 de canongerichte benadering in het literatuuronderwijs baan heeft gemaakt voor een leerlinggerichte benadering.
Exameneisen
Het is in het licht van de exameneisen opmerkelijk dat docenten relatief weinig belang hechten aan de literaire canon en tekstanalyse. De termen ‘literatuurgeschiedenis’, ‘literaire begrippen’ en ‘literaire ontwikkeling’ spelen een centrale rol in de exameneisen voor havo en vwo. Veel docenten geven wel aan dat zij deze termen het meeste toetsen – met name in de bovenbouw van havo en vwo (Oberon, 2016). In de praktijk spelen dus zowel de exameneisen als de persoonlijke doelstellingen van docenten een rol bij de inrichting van het literatuuronderwijs.