Citeren? Stichting Lezen - Leesmonitor(2026). Een vroege start met voorlezen loont en verdient vervolg. https://www.lezen.nl/onderzoek/een-vroege-start-met-voorlezen-loont-en-verdient-vervolg/.
12 februari 2026

Voorsprong in taalontwikkeling 

Het geniet de voorkeur om op jonge leeftijd te beginnen met voorlezen. Hoe jonger kinderen zijn als hun ouders van start gaan met het voorleesverhaal, hoe groter hun woordenschat op 2-jarige leeftijd (Debaryshe, 1993). Baby’s die worden voorgelezen, lopen op een leeftijd van 15 maanden voor in hun taalontwikkeling, en breiden deze voorsprong vervolgens verder uit (Van den Berg & Bus, 2015). Baby’s die meer dan 10 minuten per dag worden voorgelezen, hebben een 2,5 keer zo grote kans om met een voldoende woordenschat aan school te beginnen (Farrant & Zubrick, 2013).​

Kinderen die op jonge leeftijd zijn voorgelezen, hebben daar ook op school profijt van. Op 7- tot 10-jarige leeftijd hebben zij gemiddeld een rijkere woordenschat, een sterker leesbegrip en een hogere leesmotivatie (Demir-Lira et al., 2019).

Voorlezen versus andere activiteiten 

Ouders praten tijdens het voorlezen meer met hun baby of dreumes dan tijdens andere activiteiten, zoals televisie kijken, liedjes zingen, met speelgoed spelen, verzorgen en eten. Kinderen reageren ook taliger tijdens het voorlezen dan tijdens deze andere activiteiten (Clemens & Kegel, 2021Hanson et al., 2021). 

Eenjarigen produceren bij het voorlezen van baby-tastboekjes meer klinker-tonen en meer combinaties van klinkers en medeklinkers dan tijdens het spelen met poppen of speelgoed. Dit komt zowel door de boekentaal als door de interactie: moeders reageren taliger op het talige gebrabbel van hun baby. Ze imiteren het ‘ba-ba’ of breiden het zelfs uit tot ‘bal’. Ze vermoeden waarschijnlijk dat hun kind probeert te praten, en passen hun reactie hierop aan, om (bewust of onbewust) de taalontwikkeling te stimuleren (Gros-Louis, West & King, 2016).

Complexer taalgebruik 

Ouders gebruiken in gesprekjes met hun kind tijdens het voorlezen diversere en complexere taal dan tijdens andere gesprekjes (Demir-Lira et al., 2019). Het taalgebruik tijdens het voorlezen is ook complexer in vergelijking met televisie kijken. Zo zeggen ouders tijdens het voorlezen drie keer zo veel woorden als tijdens het televisiekijken, gebruiken ze vaker unieke woorden en zijn de zinnen die ze formuleren vaak langer (Hanson et al., 2021).  

Voorlezen op school 

Op de basisschool kan voorlezen ook stimulerend werken. Kinderen in klassen waarin regelmatig wordt voorgelezen, gaan in de loop van het schooljaar sterker vooruit in leesfrequentie dan kinderen in klassen waarin dit niet gebeurt (Van der Sande et al., 2019).

Op de middelbare school werkt interactief voorlezen positief. Jongeren gaan sterker vooruit in woordenschat, leesvaardigheid en leesmotivatie als de docent voorleest dan wanneer zij zelf (stil) lezen (Olagbaju & Babalola, 2020). Tegelijkertijd denken de leerlingen de informatie dieper te kunnen onthouden dankzij het zelf (stil) lezen (Reed et al., 2014).