10 februari 2021

24% van de Nederlandse vijftienjarigen loopt het risico om laaggeletterd te worden. Zij scoren op het laagste niveau van leesvaardigheid in het PISA-onderzoek. Nederland presteert zwakker dan de meeste andere landen: zowel het internationale OESO-gemiddelde als het EU-gemiddelde ligt op 21% (Gubbels et al., 2019). Tevens ligt het percentage voor Nederland boven het EU-streven dat in 2020 maximaal 15% van de leerlingen het risico loopt op laaggeletterdheid (European Union, 2019).

Tussen 2015 en 2018 neemt het aantal zwak presterende lezers significant en dus ‘betekenisvol’ toe, terwijl het beeld over voorgaande metingen stabiel was (Gubbels et al., 2019). De daling in leesvaardigheid onder vijftienjarigen tussen 2015 en 2018 is bovendien het meest prominent onder de zwak presterende lezers. Het aandeel excellente lezers heeft zich gestabiliseerd (OECD, 2019).

Nederland behoort in 2015 tot de landen in PISA waar de prestaties van zwakkere en sterkere lezers ver uit elkaar liggen. Dit duidt erop dat de kloof in leesvaardigheid internationaal gezien breed is (Cito, 2016). In 2012 was dit nog niet het geval. Toen vertoonde de scoreverdeling tussen hele sterke en hele zwakke lezers juist minder spreiding dan in de meeste andere landen (Kordes et al., 2013). Onder tienjarigen is de kloof tussen sterke en zwakke lezers in 2016, net als vijf jaar eerder, de kleinste ter wereld (Expertisecentrum Nederlands, 2017).

Vrijwel alle Nederlandse kinderen leren op de basisschool redelijk tot goed lezen. 88% van de tienjarigen slaagt erin om ten minste het middenniveau te behalen in PIRLS. Zij kunnen informatie uit een tekst verwerken, directe gevolgtrekkingen maken en structuur-ondersteunende elementen gebruiken. Tegelijkertijd moet Nederland op de ranglijst van excellentie 27 landen laten voorgaan. Met 8% halen relatief weinig Nederlandse kinderen het zogeheten geavanceerde niveau (Expertisecentrum Nederlands, 2017).