Nederlandse jongeren meer moeite met lezen
De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren is het afgelopen decennium aanhoudend gedaald. Dit blijkt uit PISA, het internationale onderzoek naar de leesvaardigheid van vijftienjarigen. Tussen 2015 en 2018 daalde de gemiddelde leesvaardigheid met 18 punten, tussen 2018 en 2022 met 29 punten en tussen 2022 en 2025 met wederom 18 punten (Meelissen et al., 2026). Om een voorzichtige indicatie te geven van de omvang van deze daling: de geschatte groei in leesvaardigheid in een jaar voor Nederlandse vijftienjarigen is 22,3 punten (OECD, 2026). Ook binnenlands onderzoek laat zien dat de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren daalt.
Daling is internationale trend
Ook in andere landen gaan de leesprestaties achteruit. Er is sprake van een internationale dalende trend. Tegelijkertijd is de achteruitgang in Nederland sterker dan het internationale en Europese gemiddelde. Waar Nederlandse vijftienjarigen voor 2015 nog boven het Europese gemiddelde scoorden, doen zij het sinds 2018 significant slechter (Meelissen et al., 2026).
Nederland maakt deel uit van een groep van veertien Europese landen die al sinds 2003 deelneemt aan het PISA-onderzoek. Nederland wordt daarom vaak met deze groep Europese landen vergeleken. Binnen de ‘EU-14’-groep scoort Nederland in de onderste regionen. Alleen Griekenland haalde in 2025 een lagere score op leesvaardigheid (Meelissen et al., 2026).
Ontwikkelingen sinds de eeuwwisseling
Tussen 2003, toen Nederland voor het eerst meedeed aan PISA, en 2015 zijn de leesprestaties van Nederlandse vijftienjarigen nagenoeg stabiel geweest. Tussen 2015 en 2018 trad er voor het eerst een significante en ‘betekenisvolle’ daling op. Deze daling zette zich versterkt door tussen 2018 en 2022 (Meelissen et al., 2023). Tussen 2022 en 2025 daalde de leesvaardigheid verder, hoewel minder sterk dan in de vier jaar daarvoor (Meelissen et al., 2026; Meelissen et al., 2023; OECD, 2019).
Alle begripsprocessen kosten meer moeite
Voor een goede leesvaardigheid zijn in PISA drie begripsprocessen nodig. Leerlingen moeten:
1) informatie kunnen opzoeken
2) tekst(delen) kunnen begrijpen
3) kunnen evalueren en reflecteren op de tekst
Op het onderdeel ‘informatie opzoeken’ zijn de prestaties van Nederlandse kinderen het best (Gubbels et al., 2019). Naarmate de complexiteit van de leestaak stijgt, ondervinden Nederlandse vijftienjarigen, net als tienjarigen, meer moeilijkheden (De Meyer & Warlop, 2010).
Nederlandse vijftienjarigen zijn tussen 2015 en 2018 significant en ‘betekenisvol’ achteruitgegaan op alle drie de leesprocessen (Gubbels et al., 2019). Ook tussen 2018 en 2025 daalden de prestaties op alle drie de processen: de kans op een goed antwoord ging bij alle typen begripsvragen in PISA omlaag. De daling was sterker bij begrijpen en evalueren/reflecteren dan bij informatie opzoeken (OECD, 2026).
Daling bij verschillende tekstlengtes en bronnen
Nederlandse vijftienjarigen zijn zowel korte, gemiddelde als lange teksten minder goed gaan begrijpen. De kans op een goed antwoord is voor alle tekstlengtes gedaald tussen 2018 en 2025. Hetzelfde geldt voor vragen die gaan over een enkele tekst versus vragen waarvoor leerlingen informatie uit meerdere teksten met elkaar moeten verbinden; de kans op een goed antwoord is voor beiden kleiner geworden (OECD, 2026).
Verminderde inspanning en aandacht
Nederlandse vijftienjarigen zijn niet alleen minder vaardig gaan lezen, ze tonen zich ook minder betrokken bij het lezen. Zo spannen zij zich steeds minder in voor de PISA-toets. In 2018 beoordeelden Nederlandse leerlingen hun inspanning voor de gehele toets met een 7,4. In 2025 is dit teruggelopen tot een 7 (OECD, 2026).
De lagere inspanning van leerlingen komt ook tot uiting in haastig leesgedrag. Zo is het aantal te vlug en onjuist ingevulde leesvragen op de toets toegenomen. In PISA-2025 werd 14% van de beantwoorde leesvragen door Nederlandse leerlingen te snel en fout ingevuld, een verdubbeling ten opzichte van de 7% in PISA-2018, en ook meer dan het internationale gemiddelde. Leerlingen lijken dus minder goed in staat te zijn, of zijn minder bereid, om hun aandacht landurig bij uitdagende leestaken te houden (OECD, 2026).