4 november 2021

Basis- en middelbare scholen in Nederland zijn in het voorjaar van 2020 en de winter van 2020-21 niet tot beperkt geopend geweest. De schoolsluitingen waren onderdeel van de landelijke lockdowns, door de Rijksoverheid ingesteld om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Kinderen hebben in deze periodes les gekregen vanuit huis via het beeldscherm en een internetverbinding. De schoolsluitingen en het online thuisonderwijs hebben in het basisonderwijs korter geduurd dan in het voortgezet onderwijs: dertien weken volledig en vier weken gedeeltelijk tegenover negentien weken volledig en negentien weken gedeeltelijk (Rijksoverheid, 2021).

Leerontwikkeling basisonderwijs

De schoolsluitingen en het online thuisonderwijs hebben geleid tot een achteruitgang in de ontwikkeling van de leerprestaties. Nederlandse basisscholieren hebben gedurende de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 gemiddeld drie percentielpunten minder sterk gepresteerd ten opzichte van leeftijdsgenoten in schooljaren zonder lockdown. Dit staat gelijk aan een leerverlies van ongeveer een vijfde schooljaar, nagenoeg even lang als de eerste lockdown heeft geduurd. Dit betekent dat kinderen in de eerste lockdown weinig tot geen vooruitgang hebben geboekt in het onderwijs (Engzell, Frey & Verhagen, 2020).

Het leerverlies treedt op voor de lesonderdelen begrijpend lezen, spelling en rekenen-wiskunde (Engzell, Frey & Verhagen, 2020). Uit Amerikaans onderzoek komt het bovendien naar voren voor de vloeiendheid in het lezen van woorden, zinnen en teksten (Domingue et al., 2021).

Het leerverlies blijkt na de tweede lockdown, in de winter van 2020-2021, deels te zijn ingelopen. Nederlandse basisscholieren hebben na anderhalf schooljaar met lockdowns een achterstand van tien weken bij rekenen-wiskunde, zeven weken bij begrijpend lezen en zes weken bij spelling in de onderbouw. Bovenbouwleerlingen blijken op spelling sterker te presteren dan leeftijdsgenoten in schooljaren zonder lockdowns (Nationaal Programma Onderwijs, 2021); Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).

Leerontwikkeling voortgezet onderwijs

Nederlandse middelbare scholieren hebben na anderhalf schooljaar met lockdowns een groter leerverlies opgelopen dan basisscholieren. De achterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten in schooljaren zonder lockdowns is gemiddeld 27 weken voor leesvaardigheid in het Nederlands en veertien weken voor rekenen. Tegelijkertijd zijn de prestaties voor woordenschat in het Nederlands en leesvaardigheid in het Engels ten opzichte van eerdere jaren stabiel. Leerlingen blijken op woordenschat in het Engels sterker te zijn gaan presteren (Nationaal Programma Onderwijs, 2021; Cito, 2021). 

Brugklassers zijn na de zomer in 2020, met de eerste lockdown achter de rug, ingestroomd uit het basisonderwijs op een lager niveau dan leeftijdsgenoten in eerdere schooljaren zonder lockdown (Cito, 2021).

Leerontwikkeling naar leerjaar en opleidingstype

Het leerverlies tijdens de lockdowns is bij begrijpend lezen en rekenen-wiskunde het grootst voor leerlingen uit groep 7, gevolgd door groep 6 en groep 5. Op spelling treedt de achteruitgang vooral op in groep 4, gevolgd door groep 5. Groep 6- en 7-leerlingen boeken op spelling een leerwinst ten opzichte van leeftijdsgenoten voor corona (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).

In het voortgezet onderwijs is de leervertraging het grootst op het vmbo, gevolgd door de havo en het vwo. Vmbo-leerlingen lopen na anderhalf schooljaar met lockdowns gemiddeld een schooljaar achter voor leesvaardigheid in het Nederlands en zestien weken voor rekenen, terwijl het op het vwo gaat om achtereenvolgens negen en vijf weken (Nationaal Programma Onderwijs, 2021).

