icon home

Tekst en foto’s: Annemarie Terhell

De VoorleesExpress bestaat twintig jaar. Initiatiefnemer Anne Heinsbroek vertelt hoe haar idee is uitgegroeid tot een programma met landelijke dekking. Al zestigduizend gezinnen zijn in contact gekomen met een vrijwilliger die taalplezier stimuleert. ‘We hebben vooral moeten leren om de lat niet te hoog te leggen.’

20 jaar VoorleesExpress
20 jaar VoorleesExpress

Twintig jaar VoorleesExpress betekent feest, maar voor Anne Heinsbroek heeft het jubileum iets dubbels. Samen met de vrijwilligers, gezinnen en collega’s heeft ze in april een mooie reünie gevierd in het Spoorwegmuseum in Utrecht. Maar na twee decennia heeft ze ook besloten dat het genoeg is geweest en maakt ze plaats als directeur. Wat wel blijft, is haar voorleesgezin in Utrecht. Als Heinsbroek bij hen de galerij op komt lopen, staat Ababeel (acht jaar) al te zwaaien in de deuropening. Ze begeleidt Heinsbroek naar binnen en kijkt nieuwsgierig naar wat ze heeft meegenomen. Pluk en Pluis en de weg terug van Mathilde Stein, een heel dik leesboek. ‘Dat ken ik, dat heeft de meester voorgelezen,’ zegt Ababeel blij. Er zit ook een boek met verhalende moppen in de tas en een taalspelletje. Verwachtingsvol nestelt ze zich op de bank, want als Anne komt, wordt het gezellig.

Pionieren

Heinsbroek begon met de VoorleesExpress in 2006, vlak na haar afstuderen. ‘Samen met mijn zus Marieke zette ik allerlei kleine projecten op in Utrecht. We wilden mensen met elkaar in contact brengen die elkaar anders niet zouden tegenkomen – dat was onze drijfveer. De VoorleesExpress was een van die initiatieven. Ik deelde destijds een huis met een Turkse vriendin, haar familie woonde in de wijk Kanaleneiland. Ik ben haar neefjes van vier en zes gaan voorlezen, omdat ik zocht naar een leuke manier om contact te maken en we last hadden van een taalbarrière. Dat bleek, na wat geduld, goed te werken. We hadden steeds meer plezier met de boeken en ze gingen steeds meer praten. Toen bedachten we dat dit in andere gezinnen ook een goede manier zou zijn om de taalontwikkeling te stimuleren. Het vinden van andere gezinnen ging stroef in het begin. We moesten echt vertrouwen winnen. Het was pionieren.’

Oranje Fonds

Na die wat moeizame start kreeg de VoorleesExpress vaart. ‘Wat hielp, was dat er een aantal Turkse en Marokkaanse organisaties waren die het een mooi initiatief vonden en het met hun achterban deelden,’ vertelt ze. ‘We groeiden die eerste jaren snel en kregen veel media-aandacht. Van allerlei kanten kregen we ondersteuning, bijvoorbeeld vanuit de Regeling integratie en contact, die viel onder minister Rita Verdonk van Integratie. En we hebben het geluk gehad dat we konden meedoen aan het Oranje Fonds Groeiprogramma. Zo konden we investeren in leiderschap en professionalisering. Maar op een gegeven moment bleek het niet meer houdbaar om de organisatie met incidentele subsidies te financieren. Toen hebben we besloten er een franchisemodel van te maken. Alle afnemers, de bibliotheken en welzijnsorganisaties die de VoorleesExpress uitvoeren, betalen een vergoeding. Zij hebben een lokaal netwerk en kunnen het project zelf uitrollen. Wij voorzien hen van materialen, ondersteuning en kennis.’

Twintig sessies

De VoorleesExpress is na twintig jaar een begrip. Jaarlijks komen zo’n vijfduizend gezinnen die ondersteuning kunnen gebruiken op het gebied van taal binnen via een intermediair van school, de bibliotheek of de peuterspeelzaal. ‘We zijn operationeel in zevenhonderd plaatsen,’ vertelt Heinsbroek. ‘Ouders die meedoen, stemmen ermee in dat er twintig weken een vrijwilliger bij hen thuiskomt om voor te lezen of taalspelletjes te doen. Dat gaat via een vast model; de vrijwilligers krijgen informatie via een app. De eerste stap is kennismaken en aftasten hoe de gezinssituatie is. Welke talen worden er gesproken, wat doen de ouders thuis al? Vervolgens ga je op zoek naar haakjes: welke boeken sluiten aan, hoe past taal in het gezin?’

