25 mei 2021

Digitale boeken bieden andere mogelijkheden dan gedrukte boeken. Lezers tikken en vegen op het scherm om zich door de tekst te bewegen, kunnen het lettertype en de lettergrootte aanpassen, en leiden uit de dikte van de scrollbalk of de resterende leestijd af hoe ver ze zijn in de tekst. Ook kunnen ze naast het lezen andere activiteiten uitvoeren op hun apparaat (‘taskswitchen’).

Digitale boeken leiden tot een minder diepgaand begrip van de tekst dan papieren boeken. Drie meta-analyses van respectievelijk 54, 33 en 17 studies vinden effectgroottes tussen de -0,21 en -0,25. Dit wijst op een ‘klein’ negatief effect op tekstbegrip, in het nadeel van digitale boeken. Het effect gaat op voor informatieve, maar niet voor verhalende teksten (Clinton, 2019; Delgado et al., 2018; Kong, Sik Seo & Zhai, 2018).

Onder kinderen tussen de 1 en 8 jaar is er geen verschil in begrip tussen het voorlezen van papieren en digitale kinderboeken. Uit een meta-analyse van 39 studies komt voor het verhaalbegrip een effectgrootte naar voren die in de buurt ligt van 0, wat duidt op de afwezigheid van een effect. Tegelijkertijd wordt de ontwikkeling van de woordenschat gestimuleerd door digitale kinderboeken. De effectgrootte is 0,18 in het voordeel van het scherm, wat duidt op een ‘verwaarloosbaar’ positief effect. Dit is het geval bij informatieve teksten (Furenes, Kucirkova & Bus, 2021).

Doelgroep(en)