20 april 2021

Papier bezit volgens Mangen (2008) fysieke eigenschappen die helpen bij het lezen en interpreteren van de tekst. De pagina’s van het gedrukte boek zijn tastbaar, ze knisperen tussen de vingers, de lezer slaat ze om en ruikt ze zelfs. Het gevoel dat papier geeft, helpt zodoende om een relatie met de tekst op te bouwen. Daarnaast maakt de fysieke vorm (lengte, breedte, dikte) van een boek, magazine of krant het eenvoudig om de resterende leestijd in te schatten. Tot slot is een tekst op papier stabiel ten opzichte van de pagina. Dit helpt om de informatie te onthouden aan de hand van het visuele tekstbeeld (Mangen, 2008).

E-readers, tablets, computers en smartphones bieden volgens Mangen (2008) een andere tactiliteit. In plaats van de wereld achter de tekst zichtbaar te maken, vestigen het scherm en de muis de aandacht op zichzelf. De handeling van het surfen en klikken treedt op de voorgrond, wat onze relatie met de inhoud van de tekst en de wereld van het verhaal verbreekt. Lezers van e-boeken voelen en zien bovendien enkel de pagina die ze op dat moment aan het lezen zijn. Ze ontberen een indruk van de omvang en de lengte van de tekst, wat het inschatten van de leestijd bemoeilijkt. Tot slot laten lettergrootte en -type in e-boeken zich eenvoudig aanpassen. Het gevolg: het tekstbeeld verschuift, de tekst wordt instabiel ten opzichte van de drager. Hierdoor is de informatie minder makkelijk te onthouden (Mangen, 2008).

Empirisch onderzoek levert voorzichtig bewijs voor deze ideeën. Lezers van een e-boek of kort verhaal op de tablet gaan minder diep op in de verhaalwereld (Van Gils, Bakker & Evers-Vermeul, 2020; Mangen en Kuiken, 2014). Hiernaast blijken ze het verhaal minder grondig te onthouden (Mangen en Kuiken, 2014). Vergelijkbare verschillen zijn gevonden bij jongeren: 15-jarigen die een kort verhaal lezen op papier, begrijpen het beter dan op de personal computer (Mangen, Walgermo & Brønnick, 2013). Deze resultaten suggereren dat de eigenschappen van digitale tekstdragers inderdaad minder gunstig zijn voor de leeservaring en het tekstbegrip dan die van het papieren boek. Onderzoek onder basisscholieren wijst evenwel uit dat zij de tekst even goed begrijpen – van papier én van het scherm (Nielen, 2016).

Verschillen tussen papier en scherm treden in het bijzonder aan het licht bij teksten die langer zijn dan ongeveer een pagina in een tekstverwerkingsprogramma. Dit komt mogelijk doordat er in langere teksten meer scrollen plaatsvindt, met hogere cognitieve eisen tot gevolg (Singer & Alexander, 2017). Tevens zijn er verschillen gevonden tussen papier en scherm in het inschatten van de prestatie op de taak. Digitale lezers denken beter te presteren dan dat ze in werkelijkheid doen, investeren hierdoor waarschijnlijk minder energie in het lezen, en begrijpen de tekst als gevolg minder diepgaand (Singer, Alexander & Berkowitz, 2019).

Het zou kunnen dat de leeservaring en het tekstbegrip groeien naarmate de ervaring met lezen van het scherm groeit. Empirisch onderzoek laat voor deze voorspelling uiteenlopende resultaten zien. Aan de ene kant blijkt een sterke bedrevenheid in het lezen van e-boeken positief samen te hangen met een prettige en optimale leeservaring (Bakker, 2021). Aan de andere kant leidt bij brugklassers die ervaring hebben met lezen van de tablet, het lezen van een kort verhaal op de tablet tot minder onderdompeling dan het lezen van hetzelfde verhaal van papier (Van Gils, Bakker & Evers-Vermeul, 2020). Bovendien blijkt het verschil in tekstbegrip tussen de beide media, in het nadeel van het scherm, groter voor meer recente onderzoeken. Dit suggereert dat meer ervaren schermlezers de tekst minder diepgaand begrijpen (Delgado et al., 2018). Tot slot hangt het frequent lezen van korte teksten van het scherm negatief samen met de aandacht voor en onderdompeling in een literair verhaal (Hakemulder & Mangen, 2021). 

Doelgroep(en)