26 april 2021

Deelname BoekStart

In dit programma, onderdeel van Kunst van Lezen, helpen bibliotheken, kinderdagverblijven en andere opvoedkundige instanties het jonge gezin om een start te maken met de leesopvoeding. Ouders vanaf de babyleeftijd stimuleren om voor te lezen, verhaaltjes te vertellen en gesprekjes te voeren, dit is het doel van BoekStart. De interventie is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut.

Vrijwel alle bibliotheken in Nederland bieden BoekStart aan. Het gaat om 141 basisbibliotheken (97% van het totaal) en 761 hoofdvestigingen (100% van het totaal) (Koninklijke Bibliotheek, 2021).

Ouders krijgen een uitnodiging voor BoekStart als hun baby ongeveer drie maanden oud is. 33% gaat vervolgens naar de bibliotheek om een gratis BoekStartkoffertje op te halen. Bibliotheken hebben in 2020 zodoende in totaal 56.000 koffers uitgedeeld. Negen op de tien ouders die een koffer ophalen, maken hun baby tevens lid van de bibliotheek. Bij ouders die geen koffer ophalen, is dit een derde (Kantar Public, 2018). 32% van de 0- tot 4-jarige kinderen is lid van de bibliotheek (Koninklijke Bibliotheek, 2021).

Ouders die meedoen aan BoekStart, zijn over het algemeen hoger opgeleid en zelf lid van de bibliotheek (Van den Berg & Bus, 2015). Ouders uit de lagere sociale klassen halen het minst vaak het koffertje op. Dit komt met name doordat zij minder bekend zijn met BoekStart dan ouders uit de hogere sociale klassen (Kantar Public, 2018).

De BoekStartkoffer bevat babyboekjes en informatie over voorlezen. Deze worden door deelnemende ouders regelmatig gebruikt. 78% leest eruit voor, 56% geeft ze aan hun kind, 53% legt ze ergens neer en 25% gebruikt de koffer als decoratie. Bijna de helft geeft aan dat de materialen hun kijk op voorlezen hebben veranderd. Dit zijn in het bijzonder ouders uit de lagere sociale klassen (Kantar Public, 2018).

BoekStartcoach

De BoekStartcoach is een voorleesconsulent van de bibliotheek, die jonge ouders middels gesprekken op het consultatiebureau adviseert over voorlezen en leesopvoeding. De BoekStartcoach is anno 2020 actief vanuit 65 basisbibliotheken (45% van het totaal) en op 180 consultatiebureaus in Nederland. Het doel is het bereik van BoekStart onder laagtaalvaardige ouders vergroten (Koninklijke Bibliotheek, 2021).

Effectiviteit BoekStart

Ouders die meedoen aan BoekStart beginnen op jongere leeftijd met voorlezen aan hun kind. Ook hebben ze meer babyboekjes in hun bezit (Kantar Public, 2018).

Uit een effectstudie blijkt dat BoekStart het voorleesgedrag van ouders en de taalontwikkeling van kinderen stimuleert. Ouders die meedoen aan BoekStart en regelmatig voorlezen, zetten een positieve leesspiraal in gang. Hun kinderen hebben op een leeftijd van 15 maanden een voorsprong in hun taalontwikkeling, en na 22 maanden zijn ze nog verder uitgelopen op niet-BoekStart-kinderen (Van den Berg & Bus, 2015).

Kinderen met een moeilijk temperament, die snel huilen, geïrriteerd raken en afgeleid zijn, profiteren het sterkst van BoekStart. Zij weten de taalachterstand die ze zonder BoekStart waarschijnlijk zouden oplopen, om te buigen in een voorsprong op kinderen met een makkelijk temperament (Van den Berg & Bus, 2015). Bovendien lopen kinderen met een moeilijk temperament die meedoen aan BoekStart op 6-jarige leeftijd nog steeds voor in de taalontwikkeling. Dit is het geval ten opzichte van niet-BoekStart-kinderen met een moeilijk temperament (De Bondt & Bus, 2019). BoekStart werkt dus preventief: het risico op taalachterstanden wordt gereduceerd.

BoekStart in de bibliotheek

Vrijwel alle bibliotheken beschikken over een collectie babyboeken. Acht op de tien bibliotheken huisvest een speciaal voor baby’s ingerichte boekenhoek. 85% organiseert activiteiten voor ouders en kinderen, terwijl driekwart voorlichting biedt aan ouders. Negen op de tien bibliotheken biedt training of ondersteuning aan op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie. 62% van de bibliotheken doet dit voor pedagogisch medewerkers en 57% voor ouders, een daling ten opzichte van de 77% en 74% een jaar eerder. Waarschijnlijk komt dit door de maatregelen ter voorkoming van de verspreiding van het coronavirus, waardoor groepsbijeenkomsten niet mogelijk waren (Koninklijke Bibliotheek, 2021; Koninklijke Bibliotheek, 2020).

Veel bibliotheken slaan de handen ineen met andere opvoedkundige instanties. 91% werkt op het terrein van voor- en vroegschoolse educatie samen met de gemeente, 94% met het consultatiebureau, 93% met kinderopvanginstellingen en 78% met basisscholen. Deze percentages zijn gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Bibliotheken werken gemiddeld met vier partners samen, tegen drie in het jaar 2016-2017 (Koninklijke Bibliotheek, 2021).

65% van de bibliotheken werkt samen met partners die zich richten op laagtaalvaardige ouders, zoals consultatiebureaus en welzijnsorganisaties. De helft van de bibliotheken organiseert speciale activiteiten voor laagtaalvaardige ouders, zoals voorleesbijeenkomsten, en een even groot aantal voert beleid op het gebied van preventie van laaggeletterdheid (Koninklijke Bibliotheek, 2021).