icon home

Een boek zette Jaser Husseini als tiener op het spoor van zijn roeping als leraar. Als docent burgerschap aan het ROC Nijmegen gebruikt hij nu ‘het verhaal’ als basis voor zijn lessen over de wereld en de samenleving. Niet zelden is dat een boek.

Jaser en een student autotechniek in een garage sleutelend aan een auto
Foto: Linda Verweij

Zonder een boek zat hij hier misschien niet. Op het Raayland College in Venray had Jaser Husseini – na twee goede jaren – ‘geen fijne tijd meer’, zoals hij die donkere periode in zijn leven samenvat. Hij werd gepest omdat hij de enige migrant in de klas was. ‘Ik kan me nog goed herinneren dat ik níét naar school ging. Ik spijbelde eigenlijk non-stop, omdat school voor mij niet veilig was.’

En toen was daar opeens een boek van Martin Luther King. ‘Omdat het regende en koud was, ging ik een keer schuilen in de bibliotheek – de enige warme plek in Venray waar je altijd naar binnen kon. Toevallig was het Martin Luther King Week. Omdat er nog geen mobieltjes waren en je een muntje nodig had om op internet te kunnen, pakte ik uit pure verveling een boek van de thematafel.’

Wie vermoordt zo’n prachtig mens?

Er ging een wereld open voor Husseini, die in 1998 op twaalfjarige leeftijd op de vlucht voor de Taliban naar Nederland kwam en de taal snel onder de knie had gekregen. ‘Ik kon gewoon niet meer stoppen met lezen. Hij schreef over de burgerrechtenbeweging in Amerika in de jaren zestig. Maar alles wat hij schreef, was míjn verhaal. Alles wat ik dacht en voelde, stond daar opeens zwart op wit op papier.’

Toen de bibliotheek sloot, werd hij op zijn schouders getikt. Of hij wilde gaan. ‘Ik was geen lid van de bieb,
dus kon ik het boek niet meenemen. Maar thuis ging ik gelijk op internet. Ik las van alles. Kwam ook filmpjes tegen: I have a dream. Het gekke was dat ik pas later ontdekte dat King was vermoord. Hoe was dat mogelijk? Wie vermoordt zo’n prachtig mens? Ik ging door een rouwproces alsof ik er toen bij was geweest.’

Eén citaat in het bijzonder raakte hem. ‘“Iedereen kan een groot mens worden. Niet beroemd, maar groot, want dat wordt bepaald door dienstbaarheid.” Dát zette mij aan het denken: wat wilde ik nou met mijn leven? Eerst had ik daar geen antwoord op, maar algauw wist ik: docent worden. Om het anders te kunnen doen dan mijn docenten, voor alle jongens en meisjes die, zoals ik, niet worden gezien.’

Burgerschap

Inmiddels werkt Husseini alweer ruim tien jaar bij het ROC Nijmegen, de laatste zes jaar als docent burgerschap bij de opleidingen autotechniek en logistiek. ‘Het was een lange weg. Van de praktijkschool naar het vmbo-basis, van daar naar het vmbo-t, van daar naar de havo en toen pas naar het hbo. Ik was al 28 toen ik klaar was met de docentenopleiding geschiedenis, maar ik vond daarna snel een baan.’

En wat voor baan. De studenten van vijftien, zestien jaar die automonteur of logistiek medewerker willen worden, legt hij uit, verwachten meestal niet dat ze hun hele opleiding lang één uur in de week burgerschap krijgen. ‘Maar als ze eenmaal weten wat het inhoudt, kijken ze er ook echt naar uit.’ Dat maakt lesgeven op deze opleiding ontzettend bevredigend.

‘Alle onderwerpen uit het curriculum komen voorbij,’ somt Husseini op. ‘Hoe regel je een zorgverzekering of hoe vraag je studiefinanciering aan? Hoe zorg je voor een gezonde leefstijl? Waarom is veilig seksueel contact belangrijk? Die onderwerpen staan dicht bij hen. Op die leeftijd hebben ze vaak hun eerste baantje. Waarom belasting betalen? vragen ze zich dus af. Daar discussiëren we over.’

