20 april 2021

Wie verbonden is met het internet, heeft naast het lezen andere mogelijkheden binnen handbereik. Applicaties en activiteiten vragen om aandacht; de verleiding om ze te gebruiken ligt op de loer. Als dit ‘taskswitchen’ (ook vaak aangeduid als ‘mediamultitasken’) veelvuldig plaatsvindt, maakt de aandacht voortdurend sprongen. Met als gevolg, zo denken critici als Carr (2011), Wolf (2007) en Spitzer (2013), dat er geen leesflow ontstaat – een van de vijf positieve leeservaringen die Tellegen en Frankhuisen onderscheiden (2002).

Voor deze aanname bestaat empirisch bewijs. Lezers die vaker activiteiten afwisselen of gelijktijdig uitvoeren, geven aan minder op te gaan in het lezen. Dit geldt zowel voor het taskswitchen of multitasken mét als zonder media. Aangezien het (media)multitasken vaker voorkomt bij lezen op het scherm dan van papier, suggereert dit dat schermlezen leidt tot minder leesflow (Wennekers, Huysmans & De Haan, 2018).

Experimenten tonen aan dat het leesproces bij het taskswitchen anders verloopt. Studenten die een wetenschappelijk essay lezen en tussendoor chatten of vragen beantwoorden, doen langer over het lezen van de tekst dan studenten die alleen lezen. Dit is ook het geval als de tijdsbesteding aan de ‘afleidende taak’ van de leestaak wordt afgetrokken. Taskswitchend lezen is dus minder efficiënt (Bowman et al., 2010; Fox, Rosen & Crawford, 2009). Het heen en weer schakelen kan ook ten koste gaan van de effectiviteit. Dit is het geval als proefpersonen tijdens het lezen van de tekst informatie uit een tweede taak moeten proberen te onthouden. Het begrip van de tekst lijdt hieronder (Cho, Altarriba & Popiel, 2015).

Dit illustreert dat de kwaliteit van het lezen inderdaad in het geding is. De taskswitchende lezer dreigt, afgaande op onderzoek naar hypertekst, cognitief overbelast te raken. Hyperteksten zijn de voorlopers van teksten op het internet. Ze zijn uitgerust met hyperlinks naar een ander punt in de tekst, of naar andere, gerelateerde teksten. De lezer van een hypertekst voert in feite twee taken tegelijkertijd uit: het lezen en interpreteren van de tekst én het maken van de keuze om al dan niet op de links te klikken. Als gevolg daarvan is er minder ruimte in het werkgeheugen om de informatie te verwerken dan bij een lineaire tekst (DeStefano & LeFevre, 2007; Kee Loh & Kanai, 2015). Bij hypertekstverhalen gaat dit ten koste van de leesflow, de onderdompeling in de verhaalwereld en de emotionele betrokkenheid bij de personages (Miall & Dobson, 2001).

De taskswitchende lezer maakt zich, na een uitstapje te hebben gemaakt, de tekst opnieuw eigen: de voorkennis activeren, het mentale plaatje reconstrueren. Hiermee gaat vermoedelijk meer cognitieve inspanning gepaard, en hierdoor duurt het lezen langer én is het begrip minder diepgaand (Bowman et al., 2010; Cho, Altarriba & Popiel, 2015).

Het taskswitchen wordt in het bijzonder gefaciliteerd door de tablet, laptop en smartphone, die multifunctioneel zijn, en in geringe mate door de e-reader, als unifunctioneel apparaat. Gebruikers geven aan dat het leesproces en het taskswitchgedrag bij een boek op de e-reader even lineair is als bij een gedrukt boek, en de leeservaring even prettig en optimaal. Lezers van e-boeken op de tablet, smartphone en laptop daarentegen houden zich bij het lezen van boeken vaker bezig met taskswitchen dan op papier, en ervaren het lezen als minder prettig en optimaal (Bakker, 2021).

Het negatieve effect van taskswitchen heeft betrekking op inhoud die geen relatie heeft met de tekst. Het kan ook voorkomen dat er een verband bestaat tussen beide activiteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval als lezers de betekenis van een woord of begrip in de tekst opzoeken, de biografie van de auteur erop naslaan, of als het boek audiovisuele bronnen bevat die aansluiten op het verhaal. Blijkens experimenteel onderzoek is de uitwerking in dit geval neutraal (Kuznekoff, Munz & Titsworth, 2015; Bakker, 2015). E-boeklezers geven bovendien aan dat ze een meer prettige en optimale leeservaring krijgen bij het taskswitchen naar bronnen met een relatie met de tekst (Bakker, 2021).

Doelgroep(en)