10 februari 2021

Om technisch en begrijpend te leren lezen, profiteren kinderen van systematische en geïntegreerde instructie. Ze hebben deze nodig voor het ontwikkelen van fonologisch bewustzijn (van klanken in woorden), het leren van letter-klank-koppelingen en het onder de knie krijgen van spellingpatronen. Ook is systematische en geïntegreerde instructie van belang voor de woordenschatgroei en het flexibel leren inzetten van lees- en begripstrategieën (Katholieke Universiteit Leuven, 2011).

Bij begrijpend lezen hebben kinderen bovendien baat bij authentieke teksten, die ze als interessant en aansprekend ervaren. Daarnaast helpen interacties met andere kinderen hen om het gelezene te verwerken. De combinatie van systematische en geïntegreerde instructie én motiverende teksten verhoogt de kans dat kinderen uitgroeien tot vaardige lezers (Katholieke Universiteit Leuven, 2011).

De context waarin le(e)smaterialen worden aangeboden is cruciaal. 6% tot 26% van de verschillen in prestaties worden verklaard door de docent en de sfeer in de klas (Houtveen & Van der Grift, 2007). Een deskundige leerkracht biedt niet alleen instructie van hoge kwaliteit, maar zorgt ook voor gestructureerde lessen en is in staat om te differentiëren naar individuele leerlingen. Ook doet hij/zij voor hoe een tekst te lezen (‘modeling’), zoekt de interactie over gelezen teksten, en laat leerlingen onderling samenwerken aan leestaken (Katholieke Universiteit Leuven, 2011). Hoe meer ondersteuning (15-jarige) leerlingen krijgen van de docent, en hoe enthousiaster de docent is, hoe hoger de leesvaardigheid. Daarnaast ervaren leerlingen met een enthousiaste docent ook meer leesplezier (OECD, 2019).

Een deskundige leerkracht slaagt erin om betekenisvolle relaties aan te gaan met leerlingen. Kinderen met een goed aanvangsniveau in taal, verbeteren zich als de relatie met de leerkracht goed is. Een minder goed taalniveau verslechtert als de relatie met de leerkracht slecht is. De verklaring schuilt deels in de betrokkenheid van leerlingen bij hun leerproces. Dankzij een warme, nabije relatie raken leerlingen meer betrokken, waardoor hun prestaties in taal en lezen vooruitgaan. Bij een negatieve relatie geldt het omgekeerde. Deze spiraal, waarbij de relatie tussen leerling en leekracht, de betrokkenheid bij het leren en de prestaties elkaar over en weer versterken, geldt zowel voor basis- als middelbare scholieren (Koomen, Roorda & Spilt, 2017).