Wie meer leest wordt beter in taal. Het klinkt niet alleen logisch, het is ook echt zo. Ook bij lezen geldt: oefening baart kunst! Meer lezen heeft een bewezen positief effect op woordenschat, spelling, grammatica, begrijpend lezen en schrijven.

Rol van de leerkracht bij leesmotivatie

In de brochure Meer lezen, beter in taal – po (2021) geeft Kees Broekhof argumenten om kinderen meer plezier in lezen te laten beleven met als bijkomend effect dat hun taalontwikkeling wordt gestimuleerd en ze betere lezers worden. Broekhof benoemt daarbij de rol van de leerkracht en van de ouders.

Over leerkrachten schrijft hij: ‘In de lespraktijk op de basisschool kunnen leerkrachten tegemoetkomen aan de basisbehoeften van leerlingen door in te zetten op autonomie, competentie en relatie.’ Voor elk van deze basisbehoeften geeft Broekhof tips, zoals keuze bieden uit verschillende (soorten) boeken en verwerkingsvormen (autonomie); specifiek aanbod regelen voor zwakke lezers (competentie) en over de leesgewoontes en boeken bij jou thuis vertellen (relatie).

Goed lezen

Om echt profijt te hebben van lezen, moeten leerlingen ook goed lezen. Maar wat is goed lezen? Broekhof beschrijft dat goed lezen onder andere betrekking heeft op de manier van lezen, zoals diep lezen, en hij gaat in op de rol van digitaal lezen. Ook beschrijft hij de effecten van voorlezen, aan jonge en oudere kinderen.

Structurele samenwerking tussen school en Bibliotheek

Broekhof pleit voor een langetermijnperspectief op leesbevordering, om kinderen te stimuleren meer te lezen en laaggeletterdheid te voorkomen. Bibliotheek en (basis)school delen de doelstelling om van kinderen betere lezers te maken. De Bibliotheek kan de school helpen dit doel te bereiken: met goede, actuele boeken en deskundigheid. Een structurele samenwerking tussen Bibliotheek en school is dan ook van cruciaal belang.

Doelgroep(en)