icon home

De kracht van een goed voorbeeld is niet te overschatten. Lezende leerkrachten vertellen over hun favoriete boeken voor in de klas.

Leerkracht leest voor in de kring.

Daisy Mertens – leerkracht De Taalschool, Panningen

‘De Taalschool is opgericht voor kinderen van nieuwkomers uit de noodopvang en is ingericht als een reguliere school, mét taalondersteuning en inzet van meertaligheid. Er zijn ook kinderen ingestroomd van scholen uit de regio die meer Nederlandse
taalondersteuning nodig hadden.

Hoe doe je dat, voorlezen aan kinderen die de taal nog niet machtig zijn?

We vertonen ingescande afbeeldingen uit beeldrijke boeken ter ondersteuning, laten leerlingen de voorgelezen fragmenten ook lezen of beluisteren in hun moedertaal. We gebruiken gebaren, vergroten hun woordenschat, gebruiken rijke teksten. Veel lezen en erover praten stimuleert diep leesbegrip, en reflectie op jezelf en je plek in de wereld. Neem bijvoorbeeld De zomer die alles was van Mariska Overman, een verhaal over twee buitenbeentjes en een vriendschap, zoals je die zelf misschien nooit hebt ervaren, vanuit een ander perspectief dan het jouwe. Tijdens het lezen dacht ik: ik doe ook weleens minder vanzelfsprekende dingen, net als het meisje uit het boek. Die herkenning – dat iets dus eigenlijk níét raar is – is essentieel voor kinderen.

Voor het thema “wereldbevolking” lezen we Vanaf hier kun je de hele wereld zien van Enne Koens, met personages met uiteenlopende achtergronden. Het thematiseert vriendschap, een ouder-kindrelatie, de zoektocht naar identiteit. In ons verrijkingsaanbod zit ook Vandaag komen we niet meer thuis van Koens, over een kind dat door zijn vader mee terug wordt genomen naar diens land van herkomst. Omdat dit boeken zijn van dezelfde auteur, kun je dus bijvoorbeeld ook een literair gesprek voeren over herkenbaarheid van de stijl.

Wat me tot tranen bracht toen ik het voorlas: De laatste beer van Hannah Gold, voor het thema “klimaat”. Een leerling vroeg: “Kan dat eigenlijk wel, een band ontwikkelen met een ijsbeer?” Haar klasgenoten vonden dat Gold hen daarin echt had meegenomen. We kiezen bewust ook boeken buiten het eurocentrische perspectief: De wonderverteller van Lida Dijkstra, over Marco Polo; De ontdekkingsreiziger van Katherine Rundell, over kinderen die overleven in de Braziliaanse jungle na een vliegtuigcrash. Boeken openen werelden. Ons doel: leerlingen doordringen van die ervaring, dat begrip van wat verhalen teweegbrengen.’

Miranda Kamp – docent Nederlands, HAN Pabo Arnhem

‘Onze boekencollectie bevindt zich grotendeels in een ander gebouw, niet alle boeken zijn direct voorhanden. Daarom loop ik in mijn lessen met een boekenkar vol titels uit mijn privécollectie langs de leerlingen voor persoonlijk leesadvies, gebaseerd op hun
interesses. Veel studenten houden van Nog 27 dagen leven van Maren Stoffels. Voor wie van filosofischere verhalen houdt, is Jij mag alles zijn van Griet Op de Beeck een aanrader, over een meisje en haar depressieve moeder – kwetsbaar thema, stemt tot nadenken. Liefhebbers van avonturenboeken worden vaak enthousiast van de De keukenprins van Mocano-serie, van Mathilda Masters en Georgien Overwater. Geïnteresseerden in de Tweede Wereldoorlog tip ik graag een boek van Davide Morosinotto, getiteld Twee fonkelrode sterren in de blinkend witte sneeuw, geschreven vanuit het wat minder belichte Russische perspectief.

Tijdfixers, een persoonlijke favoriet, is geschikt voor liefhebbers van het experimentele: het is chronologisch te lezen, waarbij je kriskras door het boek wordt gestuurd, of je leest de hoofdstukken achter elkaar en springt dan heen en weer door de tijd. Van de klassikaal gelezen boeken viel Limbusland van Pieter Koolwijk erg in de smaak: studenten vonden de verhaalwereld goed
verwoord, het prikkelde hun nieuwsgierigheid, de illustraties van Linde Faas vonden ze prachtig. Een aantal is ook andere boeken van Koolwijk gaan lezen. Onlangs hebben de studenten van mijn mentorklas als verrassing een rijke tekst geschreven over mijn rol
als hun studiecoach – die boekenkar kwam overal in voor.’

