15 april 2026

Onderwijsinspectie: ‘Begin de dag met een half uur lezen’

In de Staat van het Onderwijs 2026 laat de Onderwijsinspectie opnieuw zien dat de noodzakelijke kwaliteitsverbetering op het gebied van taal, rekenen en burgerschap uitblijft. Er is nog geen trendbreuk zichtbaar in de ontwikkeling van basisvaardigheden. Sterker nog: de leesvaardigheid blijft dalen, met name in het (v)mbo. Volgens Stichting Lezen onderstreept dit de urgentie van structureel leesbeleid. 

Lezen is sleutel tot succes

De Onderwijsinspectie is dit jaar opvallend concreet in haar aanbeveling voor 2026-2027. Zij stelt bijvoorbeeld dat leesvaardigheid een sleutel is tot onderwijssucces en adviseert scholen om hier doelgericht aan te werken, bijvoorbeeld door de schooldag te openen met een half uur (voor)lezen. Het doel van voorlezen (https://www.lezen.nl/onderzoek/voorlezen-boost-voor-taal-en-lezen/) en vrij lezen (https://www.lezen.nl/onderzoek/vrij-lezen-vooral-effectief-met-begeleiding) is dat kinderen en jongeren niet alleen leesplezier ontwikkelen en beter leren lezen, maar ook gezamenlijk kennismaken met rijke boeken en verhalen, ongeacht hun leesniveau.

Tamar van Gelder (directeur-bestuurder Stichting Lezen): 
“De Inspectie zegt hier iets wezenlijks. Lezen is een basisvoorwaarde om goed te kunnen leren, mee te doen op school en later in de samenleving. Dat de Inspectie scholen oproept om de dag te beginnen met een half uur lezen of voorlezen, laat zien hoe belangrijk structurele leestijd is.” 

Zorgelijke cijfers, vooral in het voortgezet onderwijs en mbo 

De cijfers en signalen in het rapport zijn zorgelijk. In het primair onderwijs zijn de resultaten voor taal en rekenen terug op het niveau van voor corona; dit blijkt uit een vergelijking van de resultaten van taal en rekenen tussen 2018-2019 en 2024-2025. 

In het voortgezet onderwijs is dat beeld anders. In de onderbouw is volgens de Inspectie in alle schoolsoorten sprake van een voortdurende en omvangrijke daling van de prestaties op leesvaardigheid en woordenschat ten opzichte van de periode vóór corona. Die daling zet verder door, vooral in het vmbo. 

Ook in het mbo blijven de resultaten achteruitgaan. De Inspectie schrijft dat de resultaten op het centraal examen Nederlands dalen. Daardoor behaalt een derde van de mbo-2-gediplomeerden het niveau 2F Nederlands niet. Deze studenten verlaten het onderwijs of stromen door met een te laag taalniveau. In mbo-4 is de situatie eveneens zorgelijk: van de mbo-4-gediplomeerden in 2024-2025 was 38 procent onvoldoende lees- en of kijk- en luistervaardig op niveau 3F. 

Tamar van Gelder: 
“Dit laat zien dat leesvaardigheid zich niet vanzelf verbetert. Er is dagelijks en doelgericht onderwijs voor nodig. Daarom moet lezen op school echt een vaste plek krijgen, in tijd, in aandacht en in de vorm van een schoolbibliotheek.” 

Lezen moet een vaste plek krijgen in de school 

Stichting Lezen vindt dat de aanbeveling van de Inspectie niet moet worden gezien als een losse suggestie, maar als onderdeel van een bredere aanpak. De Inspectie laat zien dat scholen nog stappen te zetten hebben in de verbetering van het onderwijsleerproces. Met name de afstemming van het taal-, reken- en burgerschapsaanbod op de leerlingenpopulatie kan op veel scholen beter. 

Tegelijkertijd ziet de Inspectie positieve ontwikkelingen, zoals de stap naar geïntegreerd taalonderwijs. Dat biedt mogelijkheden om de taalontwikkeling van leerlingen te versterken. Om dit succesvol te doen, zijn samenwerking, gezamenlijke ontwikkeling en borging van deze aanpak essentieel. 

Juist daar ziet Stichting Lezen een duidelijke opdracht. Veel scholen doen al waardevolle dingen in de klas, maar deze zijn te vaak nog geen vast onderdeel van beleid. Met de praktische handvatten, in de vorm van de Bibliotheek op school en voor geïntegreerd taalonderwijs de Bibliotheek op school Plus. Onderzoek naar opbrengsten van de Bibliotheek op school laat een positief effect zien: https://www.lezen.nl/onderzoek/de-bibliotheek-op-school-stimuleert-het-lezen/. 

De Inspectie beschrijft dit ook expliciet. In het primair onderwijs komt geïntegreerd taalonderwijs geregeld voor, maar een groot deel van de schoolleiders geeft aan dat deze aanpak niet is vastgelegd, niet is geborgd en dat er geen plan van aanpak is. 

Tamar van Gelder: 
“Dit herkennen wij. Er gebeurt veel goeds in scholen, maar te vaak hangt het nog af van bevlogen leraren of leesconsulenten. Lezen moet echt een vaste plek krijgen in de school en in het beleid. Elke dag. En in alle vakken.” 

Doelgericht lesgeven en rijke teksten 

De Inspectie benadrukt het belang van doelgericht lesgeven voor een ononderbroken leerlijn, gericht op het bereiken van een verwacht uitstroomniveau. Duidelijke doelen geven leraren houvast en maken het mogelijk het onderwijs beter af te stemmen op wat leerlingen nodig hebben. 

De rol van de leraar is hierbij cruciaal. Een lezende leraar maakt lezen zichtbaar in de klas, helpt leerlingen bij het kiezen van passende boeken en draagt bij aan een sterke leescultuur op school. Onderzoek dat hiervoor onderbouwing biedt: https://www.lezen.nl/onderzoek/het-belang-van-leerkrachten-als-leesbevorderaars. 

Ook wijst de Inspectie op het belang van een kennisrijk curriculum met rijke en inhoudelijk sterke teksten. Volgens de Inspectie kan een focus op brede en rijke kennis ervoor zorgen dat alle leerlingen toegang krijgen tot fundamentele kennis. Kennis maakt het leggen van verbanden en het begrijpen van teksten makkelijker. Leerlingen die meer weten over een onderwerp zijn daarbij in het voordeel. 

Tot slot 
De Onderwijsinspectie is glashelder. Wie de dalende leesvaardigheid wil keren, moet lezen niet incidenteel organiseren, maar structureel. Dat betekent dagelijks tijd voor lezen, goede begeleiding, rijke teksten en aandacht in alle lagen van de school.