Belangrijker nog is de wereld om hen heen. ‘Alles wat er in de samenleving gebeurt, komt keihard op hun telefoontjes binnen. Van Andrew Tate tot de oorlog in Gaza. En daar willen ze het in de klas over hebben. Vaak vragen ze al voordat ik binnenkom: ik zag dit of dat op het nieuws, gaan we het daarover hebben? Ze willen hun mening geven en die kunnen beargumenteren.’

‘Mijn taak,’ vindt Husseini, ‘is het om hun te leren zich een eigen mening te vormen. Vaak hebben ze de mening van hun ouders overgenomen, die past bij hun religieuze of culturele achtergrond, of die hun door algoritmes wordt opgedrongen. Ik zeg: ga op onderzoek uit, praat daarover met elkaar. Niet om bepaalde ideeën op te dringen, maar om hen hun mening te laten onderbouwen.’

Boekenkast

De basis van zijn lessen is altijd ‘een verhaal’, zoals hij het noemt. Dat kan overal over gaan en overal vandaan komen. Zo vertelt hij elk jaar de geschiedenis van Helena, een Joods meisje dat tijdens de oorlog in Auschwitz terechtkomt, en dat hij zelf tijdens zijn opleiding van een docent had gehoord. Maar hij speurt ook van alles op in boeken, tijdschriften, op internet. ‘Als er iets in de samenleving gebeurt, zoek ik daar een verhaal bij. Ik toon een foto van de hoofdpersoon op het bord en vertel diens geschiedenis.

Belangrijk is dat ik het zelf vertel. Soms haal ik een verhaal van sociale media, maar als ik het filmpje laat zien, gaat de aandacht van studenten alle kanten op. Als ik het zélf vertel, heb ik ze. Al ben ik een halfuur aan het woord, de aandacht is enorm.’ Vervolgens krijgen de studenten de opdracht op onderzoek uit te gaan. Mede daarom staat er in zijn lokaal een grote boekenkast. Net als de kleinere boekenkast bij de hoofdingang is dat een initiatief van zijn collega die Nederlands geeft. Husseini is er erg blij mee. ‘Ik laat ze ook altijd zien uit welke boeken mijn verhalen komen of welke boeken bij het onderwerp passen.’

Rijke pa, arme pa

Die kast werkt heel stimulerend. ‘Het belangrijkste is dat er geen enkele drempel is. De boeken staan daar, iedereen kan ze pakken en meenemen. Er is geen uitleensysteem. Er staan dan ook veel titels die bij hun interesse passen. Over Formule 1. Thrillers. Veel boeken ook over rijk worden. De jongeren die hier zitten, denken vaak aan het opzetten van een eigen bedrijf later.’ Hij merkt dan ook dat er meer en meer wordt gelezen ‘Ik zie steeds vaker naast hun laptop een boek op tafel liggen. Ook boeken die niet in de
kast staan en die ze ergens anders vandaan hebben gehaald. Met het team hebben we afgesproken dat we dat altijd positief benaderen. Dus: interesse tonen. Hé, wat lees je daar? Waar gaat het over? We praten er altijd over.’
Zo volgt Husseini óók de leestips van zijn studenten.

Een voorbeeld is Rijke pa, arme pa van Robert T. Kiyosaki. ‘Ook een boek over ondernemen en rijk worden. Toen ik merkte hoe interessant ze dat vonden, heb ik het gelezen en er met leerlingen over gepraat. We hebben een klein budget om boeken te kopen. Toen hebben we zelfs drie exemplaren aangeschaft. Iederéén wil het lezen.’ Zouden Husseini’s leerlingen dus gegrepen kunnen worden door een boek dat hun de weg wijst naar een toekomst? Zoals hijzelf ooit door het boek van Martin Luther King? Het is absoluut niet uit te sluiten.

Dit artikel verscheen in Lezen 2, 2026. De tekst is geschreven door Maarten Dessing en de foto is gemaakt door Linda Verweij.