Leesbeleid
Vrijwel alle scholen in het voortgezet onderwijs hebben een visie en doelstellingen op het gebied van leesonderwijs (95%). Ongeveer de helft (49%) van de scholen heeft dit vastgelegd in een leesbeleidsplan. Ruim de helft (56%) evalueert minimaal jaarlijks de inzet en opbrengsten van hun (formele of informele) leesbeleid en stelt dit zo nodig bij (DUO-Onderwijs, 2025).
Zes op de tien schoolleiders geeft aan dat er voldoende taakuren beschikbaar zijn om het leesbeleid goed uit te kunnen voeren, en vijf op de tien dat er voldoende budget is. Op ongeveer een op de vijf scholen zijn het beschikbare budget en de beschikbare taakuren onvoldoende. Schoolleiders op scholen met een meerderheid vmbo-leerlingen geven vaker aan dat er voldoende budget beschikbaar is dan op scholen met een meerderheid havo-/vwo-leerlingen (60 versus 45%) (DUO-Onderwijs, 2025).
Vakoverstijgend werken aan lezen
Ruim de helft (55%) van de docenten Nederlands geeft aan dat er op hun school vakoverstijgend aandacht is voor leesonderwijs. Volgens ruim een derde (37%) is de aandacht voor leesonderwijs er juist alleen bij het vak Nederlands (DUO-Onderwijs, 2025).
Acht op de tien docenten Nederlands geeft aan dat hun collega’s bij de andere taalvakken werken met verhalen en literatuur, terwijl dit volgens een op de vijf bij de zaakvakken gebeurt. Docenten van andere vakken in de havo en het vwo werken vaker met verhalen en literatuur dan binnen het vmbo. Ruim een derde (37%) van de schoolleiders zegt dat docenten Nederlands en docenten van andere vakken op hun school het leesonderwijs afstemmen (DUO-Onderwijs, 2025).
Acht op de tien scholen heeft een kernteam lezen. Docenten Nederlands maken hier vrijwel altijd deel van uit (in 94% van de gevallen). Het gaat verder om de helft van de docenten van de moderne vreemde talen, een derde van de docenten van de zaakvakken en 10% tot 16% van de leidinggevenden zoals directeuren, (con)rectors en afdelingsleiders (DUO-Onderwijs, 2025).