Een meerderheid van de Nederlanders maakt gebruik van leesmedia. 83% van de bevolking van 14 jaar of ouder heeft in de afgelopen twaalf maanden een boek geheel of gedeeltelijk gelezen (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47). Terwijl het aantal mensen dat zegt in het voorafgaande jaar een gedrukt boek te hebben gelezen tussen 2012 en 2016 is gedaald van 78% naar 74% van de bevolking, is dit voor het e-boek gegroeid van 16% naar 23% (Van den Broek & Gieles, 2018).

15% van de Nederlanders geeft aan helemaal nooit in een boek te lezen. Het aantal nooit-lezers van kranten (15%) en tijdschriften (17%) ligt ongeveer even hoog (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47). De cijfers zijn representatief voor de bevolking, op het aantal laaggeletterden na. Deze groep is waarschijnlijk onvoldoende leesvaardig om een schriftelijke vragenlijst in te vullen.

Drie op de tien mensen lezen vrijwel elke dag in een boek. Hiermee worden boeken op dagelijkse basis minder gelezen dan kranten (47%) en meer dan tijdschriften (13%). Nederlanders zijn de leesmedia de laatste jaren op dagelijkse basis minder gaan gebruiken. De daling bij kranten en tijdschriften is, met 19 en 9 procentpunten tussen 2013 en 2019, groter dan bij boeken (6 procentpunten) (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 47). De groep lezers van boeken op dagelijkse en wekelijkse basis (‘frequent’) daalt ook op langere termijn: van 51% in 2009 naar 43% in 2018. Het aantal lezers van boeken op maandelijkse basis (‘incidenteel’) groeit in deze periode van 38% naar 48% (KvB Boekwerk, Stichting Lezen & GfK, 2018). Het leesgedrag van boeken lijkt op te veren tijdens de intelligente lockdown.

Doelgroep(en)