10 februari 2021

Het geniet de voorkeur om op jonge leeftijd te beginnen met voorlezen. Hoe jonger kinderen zijn als hun ouders van start gaan met het voorleesverhaal, hoe groter hun woordenschat op 2-jarige leeftijd (Debaryshe, 1993). Baby’s die worden voorgelezen, lopen op een leeftijd van 15 maanden voor in hun taalontwikkeling, en breiden deze voorsprong vervolgens verder uit (Van den Berg & Bus, 2015). Baby’s die meer dan 10 minuten per dag worden voorgelezen, hebben een 2,5 keer zo grote kans om met een voldoende woordenschat aan school te beginnen (Farrant & Zubrick, 2013).​

Het voorlezen van baby-tastboekjes lokt meer talige geluiden uit dan het spelen met poppen of speelgoed. 1-jarigen produceren bij deze activiteit meer klinker-tonen en meer combinaties van klinkers en medeklinkers. Dit komt zowel door de boekentaal als door de interactie. Moeders reageren namelijk taliger op het talige gebrabbel van hun baby. Ze imiteren het ‘ba-ba’ of breiden het zelfs uit tot ‘bal’. Waarschijnlijk denken ze dat hun kind probeert te praten, en passen ze hun reactie daarop aan, om (bewust of onbewust) de taalontwikkeling te stimuleren (Gros-Louis, West & King, 2016).

Tijdens het voorlezen is het taalgebruik van ouders, wat betreft vocabulaire en grammatica, diverser en complexer dan tijdens andere gesprekjes met het kind. Kinderen die al jong worden voorlezen, hebben daar op school profijt van. Op 7- tot 10-jarige leeftijd hebben zij gemiddeld een rijkere woordenschat, een sterker leesbegrip en een hogere leesmotivatie (Demir-Lira et al., 2019).

Op de basisschool kan voorlezen ook stimulerend werken. Kinderen in klassen waarin regelmatig wordt voorgelezen, gaan in de loop van het schooljaar sterker vooruit in leesfrequentie dan kinderen in klassen waarin dit niet gebeurt (Van der Sande et al., 2019). Op de middelbare school kan interactief voorlezen resultaat sorteren. Jongeren gaan sterker vooruit in woordenschat, leesvaardigheid en leesmotivatie als de docent voorleest dan wanneer zij zelf (stil) lezen (Olagbaju & Babalola, 2020). Tegelijkertijd denken de leerlingen de informatie dieper te kunnen onthouden dankzij het zelf (stil) lezen (Reed et al., 2014).