10 februari 2021

Jongeren behoren tot de meest fervente creatief schrijvers in hun vrije tijd. Binnen het literatuuronderwijs blijken 4-vwo-ers en 4-havisten baat te hebben bij creatief schrijven. Ze kunnen bijvoorbeeld het begin van een kort verhaal lezen, waarna ze zelf verder schrijven en tot slot het oorspronkelijke verhaal van begin tot eind lezen. Ze blijken met een dergelijke creatief schrijven opdracht sneller te lezen, vaker emotioneel te reageren en meer opmerkingen over de personages te maken. Ook is hun waardering voor het verhaal positiever (Janssen & Van den Bergh, 2010).

Wie creatief schrijft, structureert de gedachten, activeert de verbeelding en drukt zichzelf uit. Dat zijn deels handelingen die ook optreden bij het lezen. Kan creatief schrijven bijdragen aan de leesvaardigheid en aan de leesmotivatie? Het antwoord van een inventarisatie van beschikbaar onderzoek luidt bevestigend. Tegelijkertijd is enige voorzichtigheid geboden. De hoeveelheid onderzoek is beperkt, de kwaliteit schiet soms tekort en de causaliteit – beïnvloedt schrijven het lezen en/of andersom? – is niet altijd duidelijk (Stichting Lezen, 2017).

Verband creatief schrijven en literaire leesvaardigheid

Er zijn aanwijzingen dat er een relatie bestaat tussen creatief schrijven en de literaire leesvaardigheid. 5-havisten en 5-vwo-ers die uit zichzelf literatuur lezen en goed presteren in literatuurlessen, schrijven vaak ook betere korte verhalen en gedichten dan leerlingen met een lager literair competentieniveau. Dat geldt voor de criteria stijl, structuur en inhoud van het verhaal, maar ook voor de originaliteit. Het omgekeerde blijkt eveneens op te gaan. Leerlingen die goede gedichten schrijven, zijn vaak ook vaardiger in het lezen en interpreteren van poëzie (Janssen, Broekkamp & Smallegange, 2006).

Het zou kunnen dat er een positieve spiraal bestaat tussen literair lezen en creatief schrijven: de activiteiten versterken elkaar dan over en weer. Een andere mogelijkheid is dat er geen verband is, maar dat aan beide activiteiten andere factoren ten grondslag liggen, zoals intelligentie, motivatie of creativiteit. Beide hypotheses zijn niet tot nauwelijks getoetst (Stichting Lezen, 2017).