De vandaag gepubliceerde resultaten van PISA-2025 laten zien dat de leesvaardigheid van Nederlandse vijftienjarigen verder is gedaald. Nederland scoort opnieuw onder het Europees gemiddelde. Daarnaast loopt volgens de nieuwe resultaten 39 procent van de vijftienjarigen risico om onvoldoende geletterd het onderwijs te verlaten. Ook binnen het vmbo, havo en vwo zijn de gemiddelde leesprestaties verder gedaald.

Dat zijn cijfers die aanleiding geven tot zorg. Tegelijkertijd vragen ze om meer dan een snelle conclusie of eenvoudige verklaring. Wie de uitkomsten van PISA wil begrijpen, moet verder kijken dan de resultaten alleen. Leesvaardigheid ontstaat niet door één factor en neemt ook niet af door één oorzaak. De ontwikkeling van kinderen en jongeren als lezer wordt beïnvloed door een samenspel van factoren thuis, in de kinderopvang, op school en in de samenleving.
Lezen staat vanuit verschillende kanten onder druk
Bij Stichting Lezen zien we dat lezen vanuit verschillende kanten onder druk staat. Daarom spreken we bij Stichting Lezen over een veelkoppig monster. Niet omdat er één grote oorzaak is aan te wijzen, maar omdat verschillende ontwikkelingen tegelijkertijd invloed hebben op de leesontwikkeling van kinderen en jongeren.
Denk aan:
- jongeren die minder vaak en minder lang lezen;
- de groeiende concurrentie om aandacht;
- afnemende leesmotivatie;
- verschillen in kansen en leesomgevingen;
- het belang van een sterke doorgaande leeslijn;
- de kwaliteit en samenhang van het leesonderwijs;
- de beschikbaarheid van voldoende deskundige professionals.
Wie de PISA-resultaten wil begrijpen, moet daarom verder kijken dan de cijfers alleen.
Wat weten we inmiddels over wat werkt?
Gelukkig weten we ook steeds beter wat helpt om het tij te keren. Onderzoek laat zien dat kinderen en jongeren meer kans hebben om uit te groeien tot vaardige, gemotiveerde en kritische lezers wanneer zij:
- al vanaf de geboorte in aanraking komen met boeken, verhalen en voorlezen;
- opgroeien in een rijke leesomgeving thuis, in de kinderopvang en op school;
- regelmatig tijd krijgen om te lezen;
- toegang hebben tot aantrekkelijke en actuele boeken;
- leesplezier en leesvaardigheid samen ontwikkelen;
- onderwijs krijgen waarin lezen wordt verbonden aan kennisopbouw, nieuwsgierigheid en betekenisvolle onderwerpen;
- worden begeleid door deskundige professionals;
- opgroeien in een omgeving waarin lezen zichtbaar wordt gewaardeerd.
Deze inzichten zijn niet nieuw, maar worden door onderzoek steeds opnieuw bevestigd. Juist daarom is het belangrijk om vast te houden aan wat werkt en te blijven investeren in een sterke leesomgeving voor kinderen en jongeren.
Geen wondermiddel, wel richting
De resultaten onderstrepen dat er geen wondermiddel bestaat. Als lezen vanuit meerdere kanten onder druk staat, vraagt ook de oplossing om een samenhangende aanpak, samenwerking en een lange adem.
Gelukkig weten we steeds beter welke factoren bijdragen aan een sterke leesontwikkeling. Dat betekent investeren in kinderen vanaf de geboorte, in ouders en verzorgers, in kinderopvang en onderwijs, in bibliotheken, in leesbevordering en in de professionals die dagelijks werken aan de leesontwikkeling van kinderen en jongeren.
De uitdaging is niet zozeer om steeds nieuwe oplossingen te bedenken, maar om bewezen inzichten duurzaam en op grote schaal in praktijk te brengen.
Stichting Lezen helpt duiden
Als kennis- en expertisecentrum voor lezen, leesbevordering en literatuureducatie helpt Stichting Lezen de PISA-resultaten te duiden. Niet alleen door te kijken naar wat de cijfers laten zien, maar vooral door de vraag te beantwoorden wat ouders en verzorgers, pedagogisch professionals, leerkrachten, bibliotheken, media en beleidsmakers kunnen doen om kinderen en jongeren te helpen uitgroeien tot vaardige, gemotiveerde en kritische lezers.
Want als lezen vanuit meerdere kanten onder druk staat, vraagt ook de oplossing om een samenhangende aanpak. Gelukkig weten we steeds beter wat werkt. De opgave voor de komende jaren is om die kennis vast te houden, te versterken en duurzaam toe te passen in de praktijk.