DoorleesExpress

Als directeur was Heinsbroek met haar collega’s belast met de organisatorische kant: de landelijke bewijsvoering, het onderzoek, het maken van materialen, het matchingsysteem waarmee het project lokaal georganiseerd kan worden. ‘Dan moet je oppassen dat je de feeling met de praktijk niet verliest,’ zegt ze. ‘Daarom ben ik regelmatig actief als vrijwilliger. Het is belangrijk dat je blijft aanvoelen wat er nodig is en waar het wringt.’
Zo kwam ze vijf jaar geleden voor het eerst in contact met het gezin van moeder Hadeel. Het was de eerste lockdown; dochter Ababeel was toen drie. Een sombere winter waarin weinig mocht en het gezin het moeilijk had, herinnert Heinsbroek zich. In het voorjaar van 2026 is ze met een nieuwe bezoekcyclus gestart via de DoorleesExpress, een vervolginitiatief dat is bedoeld voor gezinnen met kinderen van acht tot twaalf jaar.

Woordenschat

Ababeel is geboren in Irak en spreekt thuis Arabisch met haar moeder. Later wil ze astronaut worden, vertelt ze, want ze houdt veel van de maan en de sterren. Ze leest het liefst grappige verhalen die een beetje spannend zijn. ‘Maar soms weet ik niet alle woorden, dat vind ik vervelend. Dan vraag ik het aan de juf of meester. Of ik schrijf het thuis in mijn schrift.’
Anne wijst op een zwarte map met stickers. ‘We noemen dat “de woordenschat”,’ legt ze uit. ‘Soms zitten er heel moeilijke woorden tussen, dan gaan we samen op zoek naar de betekenis.’ Heinsbroek heeft laatst ook geholpen met het maken van een spreekbeurt. ‘Wil je hem zien?’ vraagt Ababeel enthousiast. Ze pakt de laptop en begint haar PowerPoint over capibara’s voor te lezen. Naast de tekst heeft ze grappige foto’s, filmpjes en gifjes ingevoegd.
Intussen zet Hadeel de tafel vol zelfgemaakte lekkernijen: pizza, cake, spinaziebroodjes. ‘Dit gezin is een cadeautje,’ zegt Heinsbroek als we weer buiten staan. ‘Ze zijn zo betrokken en lief, ik word er altijd heel blij van!’

De rol van ouders

Zo vanzelfsprekend gaat het natuurlijk niet altijd. In twintig jaar heeft Heinsbroek met haar organisatie vooral geleerd dat je de lat niet te hoog moet leggen. ‘We zijn ooit begonnen vanuit het idee: we introduceren het voorleesritueel, dan kunnen ouders dat overnemen. In de loop der jaren hebben we ontdekt dat je je beter kunt richten op taalplezier in het algemeen. We zien veel gezinnen waar weinig met kinderen wordt gepraat en waar de communicatie vooral directief is. Met zo’n opvoeding is de stap naar gezellig interactief voorlezen haast niet te nemen. Dan is er eerst een kleinere stap nodig naar gewoon met elkaar praten en proberen daar meer diepgang in te krijgen. Je ziet vaak dat ouders onzeker zijn. Ze denken: ik spreek de taal niet, ik kan mijn kind niet helpen. Op school of op het consultatiebureau krijgen ze te horen wat ze allemaal moeten doen of waarin hun kind achterblijft. Dat voert de druk nog verder op. Het zou beter zijn als alle organisaties zouden samenwerken om eenzelfde verhaal te vertellen: dat je als ouder een rol kunt spelen in de taalontwikkeling en dat je op je eigen manier iets kunt toevoegen.’

Taal begint thuis

De VoorleesExpress heeft een website waar je je kunt aanmelden als vrijwilliger. Daarnaast is er ook een website voor ouders: taalbegintthuis.nl. Daar zijn taalspelletjes te vinden, links naar luisterboeken van de online bibliotheek, voorleesfilmpjes voor ouders en digitale prentenboeken in verschillende talen. Voorleesexpress.nl