Voortgezet onderwijs
15-jarige vwo-leerlingen lezen vaker voor het plezier dan 15-jarige havo-leerlingen. Zij lezen weer vaker voor het plezier dan 15-jarige vmbo-leerlingen en leerlingen in het praktijkonderwijs (Dood, Gubbels & Segers, 2020).
De regelmaat waarmee leerlingen boeken lezen, verschilt ook per opleidingstype. 11% van de havisten en vwo’ers leest dagelijks een boek, tegenover 8% van de vmbo’ers in de theoretische leerweg en 5% in de andere leerwegen (KvB Boekwerk & GfK, 2025, meting 74). Een kwart van de havo- en vwo-leerlingen in leerjaar 2 leest ten minste een half uur per dag in een boek, terwijl het gaat om 17% van de leerlingen in de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo en 12% in basis- en kaderberoeps (Inspectie van het Onderwijs, 2024). Vmbo-leerlingen in de theoretische leerweg lezen het vaakst dagelijks in de vrije tijd een boek, gevolgd door hun leeftijdgenootjes in achtereenvolgens de gemengde, de kaderberoepsgerichte en de basisberoepsgerichte leerweg (Monitor de Bibliotheek op school voortgezet onderwijs, 2020).
Leerlingen op de havo en het vwo en studenten op het hbo en de universiteit zijn relatief vaak boekenwurmen, die regelmatig een boek lezen en hier plezier aan beleven. Leerlingen op het vmbo en studenten op het mbo zijn relatief vaak boekmijders, die weinig boeken lezen en hier weinig plezier aan beleven (Stalpers, 2020).
De verschillen in leesgedrag tussen de opleidingstypen zijn het grootst voor fictieboeken. Acht op de tien vwo-leerlingen en tweederde van de havisten leest weleens fictie. Het gaat om de helft op het vmbo in de gemengde en theoretische leerweg, een derde in kaderberoeps en een kwart in basisberoeps. Voor het lezen van non-fictieboeken, stripboeken, kranten en tijdschriften zijn de onderlinge verschillen kleiner (Dood, Gubbels & Segers, 2020).
Basisonderwijs
Zes- tot twaalfjarige kinderen met hoger opgeleide ouders lezen het vaakst. Ook lezen hun ouders hen het vaakst voor. Bovendien lezen zij het grootste aantal boeken per jaar. 38% van de zes- tot twaalfjarige kinderen met hoger opgeleide ouders las het afgelopen jaar tien boeken of meer; bij kinderen met lager en midden opgeleide ouders gaat het om 21%. Twee op de tien zes- tot twaalfjarigen met lager opgeleide ouders las het afgelopen jaar geen enkel boek. Bij kinderen met midden opgeleide ouders is dit 4% en bij kinderen met hoger opgeleide ouders 3% (NMO Kids Monitor, 2025).