Citeren? Stichting Lezen - Leesmonitor(2022). Aantal bibliotheekorganisaties, -vestigingen en -medewerkers krimpt. https://www.lezen.nl/onderzoek/aantal-bibliotheekorganisaties-vestigingen-en-medewerkers-krimpt/.
15 februari 2022

Bibliotheken bezinnen zich op hun rol in de samenleving. Dit komt in het bijzonder door technologische ontwikkelingen. In de jaren ’90 was er de grootschalige introductie van de computer en het internet, in de 21e eeuw gevolgd door de e-reader, de tablet en de smartphone. Deze mobiele, digitale dragers maken informatie altijd en overal, hands-on, beschikbaar, en bieden een alternatief voor de informatiefunctie van de fysieke bibliotheek.

De overheid heeft de sector in 2000 de opdracht gegeven om zichzelf te vernieuwen. In 2015 is de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) van kracht geworden, en in 2020 is het Bibliotheekconvenant voor de periode 2020-2023 ondertekend. Bibliotheken richten zich, naast het uitlenen van boeken en andere materialen, ook op het organiseren van educatieve en culturele activiteiten, het aanbieden van cursussen voor laaggeletterden en het faciliteren van studieplekken. Daarnaast is er een landelijke digitale bibliotheek opgericht, en maken e-boeken deel uit van de collectie (Koninklijke Bibliotheek, 2021; Koninklijke Bibliotheek, 2021).

Op provinciaal en lokaal niveau wordt binnen het vernieuwingstraject via fusies gewerkt aan schaalvergroting. Het aantal overkoepelende bibliotheekorganisaties daalt hierdoor. Nederland telt in 2020 negen provinciale service organisaties, terwijl dit er in 2012 elf waren. Er zijn 140 basisbibliotheken, 22 minder dan in 2012 en ongeveer een derde van het aantal in 2000 (542 basisbibliotheken). Een provinciale service organisatie stuurt meerdere basisbibliotheken aan, terwijl een basisbibliotheek meerdere vestigingen onder de hoede heeft (Koninklijke Bibliotheek, 2021; CBS, 2021). Een op de vijf bibliotheekorganisaties is multifunctioneel: de bibliotheek is gefuseerd met een andere organisatie, in de meeste gevallen een culturele instelling (Koninklijke Bibliotheek, 2021). 

Bezoekers van de bibliotheek hebben in 2020 de keus uit nagenoeg evenveel vestigingen: 1209, tegen 1175 in het jaar 2012. De samenstelling van het soort vestigingen verandert. Hoofdvestigingen, die meer dan 15 uur per week open zijn, maken een krimp door: van 843 locaties in 2012 naar 757 in 2020. Ditzelfde geldt voor servicepunten (5-15 uur per week open) en miniservicepunten (tot 5 uur per week open), die zijn gedaald van in totaal 326 locaties in 2012 naar 217 in 2020. Het aantal afhaalpunten en zelfbedieningsbibliotheken (meestal onbemenst) groeit, van 6 locaties in 2012 naar 106 in 2020 (Koninklijke Bibliotheek, 2021). Zes op de tien bibliotheeklocaties is multifunctioneel: de bibliotheek deelt het gebouw met een andere maatschappelijke instelling, zoals een school, kinderdagverblijf of culturele voorziening (Koninklijke Bibliotheek, 2021).

Het aantal bibliobushaltes laat een sterke krimp zien. In 2020 hebben bibliobussen 129 haltes aangedaan; in 2012 waren dit er 500 en in 2009 ruim 1300. Deze dalende tendens impliceert dat de spreiding van openbare bibliotheekdiensten afneemt, met name in de landelijke gebieden. Nederlanders wonen bovendien steeds verder van een bibliotheekvestiging of servicepunt. De gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde locatie in 2020 is 2 kilometer, 300 meter meer dan in 2012. Tegelijkertijd ligt de bibliotheek hiermee dichter bij huis dan de bioscoop (6,4) kilometer, musea (3,9 kilometer) en de middelbare school (2,4 kilometer) (Koninklijke Bibliotheek, 2021).

Inwoners van Zuid-Holland hoeven met 1,5 kilometer het minst ver te reizen, gevolgd door Noord-Hollanders en Utrechtenaren met 1,7 kilometer en Overijsselaars en Groningers met 1,9 kilometer. Zeeuwen wonen met 3,2 kilometer gemiddeld het verste weg van een bibliotheekvestiging, gevolgd door Friezen (3,1 kilometer), Flevolanders (2,8 kilometer) en Drenthenaren (2,7 kilometer) (CBS, 2021). De verschillen in bibliotheekdichtheid manifesteren zich vooral tussen stad en platteland. Terwijl de bibliotheek zich in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt om de hoek bevindt (op gemiddeld 500 meter), leggen inwoners van het Zeeuwse Noord-Beveland 14,6 kilometer af (CBS, 2015).

In lijn met het aantal vestigingen krimpt ook personeelsbestand. In 2020 zijn er in de sector 6.851 medewerkers in loondienst, waarvan 90% parttime werkt, 84% vrouw is en 57% een leeftijd boven de 50 jaar heeft bereikt. In 2012 ging het om 7.870 medewerkers, in 2006 om 9.000. Het aantal vrijwilligers dat voor de bibliotheek actief is, groeit sterk: van 6.758 in 2012 naar 22.627 in 2020 (Koninklijke Bibliotheek, 2021; CBS, 2021). Zij zetten zich vooral in op activiteiten op het gebied van taalvaardigheid en voorlezen (Koninklijke Bibliotheek, 2021). Deze vrijwilligers zijn overwegend vrouwen en in een leeftijd van 70 jaar of ouder (Dijksterhuis, 2019, op basis van Arends & Smeets, 2018). 

Doelgroep(en)

Trefwoorden