24 juni 2021

Tijdens de lockdowns, die zijn ingesteld om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen, zijn basis- en middelbare scholen in Nederland niet of slechts beperkt geopend. Kinderen krijgen vanuit huis les, en zien de docent en de andere leerlingen online, via het beeldscherm. 

Het thuisonderwijs blijkt te leiden tot een achteruitgang in de ontwikkeling van de leerprestaties. Nederlandse basisscholieren hebben gedurende de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 gemiddeld drie percentielpunten minder sterk gepresteerd ten opzichte van leeftijdsgenootjes in schooljaren zonder lockdown. Dit staat gelijk aan ongeveer een vijfde schooljaar, nagenoeg even lang als de eerste lockdown heeft geduurd. Dit betekent dat kinderen in deze maanden weinig tot geen vooruitgang hebben geboekt in het onderwijs (Engzell, Frey & Verhagen, 2020). Hiernaast zijn brugklassers na de zomer in 2020 ingestroomd op een lager niveau dan in eerdere jaren (Cito, 2021).

Het leerverlies is er voor de lesonderdelen lezen, spelling en wiskunde (Engzell, Frey & Verhagen, 2020; Lek, Feskens & Keuning, 2020). Voor begrijpend lezen is de achteruitgang in leergroei sterker dan voor spelling en wiskunde (Inspectie van het Onderwijs, 2021). Uit Amerikaans onderzoek komt bij 7- tot 9-jarigen bovendien een leerverlies naar voren voor vloeiendheid in het lezen van woorden, zinnen en teksten (Domingue et al., 2021).

De achteruitgang in de ontwikkeling van de leerprestaties blijkt na de tweede lockdown, in de winter van 2020-2021, deels te zijn ingelopen. Nederlandse basisscholieren hebben in een heel jaar met lockdowns 19% minder leergroei geboekt voor begrijpend lezen ten opzichte van leeftijdsgenootjes in schooljaren zonder lockdown. Bij spelling en rekenen is het leerverlies respectievelijk 7% en 9% (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).

Leerverlies naar achtergrondkenmerk

Het leerverlies tijdens de eerste lockdown was het grootst voor kinderen van ouders die kort onderwijs hebben gevolgd. Kinderen uit gezinnen waarin een of beide ouders maximaal het basisonderwijs heeft afgerond, boeken een groter leerverlies dan kinderen uit gezinnen waarin een of beide ouders een beroepsopleiding of wetenschappelijke opleiding heeft afgerond (Engzell, Frey & Verhagen, 2020). Dit verschil in opleiding doet zich vooral voor bij kinderen uit de vroegere leerjaren (Inspectie van het Onderwijs, 2021). Na de tweede lockdown, in de winter van 2020-2021, bestaat het verschil in opleiding vooral voor spelling en rekenen, en is het voor begrijpend lezen miniem (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021). 

Ook voor andere achtergrondkenmerken treden er verschillen op. De groei in prestaties in begrijpend lezen, spelling en wiskunde door de schoolsluiting is gemiddeld sterker achteruit gelopen voor kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond, kinderen uit eenoudergezinnen, kinderen uit grote gezinnen, meisjes en kinderen die voor corona al minder sterk presteerden op school (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021). Het verschil bij niet-westerse migratieachtergrond doet zich vooral voor bij kinderen van de eerste generatie, die zelf in het buitenland geboren zijn. De achterstand speelt bij hen vooral bij begrijpend lezen en spelling (Inspectie van het Onderwijs, 2021).

Na de tweede lockdown zijn de verschillen voor deze achtergrondkenmerken kleiner geworden tot nagenoeg verdwenen (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021). Sterke leerlingen blijken de achteruitgang in de ontwikkeling van de leerprestaties na de tweede lockdown nagenoeg te hebben ingelopen, terwijl zwakke leerlingen op een lichte achterstand blijven staan. Dit is het geval bij begrijpend lezen (Cito, 2021).

Leerverlies naar school

Basisscholen met gemiddeld minder sterke leerprestaties voor de lockdown, laten tijdens de eerste lockdown een sterkere achteruitgang zien dan basisscholen met gemiddeld sterke prestaties. Na de tweede lockdown is dit verschil even groot gebleven voor spelling en rekenen, en verdwenen voor begrijpend lezen (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021). Blijkens Vlaams onderzoek zijn de verschillen tussen basisscholieren in de leerprestaties bij Nederlands en wiskunde toegenomen tijdens de lockdown. Dit verschil tussen leerlingen is zowel binnen scholen als tussen scholen gegroeid (De Witte & Maldonado, 2020). Het sluiten van scholen en de snelle transitie naar online onderwijs heeft ervoor gezorgd dat de kansenongelijkheid groeit.

Oorzaken leerverlies

Het leerverlies komt mogelijk doordat leerlingen thuis zijn aangewezen op begeleiding van de ouders en andere verzorgers. Vermoedelijk hebben ouders minder tijd voor deze begeleiding en zijn zij hier ook minder bekwaam in dan leerkrachten. Dit speelt in het bijzonder bij de kinderen van ouders met een korte onderwijsloopbaan. Zij blijken tijdens de eerste lockdown minder intensieve begeleiding te hebben gekregen bij het schoolwerk dan kinderen van ouders met een lange onderwijsloopbaan. Dit komt waarschijnlijk mede doordat hun ouders zich minder capabel voelen om te helpen. Kinderen van ouders met een lager inkomen beschikken bovendien minder vaak over hulpbronnen in huis, zoals een computer met internetverbinding en een eigen plek om te leren (Bol, 2020).

Het deels inlopen van het leerverlies na de tweede lockdown kan mogelijk komen door gewenning en ervaring. Docenten hebben kunnen voortbouwen op het online onderwijs dat ze tijdens de eerste lockdown hebben ontwikkeld. Hiernaast hebben scholen de aandacht gericht op het wegwerken van de leerachterstanden uit de eerste lockdown, met prioriteit voor de basisvakken taal en rekenen (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).