10 februari 2021

Kinderen doorlopen vier ontwikkelingsstadia in het zich eigen maken van metaforen, een vorm van taalgebruik die veel voorkomt in (literaire) verhalen. Ze gebruiken zelf veel metaforen vanaf het moment dat ze beginnen te praten. Hun vocabulaire is in deze fase nog beperkt, en dus worden ze gedwongen dezelfde woorden in meerdere betekenissen te gebruiken.

Ontwikkelingsstadia

Dit verandert tijdens de eerste jaren op de basisschool: dan komt de nadruk te liggen op het leren van de letterlijke betekenis van woorden en zinnen. Dat staat op gespannen voet met metaforisch taalgebruik. Als ze vervolgens de puberleeftijd bereiken, beheersen kinderen een groot aantal regels en betekenissen, waardoor ze weer de mogelijkheid hebben er op creatieve wijze vanaf te wijken. Als gevolg daarvan neemt het metafoorgebruik weer toe. Dat zet zich door als ze volwassen zijn en de cognitieve en linguïstische capaciteiten bezitten om metaforisch taalgebruik zeer precies te interpreteren én te hanteren (Ghonem-Woets, 2010)

Doelgroep(en)