Tijdens de lockdowns, die zijn ingesteld om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen, zijn basis- en middelbare scholen in Nederland niet of slechts beperkt geopend. Kinderen krijgen vanuit huis les, en zien de docent en de andere leerlingen online, via het beeldscherm. 

Het thuisonderwijs blijkt te leiden tot een achteruitgang in de leerprestaties. Nederlandse basisscholieren hebben gedurende de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 gemiddeld drie percentielpunten minder sterk gepresteerd ten opzichte van leeftijdsgenootjes in schooljaren zonder lockdown. Dit staat gelijk aan ongeveer een vijfde schooljaar, nagenoeg even lang als de eerste lockdown heeft geduurd. Kinderen hebben in deze maanden weinig tot geen vooruitgang geboekt in het onderwijs (Engzell, Frey & Verhagen, 2020).

Het leerverlies is ongeveer even groot voor de lesonderdelen lezen, spelling en wiskunde. Nederlandse kinderen uit lager opgeleide gezinnen, van wie ten minste één ouder maximaal het basisonderwijs heeft afgerond, boeken een groter leerverlies dan kinderen van hoger opgeleide ouders (Engzell, Frey & Verhagen, 2020). Bovendien zijn blijkens Vlaams onderzoek de verschillen tussen basisscholieren in de leerprestaties bij Nederlands en wiskunde toegenomen. Het verschil tussen leerlingen is zowel binnen scholen als tussen scholen gegroeid. Het sluiten van scholen en de snelle transitie naar online onderwijs zorgt ervoor dat de kansenongelijkheid groeit (De Witte & Maldonado, 2020).

Het leerverlies wordt mogelijk veroorzaakt doordat leerlingen thuis zijn aangewezen op begeleiding van de ouders en andere verzorgers. Het zou kunnen dat de kwantiteit en kwaliteit hiervan lager is dan van de docent. Dit zou in het bijzonder kunnen spelen bij de kinderen van lager opgeleide ouders. Kinderen van lager opgeleide ouders blijken tijdens de eerste lockdown minder intensieve begeleiding te hebben gekregen bij het schoolwerk dan kinderen van hoger opgeleide ouders. Dit komt waarschijnlijk mede doordat hun ouders zich minder capabel voelen om te helpen. Kinderen van ouders met een lager inkomen beschikken bovendien minder vaak over hulpbronnen in huis, zoals een computer met internetverbinding en een eigen plek om te leren (Bol, 2020).