10 februari 2021

Het voorlezen van prentenboeken stimuleert, naast de taalvaardigheid en literaire competentie, ook de sociaal-emotionele ontwikkeling. Kleuters die met speciale leesaanwijzingen worden voorgelezen, zijn beter in staat om de emoties van de personages te herkennen dan kleuters die ‘gewoon’ worden voorgelezen. Er is een klein verschil (net niet significant) voor de basisemoties, zoals blijdschap, angst, boosheid en verdriet. Het verschil is groter (significant) voor meer complexe emoties, zoals jaloezie, verlegenheid en schuldbewustheid. Voorlezen draagt dus bij aan de empathie van kleuters: het stelt hen in staat om adequaat te reageren op gevoelens van andere mensen. Het is daarbij wel zaak dat de voorlezer zich opstelt als ‘meelezer’, door zich gelijkwaardig op te stellen en zelf lezersreacties te geven (in plaats van vragen te stellen) (Kwant, 2011).

Rekenvaardigheid

Het voorlezen van prentenboeken levert ook een bijdrage aan de wiskundige ontwikkeling van kleuters. Dat komt omdat de boeken getallen, rekensommen en andere wiskundige elementen bevatten. Bijvoorbeeld een verhaal over het aantal baby’s dat dierenmoeders krijgen, of over het schaap dat in een grafiek bijhoudt hoe dik zijn vacht is. Kleuters die een voorleesprogramma met zulke prentenboeken volgen, boeken meer vooruitgang op rekenvaardigheid dan kleuters in een regulier wiskundeprogramma. Dit effect geldt alleen voor meisjes – jongens profiteren niet (Van den Heuvel-Panhuizen, Elia & Robitzsch, 2014).