Citeren? Stichting Lezen - Leesmonitor(2022). Lezen wordt het vaakst gecombineerd met luisteren, kijken en communiceren. https://www.lezen.nl/onderzoek/lezen-wordt-het-vaakst-gecombineerd-met-luisteren-kijken-en-communiceren/.
16 december 2021

Nederlanders besteden 33% van de tijd die ze lezen (in boeken, kranten en tijdschriften, gedrukt en digitaal) mediamultitaskend (Waterloo, Wennekers & Wiegman, 2019). Dit is evenveel als in 2015 (32%), maar minder dan in 2013 (41%) (Wennekers, De Haan & Huysmans, 2016; Pennekamp & Kok, 2014). Mediamultitasken vindt vaker plaats tijdens het lezen dan tijdens het kijken en luisteren, ongeveer even vaak als tijdens het gamen, en minder vaak dan tijdens het communiceren (Waterloo, Wennekers & Wiegman, 2019). Mediamultitasken tijdens het lezen gebeurt vaker op digitale apparaten dan op papier. Het gaat om 45% van de schermtijd, tegenover 33% van de papieren tijd (Wennekers, Huysmans & De Haan, 2018).

Lezen wordt het vaakst gecombineerd met luisteren, gevolgd door kijken en communiceren (Wennekers, Huysmans & De Haan, 2018). Voor het lezen van boeken is het beeld vergelijkbaar. 59% van de Nederlanders luistert met enige regelmaat naar de radio tijdens het lezen van een boek, 59% sms’t of appt, 43% gebruikt sociale media, 43% kijkt naar de televisie, 37% surft op het internet, 37% bezoekt nieuwssites en -apps en 36% leest en schrijft e-mails. Het lezen van kranten en tijdschriften tijdens het lezen van boeken wordt door respectievelijk 29% en 28% met enige regelmaat gedaan (KvB Boekwerk & GfK, 2021, meting 55).

Het is de vraag in hoeverre mediamultitasken een correcte en passende benaming is voor het combineren van media-activiteiten. Het lezen van een boek kan op hetzelfde moment gebeuren als het luisteren naar een radio- of televisieprogramma, maar om een e-mail te lezen of schrijven, zal het lezen zeer waarschijnlijk (tijdelijk) gestaakt worden. Deze activiteiten wisselen elkaar eerder af dan dat ze gelijktijdig plaatsvinden. Er is in dat geval sprake van taskswitchen, dat blijkens wetenschappelijk onderzoek overwegend negatieve effecten kent.

Doelgroep(en)