Tekst en foto’s: Annemarie Terhell
Astrid Sy is de nieuwe Kinderboekenambassadeur. Vlak voor haar installatie sprak ze met Jason Reynolds, die twee jaar lang National Ambassador for Young People’s Literature was in de VS. Het werd een geanimeerd gesprek over jeugdliteratuur, het belang van het ambt en het serieus nemen van jonge lezers.

Jason Reynolds, de gevierde Amerikaanse schrijver van rauwe, poëtische jeugdboeken, is voor het eerst te gast in Nederland. Hij heeft een druk programma met schoolbezoeken, interviews en een optreden in de Bibliotheek Utrecht. Maar voor dit gesprek neemt hij graag de tijd, want het ambt van Kinderboekenambassadeur ligt hem na aan het hart. Reynolds staat bekend om zijn realistische verhalen over Afro-Amerikaanse jongeren die moeten dealen met problemen als straatgeweld, armoede en racisme. In zijn achterhoofd zit altijd de jongen die hij vroeger was; hij wil kinderen laten weten dat ze gezien worden.
Astrid Sy, de nieuwe Nederlandse Kinderboekenambassadeur, schrijft als historicus graag over geschiedenis en kiest daarin vaak de kant van de onderdrukten. Of van degenen die in stilte opereren, zoals de jonge vrouwen die in de oorlog Joodse kinderen uit handen van de nazi’s wisten te houden. Hoe verschillend hun boeken ook zijn, er zijn zeker raakvlakken.
Jullie zijn allebei geëngageerde schrijvers met een groot hart voor jongeren die het verdienen gezien te worden. De setting van jullie verhalen is wel anders: Astrid schrijft historische verhalen, Jason over de hedendaagse realiteit.
AS: ‘Voor mij is geschiedenis het verbazingwekkende, interessante onderwerp om over te schrijven. Het verklaart wie wij zijn, het helpt ons om de wereld om ons heen te begrijpen. Ik ben altijd gefascineerd door complexe en problematische historische onderwerpen, zoals de Holocaust en slavernij. Enerzijds zie je dat mensen in staat zijn tot het geven van veel liefde, dat ze enorm veerkrachtig zijn; anderzijds doen ze afschuwelijke en wrede dingen. Die paradox wil ik in mijn boeken laten zien. Voor kinderen is het heel belangrijk om de geschiedenis te kennen.’
JR: ‘Voor mijn werk is geschiedenis ook essentieel. Ik schrijf over nu, maar de omstandigheden waarin mijn personages leven, zijn diepgeworteld in de geschiedenis. Ik zou ook niet voor kinderen hoeven schrijven die gezien willen worden, als kinderen vijftig of honderd jaar geleden al gezien zouden zijn. Ik probeer iets te repareren wat door de geschiedenis is gebroken.’
Zijn dat moeilijke onderwerpen voor lezers?
AS: ‘Ik denk dat kinderen overal tegen kunnen. Ze zijn prima in staat te verwoorden wat ze ergens van vinden, maar ook om uit een boek te halen wat ze nodig hebben. Ik heb groot respect voor kinderen en neem ze serieus. Ik houd wel rekening met hun leeftijd natuurlijk. Als je voor jonge kinderen schrijft over de Holocaust, heb je het niet over de gaskamers.’
JR: ‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Voor mij is het serieus nemen van jonge lezers heel belangrijk; ik probeer daar constant aandacht voor te vragen. In de Verenigde Staten hebben we de banned books en al die idiote zaken waar mijn collega’s en ik hard tegen vechten. Waarom zou je boeken verbieden? Je moet de intellectuele capaciteiten van kinderen serieus nemen! Volwassenen én kinderen zijn in staat om met complexe ideeën om te gaan – dat is wat veel mensen maar niet willen begrijpen. Als jongeren iets niet snappen, vragen ze het gewoon. Bij fragmenten die een beetje stekelig zijn, help je ze en geef je uitleg. Maar volgens mij willen veel mensen geen onderwerpen aanbieden die ze niet “passend” vinden, omdat ze niet weten hoe ze moeten helpen navigeren. Het is ingewikkeld en extra werk.’
Of is dat uit protectionisme?
