10 februari 2021

Taal en lezen hebben in het basisonderwijs de laatste vijftien jaar meer prioriteit gekregen. Leerkrachten besteden wekelijks 8,3 uur aan leesonderwijs, evenveel als in 2011 (8,4 uur), maar meer dan in 2006 (7,8 uur) en 2001 (7,7 uur) (Expertisecentrum Nederlands, 2017). In de middenbouw is de helft van de leestijd bestemd voor technisch lezen. In de bovenbouw verschuift de focus naar begrijpend en studerend lezen. De aandacht voor woordenschat blijft, met drie kwartier per week, min of meer hetzelfde in midden- en bovenbouw (Cito, 2014).

Er bestaan grote verschillen tussen individuele docenten in de lestijd die ze voor lezen inruimen (Cito, 2014). Dit komt doordat Nederlandse scholen zelf de samenstelling van het curriculum bepalen. De overheid legt hen, anders dan in veel andere landen, geen eisen op qua lestijd aan lezen, schrijven en literatuur (OECD, 2020).

In het voortgezet onderwijs is er internationaal gezien weinig aandacht voor de kernvakken taal en rekenen. Nederlandse middelbare scholieren krijgen hierin gemiddeld 13,8 uur per week les, tegenover een internationaal gemiddelde van wekelijks 17,9 uur. Dit verschil is er ook voor lezen, schrijven en literatuur, met 4,9 uur per week voor Nederland tegenover 6,3 uur internationaal (Scheerens et al., 2013).