8 maart 2023

Basis- en middelbare scholen in Nederland zijn in het voorjaar van 2020 en de winter van 2020-21 niet tot beperkt geopend geweest. De schoolsluitingen waren onderdeel van de landelijke lockdowns, door de Rijksoverheid ingesteld om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Kinderen hebben in deze periodes les gekregen vanuit huis via het beeldscherm en een internetverbinding. 92% van de docenten in het basisonderwijs geeft aan dat leerlingen thuis digitaal instructie kregen en schoolwerk maakten (Inspectie van het Onderwijs, 2022). De schoolsluitingen en het online thuisonderwijs hebben in het basisonderwijs korter geduurd dan in het voortgezet onderwijs: dertien weken volledig en vier weken gedeeltelijk tegenover negentien weken volledig en negentien weken gedeeltelijk (Rijksoverheid, 2021).

Naast de schoolsluitingen heeft het onderwijs ook op andere manieren gevolgen ondervonden van het coronavirus. Er zijn veel lessen uitgevallen vanwege besmettingen bij de docent en/of een of meer leerlingen, soms resulterend in een quarantaine of thuisisolatie.

Leerontwikkeling basisonderwijs

De schoolsluitingen en het online thuisonderwijs hebben geleid tot een achteruitgang in de ontwikkeling van de leerprestaties. Nederlandse basisscholieren hebben gedurende de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 minder sterk gepresteerd dan leeftijdsgenoten in schooljaren zonder lockdown. Het leerverlies staat gelijk aan ongeveer een vijfde schooljaar, nagenoeg even lang als de eerste lockdown heeft geduurd. Dit betekent dat kinderen tijdens de eerste lockdown weinig tot geen vooruitgang hebben geboekt in het onderwijs. Het leerverlies treedt op voor de lesonderdelen begrijpend lezen, spelling en rekenen-wiskunde (Engzell, Frey & Verhagen, 2020).

Het leerverlies blijkt na de tweede lockdown, in de winter van 2020-2021, deels te zijn ingelopen. Nederlandse basisscholieren hebben na anderhalf schooljaar met lockdowns een achterstand van tien weken bij rekenen-wiskunde, zeven weken bij begrijpend lezen en zes weken bij spelling in de onderbouw. Bovenbouwleerlingen blijken op spelling sterker te presteren dan leeftijdsgenoten in schooljaren zonder lockdowns (Nationaal Programma Onderwijs, 2021); Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).

Aan het eind van 2021-2022, het eerste schooljaar sinds corona zonder lockdown, is er nog altijd sprake van leerachterstanden. Basisscholieren hebben in de 2,5 jaar sinds de komst van corona op het gebied van spelling en rekenen-wiskunde minder geleerd dan leeftijdsgenoten voor corona. Het gaat om een achterstand die gelijk staat aan vijftien weken onderwijs. Voor begrijpend lezen is de achterstand ingelopen (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2022).

Leerontwikkeling voortgezet onderwijs

Nederlandse middelbare scholieren in de onderbouw hebben na anderhalf schooljaar met lockdowns een groter leerverlies opgelopen dan basisscholieren. De achterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten in schooljaren zonder lockdowns is gemiddeld 27 weken voor leesvaardigheid in het Nederlands en veertien weken voor rekenen. Tegelijkertijd zijn de prestaties voor woordenschat in het Nederlands en leesvaardigheid in het Engels ten opzichte van eerdere jaren stabiel. Leerlingen blijken op woordenschat in het Engels sterker te zijn gaan presteren (Nationaal Programma Onderwijs, 2021; Cito, 2021). 

Brugklassers zijn na de zomer in 2020, met de eerste lockdown achter de rug, en na de zomer in 2021, na de tweede lockdown, ingestroomd uit het basisonderwijs met een lagere leesvaardigheid in het Nederlands dan leeftijdsgenoten in eerdere schooljaren zonder lockdown. Voor de leesvaardigheid in het Engels is het instroomniveau juist gestegen tijdens de coronaperiode (Cito, 2022; Cito, 2021).

Leerontwikkeling naar leerjaar en opleidingstype

Het leerverlies tijdens de lockdowns is bij begrijpend lezen en rekenen-wiskunde het grootst voor leerlingen uit groep 7, gevolgd door groep 6 en groep 5. Op spelling treedt de achteruitgang vooral op in groep 4, gevolgd door groep 5. Groep 6- en 7-leerlingen boeken op spelling een leerwinst ten opzichte van leeftijdsgenoten voor corona (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).

In het voortgezet onderwijs is de leervertraging het grootst op het vmbo, gevolgd door de havo en het vwo. Vmbo-leerlingen lopen na anderhalf schooljaar met lockdowns gemiddeld een schooljaar achter voor leesvaardigheid in het Nederlands en zestien weken voor rekenen, terwijl het op het vwo gaat om achtereenvolgens negen en vijf weken (Nationaal Programma Onderwijs, 2021).

Leerontwikkeling naar opleidingsniveau ouders

Het leerverlies tijdens de lockdowns is het grootst voor kinderen van ouders die kort onderwijs hebben gevolgd. Leerlingen uit gezinnen waarin een of beide ouders maximaal het basisonderwijs hebben afgerond, boeken tijdens de eerste lockdown een grotere vertraging dan leerlingen uit gezinnen waarin een of beide ouders een beroepsopleiding of wetenschappelijke opleiding hebben afgerond (Engzell, Frey & Verhagen, 2020). Dit verschil doet zich vooral voor bij leerlingen uit de vroegere leerjaren (Inspectie van het Onderwijs, 2021). 

