3 september 2026

Hoe wordt er gelezen in gezinnen waarin naast het Nederlands ook andere talen worden gebruikt? En wat hebben ouders nodig om de leesontwikkeling van hun kinderen te ondersteunen? In opdracht van Stichting Lezen en KB, nationale bibliotheek heeft Motivaction een onderzoek uitgevoerd naar Nederlanders met een biculturele achtergrond. 

In het onderzoek komen de vier grootste groepen – Nederlanders met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Caribische achtergrond – aan bod. Zij zijn op straat benaderd in verschillende Nederlandse steden. In totaal namen meer dan 1100 respondenten deel aan het onderzoek. 

Wat valt op?

  • De biculturele groepen verschillen in bibliotheekbezoek: Surinaamse Nederlanders bezoeken de bibliotheek het vaakst, terwijl Marokkaanse en Turkse Nederlanders hier het minst vaak naartoe gaan. Zij voelen zich ook minder vaak welkom in de bibliotheek, waar Surinaamse Nederlanders zich het vaakst welkom voelen. Caribische Nederlanders geven het vaakst aan dat het bibliotheekaanbod over hun land of cultuur van herkomst onvoldoende is.
  • Het thuistaalgebruik verschilt per biculturele groep: Surinaamse en Caribische Nederlanders lezen het vaakst (voor)in het Nederlands, Turkse en Marokkaanse Nederlanders relatief minder. Talen waarin wordt voorgelezen zijn onder andere het Turks, Berbers/Tamazight, Arabisch, Sranantongo en Papiaments, maar ook het Koerdisch en Spaans worden genoemd. 
  • Ouders ondersteunen hun kinderen op verschillende manieren bij het lezen: Turkse Nederlanders bieden hun kinderen relatief veel luisterboeken, Marokkaanse Nederlanders ruilen en lenen juist vaker boeken van vrienden en familie en Surinaamse en Caribische Nederlanders geven relatief vaak boeken cadeau. 
  • De behoefte aan ondersteuning verschilt: vooral onder de onderzochte Turkse ouders is behoefte aan praktische informatie over lezen, zoals tips om thuis te oefenen, informatie over de leesontwikkeling per leeftijd en over hoe school of kinderopvang met (voor)lezen omgaat.
  • Niet alle biculturele ouders zijn even bekend met leesbevorderingscampagnes: Surinaamse Nederlanders zijn het meest bekend met de Nationale Voorleesdagen, terwijl Turkse Nederlanders hier meer over zouden willen weten. Marokkaanse Nederlanders zijn het minst bekend met de campagnes. 

De resultaten laten zien dat er niet één meertalige lezer bestaat. Taalgebruik, leesgewoonten, manieren waarop ouders hun kinderen ondersteunen en behoeften aan informatie verschillen tussen de onderzochte groepen. Het volledige rapport geeft meer inzicht in deze verschillen en is hieronder te downloaden. 

Doelgroep(en)