12 april 2021

Verschil sekse

Meisjes zijn in het basis- en voortgezet onderwijs sterkere lezers dan jongens. Ze scoren op tienjarige leeftijd tien punten hoger in het PIRLS-onderzoek en op vijftienjarige leeftijd 29 punten hoger in het PISA-onderzoek. Het sekseverschil is significant en dus ‘betekenisvol’. Bij basisscholieren is de kloof in Nederland kleiner dan in de meeste andere landen, terwijl deze bij middelbare scholieren ongeveer even groot is (Expertisecentrum Nederlands, 2017; Gubbels et al., 2019). Nederlandse meisjes lopen omgerekend ongeveer een heel schooljaar voor op jongens
(Eurydice, 2011). Jongens lopen bovendien een groter risico om laaggeletterd te worden. Aanvullende analyses van het PISA-onderzoek laten zien dat 29% van de jongens presteert op het laagste niveau voor leesvaardigheid, terwijl het 19% van de meisjes betreft (Gubbels et al., 2019, ongepubliceerde analyse).

Tussen 2001 en 2011 groeiden tienjarige meisjes en jongens naar elkaar toe in leesvaardigheid. In 2016 werd het verschil voor het eerst weer groter (Expertisecentrum Nederlands, 2017). Het sekseverschil op vijftienjarige leeftijd is doorheen de jaren ongeveer even groot gebleven. In 2018 daalden de leesprestaties van zowel jongens als meisjes significant en dus ‘betekenisvol’ ten opzichte van voorgaande metingen (Gubbels et al., 2019).

Tienjarige meisjes zijn vaardiger dan jongens in beide begripsprocessen in PIRLS: het verwerken van informatie en het maken van inferenties, alsmede het interpreteren, integreren en evalueren van informatie (Expertisecentrum Nederlands, 2017). Vijftienjarige meisjes doen het beter op alle drie de onderdelen: het opzoeken van informatie, het begrijpen van teksten en het evalueren en reflecteren op teksten (Gubbels et al., 2019).

Breedte sekseverschil

De seksekloof wordt breder met het ouder worden. Voor een tienjarig meisje is het 1,4 keer zo waarschijnlijk dat ze een vaardige lezer is. Op vijftienjarige leeftijd is deze kans gestegen naar 1,6 keer (Eurydice, 2011). De seksekloof bestaat met name onder zwakke lezers. De verschillen tussen jongens en meisjes in het praktijkonderwijs en op het vmbo zijn groter dan op de havo en het vwo (Stoet & Geary, 2013). Daarnaast tekent de kloof zich vooral af onder kinderen uit migrantgezinnen (Dronkers & Kordner, 2014). De seksekloof bestaat al minstens honderd jaar: er is dus geen sprake van een ‘jongenscrisis’ (Voyer & Voyer, 2014).

Sekseverschil naar taalonderdelen

Meisjes presteren in groep 8 beter dan jongens op lezen (met de vaardigheden begrijpend lezen, opzoeken en samenvatten) en taalverzorging (met de vaardigheden spelling, interpunctie en grammatica) (College voor Toetsen & Examens, 2017; Cito, 2018). De leesprestaties van beide seksen dalen van 2016 op 2017, maar de daling bij jongens is groter dan bij meisjes (Inspectie van het Onderwijs, 2018). Meisjes presteren tevens beter op woordenschat. Bovendien zijn ze vaardiger in interpreterend en studerend lezen (Cito, 2014). Tot slot ligt de schrijfvaardigheid bij meisjes hoger dan bij jongens (Onderwijsinspectie, 2021)

Het sekseverschil ontstaat waarschijnlijk gedurende de vroeg- en voorschoolse periode. In Amerikaans onderzoek zijn er op leeftijden van 14, 24 en 36 maanden verschillen gevonden in taalbegrip en woordenschat, in het voordeel van meisjes (Rodriguez et al., 2009).

Sekseverschil digitaal lezen

Jongens hebben op digitaal lezen een kleinere achterstand dan op lezen van papier. Bij zestien deelnemende landen aan een aanvullende PISA-enquête, waaronder niet Nederland, scoren vijftienjarige meisjes gemiddeld 24 punten hoger. Voor het lezen van papier is het verschil 38 punten. Jongens zijn, in vergelijking met andere taalonderdelen, relatief vaardig in online zoeken en navigeren. Overigens hangen de twee vormen van geletterdheid sterk met elkaar samen: hoe vaardiger in lezen van papier, hoe vaardiger in digitaal lezen (PISA in Focus, 2012; OECD, 2015).