AS: ‘Ik denk dat veel mensen onderwerpen als de Holocaust of slavernij ook spannend vinden, ja. Voor ouders is het moeilijk terrein, dat het menselijk bestaan zo ingewikkeld en oneerlijk kan zijn. Je wil graag dat je kind zich veilig voelt. Dan creëer je onbewust een barrière.’
JR: ‘Maar als je je ongemakkelijk voelt bij een verhaal, betekent dat niet dat het onveilig voor je is. Deze verhalen zijn juist beschermend, omdat ze je voorbereiden. Als ik als tiener las over het leven, over de goede en de slechte dingen die in mijn gemeenschap gebeurden, dan voelde ik me krachtiger; sterk en groot genoeg om het leven tegemoet te treden.’
Vinden jullie dat literatuur voor kinderen voldoende serieus wordt genomen?
JR: ‘Nee, in de VS kunnen mensen op een denigrerende manier praten over jeugdliteratuur, want “het is maar voor kinderen”. Het wordt anders gewaardeerd dan literatuur met een grote L. Dat heeft vooral te maken met wat ze van kinderen vinden en hoe ze die benaderen. Kinderen zijn maar “half af”, denken ze. We moeten kinderen juist respecteren als volwaardige jonge mensen, vind ik. Het is zo arrogant om te denken dat er niks leerzaams of interessants kan komen uit de mond van een acht- of negenjarige. We kunnen zoveel van ze leren, van hoe zij zich tot de wereld verhouden! Wij volwassenen acteren de hele dag; we spelen een rol.’
AS: ‘Veel volwassenen zijn vergeten hoe het was om kind te zijn. Dat was vroeger mijn grootste angst: dat ik me later niet meer zou herinneren hoe het was om jong te zijn. Om te lachen tot je erbij neervalt, om zoveel vragen te hebben, om op de trap te rennen in plaats van te lopen, om altijd je verbeelding binnen handbereik te hebben. Ik krijg zoveel energie als ik met kinderen ben.’
Jason, jij was twee termijnen Youth Ambassador. Kun je vertellen wat die functie in de VS inhoudt?
JR: ‘Het is onderdeel van het “Laureate System”, een functie waarvoor de federale overheid iemand vraagt. Je krijgt een prachtig kantoor in de Library of Congress in Washington D.C., maar daar was ik nooit. De meeste ambassadeurs reizen door het land om het lezen te promoten. In het Amerika van nu werkt dat niet altijd. Ik wilde liever met jongeren in gesprek gaan over wat hun eigen rol is in “storytelling”. Vaak denken ze dat boeken van de buitenwereld zijn, dat verhalen niets met henzelf te maken hebben. Dus druk ik ze op het hart: jij bent onderdeel van het continuüm. Jouw eigen verhaal is veel waardevoller dan dat boek op de plank. En jij bepaalt de regels van hoe je dat verhaal vertelt!’
Hoe ben je te werk gegaan?
JR: ‘Amerika is groot en gesegregeerd. Je hebt de grote steden, waar de meeste mensen wonen, en je hebt het platteland, waar wij in de stad zo onze ideeën en vooroordelen over hebben. Heel respectloos noemen we dat de “flyover states”. Maar ook daar wonen mensen; er zijn harten, er zijn zielen. Er is verbeelding, creativiteit en liefde. En er zijn kinderen en jongeren. Ik dacht: ik kan toch niet toestaan dat mijn politieke ideeën mijn liefde voor die kinderen in de weg staan? En dus ging ik erheen, al waren mijn boeken daar verboden. En weet je, het was geweldig. Ik heb er zoveel van geleerd! Dat onze angst over wat er in sommige van die plaatsen gebeurt klopt, maar dat de scholieren prima zijn. Ik zei: “Ik kom hier om jullie te laten weten dat jullie ertoe doen. Jullie verhalen doen ertoe. Je moet ze vertellen!”’
Heb je genoeg impact gemaakt?
JR: ‘Ik hoop het. Maar het ambt was ook ingewikkeld. De positie van Youth Ambassador is onpartijdig; je kunt niet politiek worden. Tegelijk leven we in zulke politieke tijden; ons hele leven is politiek! Als we boeken gaan verbannen, is het logisch dat je je daar als schrijver tegen verzet. Maar je bent aangesteld door de regering, dus ben je altijd onpartijdig en apolitiek. Dat was echt heel lastig.’