Na de tweede lockdown, in de winter van 2020-2021, blijft het verschil voor het ouderlijk opleidingsniveau bestaan. Het is er dan vooral voor spelling en rekenen, terwijl het voor begrijpend lezen miniem is (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021). Aan het eind van 2021-2022, het eerste schooljaar sinds corona zonder lockdown, keert het verschil. Het zijn dan de leerlingen van ouders die lang onderwijs hebben gevolgd die het meest op achterstand staan. Dit is het geval in begrijpend lezen, spelling en rekenen-wiskunde (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2022).

Leerontwikkeling naar achtergrondkenmerk

Ook voor andere achtergrondkenmerken treden er verschillen op. Het leerverlies in begrijpend lezen, spelling en rekenen-wiskunde tijdens de lockdowns is gemiddeld groter voor kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond, kinderen uit minder welvarende gezinnen, kinderen uit eenoudergezinnen en kinderen uit grote gezinnen (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021). Het verschil bij niet-westerse migratieachtergrond doet zich vooral voor bij kinderen van de eerste generatie, die zelf in het buitenland geboren zijn. De leervertraging speelt bij hen vooral bij begrijpend lezen en spelling (Inspectie van het Onderwijs, 2021).

De verschillen voor de achtergrondkenmerken zijn na de tweede lockdown wel kleiner dan na de eerste lockdown (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021). Sterker presterende leerlingen blijken de leervertraging na de tweede lockdown bovendien nagenoeg te hebben ingelopen, terwijl zwakker presterende leerlingen op een lichte achterstand blijven staan. Dit is het geval bij begrijpend lezen (Cito, 2021).

Leerontwikkeling naar school

Basisscholen waarop gemiddeld veel leerlingen zitten met ouders die kort onderwijs hebben gevolgd, laten tijdens de lockdowns een groter leerverlies zien dan basisscholen met gemiddeld veel leerlingen met ouders die langer onderwijs hebben gevolgd. Dit is sterker het geval voor spelling en rekenen-wiskunde dan voor begrijpend lezen. Hiernaast bestaat er een verschil voor de schoolgrootte. De leervertraging is op basisscholen met minder dan 140 leerlingen groter dan op basisscholen met meer dan 220 leerlingen (Nationaal Programma Onderwijs, 2021; Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).

De schoolsluitingen en het online thuisonderwijs hebben ervoor gezorgd dat de kansenongelijkheid groeit. Blijkens Vlaams onderzoek zijn de verschillen tussen basisscholieren in de leerprestaties bij Nederlands en wiskunde toegenomen tijdens de lockdown. Dit verschil tussen leerlingen is zowel binnen scholen als tussen scholen gegroeid (De Witte & Maldonado, 2020). In het voortgezet onderwijs in Nederland is het verschil tussen scholen tijdens de lockdowns sterker gegroeid dan binnen scholen. Dit duidt er waarschijnlijk op dat de ene middelbare school er sterker in is geslaagd zich aan te passen aan het online thuisonderwijs dan de andere school (Nationaal Programma Onderwijs, 2021).

Oorzaken leerverlies

De leervertragingen komen mogelijk mede doordat leerlingen thuis zijn aangewezen op begeleiding van de ouders en andere verzorgers. Vermoedelijk hebben ouders minder tijd voor deze begeleiding en zijn zij hier ook minder bekwaam in dan leerkrachten. Dit speelt in het bijzonder bij de kinderen van ouders die kort onderwijs hebben gevolgd. Zij blijken tijdens de eerste lockdown minder intensieve begeleiding te hebben gekregen bij het schoolwerk dan kinderen van ouders met een langere onderwijsloopbaan. Hun ouders voelen zich mogelijk minder capabel om te helpen. Kinderen van ouders met een lager inkomen beschikken bovendien minder vaak over hulpbronnen in huis, zoals een computer met internetverbinding en een eigen plek om te leren (Bol, 2020).

Het deels inlopen van het leerverlies na de tweede lockdown, en vooral bij leerlingen van ouders met een kortere onderwijsloopbaan, komt mogelijk door gewenning en ervaring. Docenten bieden in grotere getale online onderwijs aan, en hebben de kwaliteit hiervan verder ontwikkeld. Tevens hebben ze de samenwerking met ouders verbeterd (Segers et al., 2022). Hiernaast hebben scholen de aandacht gericht op het wegwerken van de leervertragingen uit de eerste lockdown, met prioriteit voor de basisvakken taal en rekenen. Ze kunnen dit mede doen met geld en kennis uit het Nationaal Programma Onderwijs, waaronder een menukaart met effectieve interventies voor bijscholing (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).

Leerontwikkeling andere landen

Overzichten van studies uit verschillende landen bevestigen de situatie in Nederland. De schoolsluitingen en het online onderwijs hebben ervoor gezorgd dat de leerprestaties in de 2,5 jaar sinds de komst van corona achteruit zijn gegaan, zowel bij basis- als middelbare scholieren. Uit een meta-analyse van 42 studies uit vijftien landen komt een ‘verwaarloosbaar’ negatief effect naar voren (Cohen’s d = -0,14) (Betthäuser, Bach-Mortensen & Engzell, 2023).

Het effect is negatiever voor rekenen en wiskunde dan voor lezen en leesvaardigheid (Betthäuser, Bach-Mortensen & Engzell, 2023). Het negatieve effect treedt vooral op bij jongere leerlingen en bij leerlingen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status (Hammerstein et al., 2021). In Zweden, waar de scholen open bleven, is er geen sprake van een leerverlies in begrijpend lezen voor leerlingen in de onderbouw van het basisonderwijs (Hallin et al., 2022).