10 februari 2021

Wie vaak voor het plezier leest in de vrije tijd, is over het algemeen ook leesvaardiger. Uit PISA komt een sterk verband naar voren tussen het leesgedrag en de leesvaardigheid. Dit verband betreft zowel de algemene leesactiviteiten, zoals het lezen van fictie- en non-fictieboeken, stripboeken, kranten en tijdschriften, als online leesactiviteiten, zoals informatie zoeken, chatten en e-mails lezen en schrijven. Het positieve verband met de algemene leesactiviteiten is sterker dan met de online leesactiviteiten (Dood, Gubbels & Segers, 2020).

Hoeveel tijd jongeren besteden aan het lezen, doet er minder toe. Het verschil in prestatie tussen vijftienjarigen die ongeveer een half uur per dag en één uur tot ruim twee uur lezen is gering. Een minimale vrijetijdsbesteding aan lezen hangt dus reeds positief samen met de leesvaardigheid (OECD, 2011).

Hetzelfde is het geval in groep 5 van de basisschool. Kinderen die dagelijks 10 minuten lezen, boeken sterkere prestaties op begrijpend lezen dan niet-lezers. Ook het wekelijks uitlezen van één boek helpt de leesvaardigheid vooruit. Langer lezen dan 10 minuten of wekelijks meerdere boeken uitlezen leidt niet tot nog sterkere prestaties. Het maakt vooral verschil òf kinderen lezen in de vrije tijd (Cito, 2014).

Het effect van lezen in de vrije tijd werkt door tot op latere leeftijd. Kinderen die op tienjarige leeftijd regelmatig een boek of krant lezen, presteren op zestienjarige leeftijd sterker op woordenschat, spelling en rekenen. Het leesgedrag beïnvloedt de cognitieve prestaties sterker dan het opleidingsniveau van de ouders (Sullivan & Brown, 2013).