Astrid, wat wordt jouw insteek als Kinderboekenambassadeur?
AS: ‘De situatie in Nederland is zo anders! Wat moet dat ingewikkeld zijn geweest, om de beste koers te vinden in zo’n groot land met zulke contrasten. Zelf moet ik mijn weg als Kinderboekenambassadeur nog helemaal vinden. Wat ik in elk geval wil uitdragen, is dat lezen leuk is, iets wat je voor je plezier doet. Het is zo verdrietig om te zien dat kinderen hun leesplezier op school verliezen. Daarnaast wil ik als historicus kinderen meenemen naar andere plaatsen, naar andere tijden. Geschiedenis is één grote bron van verhalen, en die verhalen helpen ons. Het fijne is: met een verhaal dat in het verleden speelt, heb je als lezer altijd wat afstand. Je kunt verbinding voelen, maar het gaat niet over jou. Het is een veilige manier om kinderen te laten nadenken over de wereld en hun plek daarin. Verhalen veranderen je – ze veranderen mij. Dat is wat ik graag wil overbrengen: dat boeken je helpen om een kritisch en empathisch persoon te worden. En dat we dat moeten vieren.’
Hoe belangrijk is het om zichtbaar te zijn als Kinderboekenambassadeur?
JR: ‘Dat is het allerbelangrijkst, denk ik. Toen ik Youth Ambassador werd, wilde ik laten zien dat het een heel belangrijke functie is, net als Poet Laureate. Ik heb de pers opgezocht en ben veel in het nieuws geweest – ik heb ervoor gezorgd dat het een stevige basis kreeg. Van alle Youth Ambassadors ben ik verreweg het meest op televisie geweest.’
AS: ‘Mijn plan is ook zeker om de media op te zoeken. Ik heb een achtergrond in televisie en wil heel graag het gezicht worden voor het kinderboek. Voor kinderen, maar ook voor volwassenen die kinderen moeten ondersteunen bij het lezen. Het helpt dat ik contacten heb in Hilversum. We zijn nu met de omroep aan het kijken hoe we een boekenprogramma kunnen maken voor kinderen. Ik hoop echt dat het lukt.’
Jason, heb je nog een gouden tip voor Astrid als Kinderboekenambassadeur?
JR: ‘Nu ik een uur lang met jou heb gepraat, denk ik: ik heb geen tips voor jou. Als ik hoor wat jij op school doet, hoe jij met kinderen omgaat: jij weet alles al, je bent het al. Mijn enige advies: er komt straks veel op je af, maar zet de kinderen voorop, altijd. Je taak is om hen te dienen. Houd dat als kompas, dan is de rest minder belangrijk. O ja, toch een tip: ken je LeVar Burton? Als ik jou zo hoor praten, moet ik aan hem denken. Wij zagen hem als kind dagelijks op televisie. Hij speelde in Roots en Star Trek. Maar met Reading Rainbow, zijn show voor kinderen, werd hij het allerbekendst. LeVar heeft ons allemaal opgevoed. Hij zorgde voor een revolutie op het gebied van lezen en boeken. Kijk eens hoe hij dat deed. Jij hebt dezelfde energie, jij kunt dit.’
Astrid Sy (Leiden, 1987) studeerde geschiedenis en presenteerde vijf jaar lang Andere Tijden. Ze debuteerde in 2017 als jeugdboekenauteur met De brieven van Mia. Voor Noem geen namen ontving ze de Kleine Cervantes en de Jonge Beckmanprijs. Vorig jaar verscheen De glazenwasser van het Rijksmuseum. Tijdens het congres Lezen Centraal in april werd zij beëdigd als Kinderboekenambassadeur voor een termijn van twee jaar.
Jason Reynolds (Washington D.C., 1983) was National Ambassador for Young People’s Literature van 2020 tot 2022, namens de Library of Congress. Hij is bekend van zijn youngadultboeken over zwarte jongeren en won in Nederland tweemaal een Zilveren Griffel: voor Let goed op (2022) en Patina (2025).