Citeren? Stichting Lezen - Leesmonitor(2026). Kernvaardigheden vijfjarigen hangen samen met voorlezen en leesomgeving thuis. https://www.lezen.nl/onderzoek/kernvaardigheden-vijfjarigen-hangen-samen-met-voorlezen-en-leesomgeving-thuis/.
14 september 2026

IELS biedt aanvulling op PIRLS en PISA

In 2025 nam Nederland deel aan de tweede editie van het internationaal vergelijkend onderzoek IELS (International Early Learning and Child Well-being Study) van de OECD. Naast Nederland namen zeven andere landen deel aan het onderzoek, dat in 2018 voor het eerst werd afgenomen in drie landen. IELS biedt inzicht in de beginnende geletterdheid en gecijferdheid, executieve functies en sociaal-emotionele competenties van vijfjarige leerlingen.  

De resultaten laten zien dat er grote verschillen zijn in de kennis en vaardigheden waarmee kinderen hun schoolloopbaan beginnen. Deze verschillen kunnen bepalend zijn voor de verdere ontwikkeling en onderwijskansen. Bovendien onderstrepen ze het belang van vroegtijdige interventies. De kennis uit het IELS-onderzoek vormt daarmee een belangrijke aanvulling op al lopende internationale onderzoeken als PIRLS en PISA, waarin de vaardigheden van leerlingen op respectievelijk tien- en vijftienjarige leeftijd in kaart worden gebracht. Aan het IELS-onderzoek deden 2.821 leerlingen mee van 182 scholen in het regulier basisonderwijs in Nederland (Swart et al., 2026).  

Beginnende geletterdheid hangt samen met andere domeinen

De drie onderzochte domeinen hangen matig tot sterk met elkaar samen: hoe hoger de score voor fundamenteel leren, hoe hoger de score voor executieve functies en sociaal-emotionele competenties. Meisjes scoren gemiddeld hoger op beginnende geletterdheid en emotionele identificatie dan jongens. Beide groepen laten een sterke samenhang zien tussen beginnende geletterdheid en beginnende gecijferdheid, werkgeheugen en emotionele identificatie. Bij dit laatste onderdeel moesten de leerlingen aangeven hoe een personage in een kort verhaal zich voelde aan de hand van plaatjes van verschillende gezichtsuitdrukkingen (Swart et al., 2026). 

Belang van aantal boeken in huis

Naast de test zelf zijn via vragenlijsten aan leerkrachten en ouders gegevens verzameld over algemene ontwikkelingsvaardigheden, sociaal-economische positie, thuistaal en thuisleeromgeving. De sociaal-economische positie hangt matig samen met vaardigheden in beginnende geletterdheid. Ook de beschikbaarheid van boeken in huis speelt een rol. Kinderen uit gezinnen met meer boeken worden vaker voorgelezen en behalen hogere scores op beginnende geletterdheid. Deze samenhang blijft bestaan wanneer rekening wordt gehouden met de sociaal-economische positie van het gezin. Dit betekent dat een rijke leesomgeving thuis, onafhankelijk van sociaal-economische verschillen, bijdraagt aan de ontwikkeling van geletterdheid (Swart et al., 2026). 

Belang van voorlezen 

63% van de leerlingen wordt thuis vijf dagen per week of vaker voorgelezen, bijna 20% wordt thuis minder dan drie keer per week voorgelezen. Leerlingen die ten minste vijf keer per week worden voorgelezen behalen hogere scores op beginnende geletterdheid, beginnende gecijferdheid en emotionele identificatie dan kinderen die minder vaak of niet worden voorgelezen. Regelmatig voorlezen lijkt daarmee bij te dragen aan een sterkere start van de schoolloopbaan (Swart et al., 2026).

Deelname aan kinderopvang

Tot slot laat het onderzoek een klein maar significant verschil zien tussen kinderen die op driejarige leeftijd gematigd (1-3 dagen per week) gebruikmaakten van kinderopvang en kinderen die de kinderopvang wekelijks vaker of juist nooit bezochten. De eerstgenoemde groep scoorde hoger op beginnende geletterdheid dan de andere kinderen (Swart et al., 2026).