Jos Begeman – docent Nederlands en taalcoördinator, Dollard College (praktijkonderwijs)

‘Ik ben een alleslezer, het genre maakt niet uit, als het maar goed leesbaar is. Wel zoek ik herkenning; als lezer moet je de hoofdpersoon snappen, er een klik mee voelen, of de personages eromheen maken het leuk. Saaie hoofdpersonen verdienen geweldige vijanden. Ik zou dit stukje kunnen vullen met titels en hun schrijvers. Dat is wat boekenliefhebbers ook het liefst doen, volgens mij: even andermans boekenkast scannen. Op mijn werk zwaai ik met boeken, druk ze mensen in handen, zet ze overal neer. Aanwezigheid doet lezen. Met mijn mentorklas las ik Mystery Guest van Maren Stoffels – iedereen hetzelfde boek, stiekem verder lezen was verboden, want het zit barstensvol wendingen en cliffhangers.

Ik genoot zelf van Krekel van Annet Schaap, zou het graag voorlezen, maar mijn leerlingen zullen het niet snel pakken. Want: dik en een soort sprookje. Daar gaan ze niet voor. Ik genoot ook van Oever van Ludwig Volbeda en Albatros van Yorick Goldewijk, over omgaan met veranderingen en je eigen ontwikkeling. Dit zijn wel titels die je echt moet promoten en bespreken met een leerling. Het is vaak niet dat jongeren niet wíllen lezen, maar ze weten niet wát.

Waar ze voor warmlopen: Roadblock van Sophie Wester. Jongens komen van een schuurfeest en veroorzaken een dodelijk ongeluk. De eerste hoofdstukken heb ik de leerlingen gevoerd. Daarna werd er bijna om gevochten. Iets doms doen met je dronken kop in een landelijk gebied – zoals ik al zei: herkenbaarheid is belangrijk. Voor jongeren vind ik het prettig als dingen herkenbaar zijn omdat ze niet te preuts zijn. Zoals Het kankerkampioenschap voor junioren van Edward van de Vendel; Brand van Anke Kranendonk; het onvolprezen Zonder Titel van Erna Sassen. Maar het boekje dat ik iedereen al jaren aanraad is Mijn nacht met Vedder door Buddy Tegenbosch, over intense vriendschap, emoties en doldwaze plannen. Complex en toch kristalhelder, zonder dat er allerlei dingen worden uitgelegd. Een meesterwerkje. Het kost je minder dan een avond maar het laat je nooit meer los.’

Yvonne Hobma – docent Nederlands en leesambassadeur, Firda (mbo)

‘Hoewel fictie niet voorkomt in de eindtermen van het mbo, heb ik er altijd mee gewerkt, vanwege het belang je te verplaatsen in andere perspectieven, je wereld te verbreden, te verdwijnen in verhalen… Door hun schermgedrag kunnen leerlingen zich moeilijk focussen op een halfuurtje lezen. Samen bouwen we dat op. Lezen stimuleert focus en innerlijke rust, wat ook helpt bij toetsen.

Verplichte lijsten wekken weerzin; zelf titels zoekenvinden ze vaak moeilijk. Ik begeleid hen in vrij lezen, voer gesprekken om hen te leren kennen en laat hen ook aan elkaar vertellen wat ze leuk vinden om te lezen – zo creëer je leesambassadeurs in je klas. Waargebeurde boeken doen het goed: Verborgen verdriet van Stephanie Tency, die cosmetische ingrepen liet uitvoeren waar ze later spijt van kreeg. Of De Tindermoord van Sébas Diekstra, hier in Leeuwarden gepleegd. En Mijn naam is Edino van Edino van Dorsten, wiens theaterlezing we hebben bezocht. Boeken van BN’ers en schrijvers die over leven en werk vertellen, werken motiverend.

Een goed voorbereid bezoek, zodat leerlingen betrokken raken, stimuleert het lezen des te meer. Soms hoort nazorg erbij, na een heftig verhaal. Uit de leesgesprekken blijkt hoe goed deze leerlingen weten waarvoor ze staan, zoals naar aanleiding van het boek Het hele dorp wist het, over een misbruikzaak. Trof het slachtoffer blaam of niet? Iedereen heeft een mening, als docent waarborg je het wederzijds respect. Vaak zit er meer empathie in hun denken dan leerlingen aan de oppervlakte laten zien – lezen haalt dat eruit. Zelf ervoer ik dat bij Caveman van Patrick van der Jagt, over zijn daklozenbestaan. Het haalde voor mij een zwerversleven uit het anonieme verdomhoekje en lijkt me heel geschikt om met leerlingen te lezen.’

Dit artikel verscheen in Lezen 3 van 2026. De tekst is geschreven door Eva Gerritsen.