Leerontwikkeling naar achtergrondkenmerk

Het leerverlies tijdens de lockdowns is het grootst voor kinderen van ouders die kort onderwijs hebben gevolgd. Kinderen uit gezinnen waarin een of beide ouders maximaal het basisonderwijs hebben afgerond, boeken een grotere vertraging dan kinderen uit gezinnen waarin een of beide ouders een beroepsopleiding of wetenschappelijke opleiding hebben afgerond (Engzell, Frey & Verhagen, 2020). Dit verschil in opleiding bij de ouders doet zich vooral voor bij kinderen uit de vroegere leerjaren (Inspectie van het Onderwijs, 2021). Na de tweede lockdown, in de winter van 2020-2021, bestaat het verschil voor het ouderlijk opleidingsniveau vooral voor spelling en rekenen, en is het voor begrijpend lezen miniem (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).

Ook voor andere achtergrondkenmerken treden er verschillen op. Het leerverlies in begrijpend lezen, spelling en rekenen-wiskunde door de schoolsluitingen en het online thuisonderwijs is gemiddeld groter voor kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond, kinderen uit minder welvarende gezinnen, kinderen uit eenoudergezinnen en kinderen uit grote gezinnen (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021). Het verschil bij niet-westerse migratieachtergrond doet zich vooral voor bij kinderen van de eerste generatie, die zelf in het buitenland geboren zijn. De leervertraging speelt bij hen vooral bij begrijpend lezen en spelling (Inspectie van het Onderwijs, 2021).

De verschillen voor de achtergrondkenmerken zijn na de tweede lockdown kleiner dan na de eerste lockdown (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021). Sterk presterende leerlingen blijken de leervertraging na de tweede lockdown nagenoeg te hebben ingelopen, terwijl zwakker presterende leerlingen op een lichte achterstand blijven staan. Dit is het geval bij begrijpend lezen (Cito, 2021).

Leerontwikkeling naar school

Basisscholen waarop gemiddeld veel leerlingen zitten met ouders die kort onderwijs hebben gevolgd, laten een groter leerverlies zien dan basisscholen met gemiddeld veel leerlingen met ouders die langer onderwijs hebben gevolgd. Dit is sterker het geval voor spelling en rekenen-wiskunde dan voor begrijpend lezen. Hiernaast bestaat er een verschil voor de schoolgrootte. De leervertraging is op basisscholen met minder dan 140 leerlingen groter dan op basisscholen met meer dan 220 leerlingen (Nationaal Programma Onderwijs, 2021; Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).

De schoolsluitingen en het online thuisonderwijs hebben ervoor gezorgd dat de kansenongelijkheid groeit. Blijkens Vlaams onderzoek zijn de verschillen tussen basisscholieren in de leerprestaties bij Nederlands en wiskunde toegenomen tijdens de lockdown. Dit verschil tussen leerlingen is zowel binnen scholen als tussen scholen gegroeid (De Witte & Maldonado, 2020). In het voortgezet onderwijs in Nederland is het verschil tussen scholen tijdens de lockdowns sterker gegroeid dan binnen scholen. Dit duidt er waarschijnlijk op dat de ene middelbare school er sterker in is geslaagd zich aan te passen aan het online thuisonderwijs dan de andere school (Nationaal Programma Onderwijs, 2021).

Oorzaken leerverlies

De leervertragingen komen mogelijk mede doordat leerlingen thuis zijn aangewezen op begeleiding van de ouders en andere verzorgers. Vermoedelijk hebben ouders minder tijd voor deze begeleiding en zijn zij hier ook minder bekwaam in dan leerkrachten. Dit speelt in het bijzonder bij de kinderen van ouders die kort onderwijs hebben gevolgd. Zij blijken tijdens de eerste lockdown minder intensieve begeleiding te hebben gekregen bij het schoolwerk dan kinderen van ouders met een langere onderwijsloopbaan. Hun ouders voelen zich mogelijk minder capabel om te helpen. Kinderen van ouders met een lager inkomen beschikken bovendien minder vaak over hulpbronnen in huis, zoals een computer met internetverbinding en een eigen plek om te leren (Bol, 2020).

Het deels inlopen van het leerverlies na de tweede lockdown komt mogelijk door gewenning en ervaring. Docenten hebben kunnen voortbouwen op het online onderwijs dat ze tijdens de eerste lockdown ontwikkelden. Hiernaast hebben scholen de aandacht gericht op het wegwerken van de leervertragingen uit de eerste lockdown, met prioriteit voor de basisvakken taal en rekenen. Ze kunnen dit mede doen met geld en kennis uit het Nationaal Programma Onderwijs, waaronder een menukaart met effectieve interventies voor bijscholing (Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, 2021).