Nieuwe Prinsengracht 89  1018 VR  Amsterdam   020 623 05 66  info@lezen.nl Stichting Lezen op Twitter Stichting Lezen op FacebookNieuwsbrief         Frysk  English  Contact  Login

Bijna alles begint met vrij werk

Datum: 
16 december 2019
Auteur: 
Mirjam Noorduijn

BOEK EN TENTOONSTELLING – Daan Remmerts de Vries (1962) is behalve een veelvuldig bekroond kinderboekenschrijver en uitzonderlijk illustrator, ook beeldend kunstenaar. Van zijn vrije werk verscheen onlangs het vuistdikke boek Liefde, je kunt me vinden bij de rivier. In een gelijknamige tentoonstelling toont Museum De Buitenplaats hieruit een keuze.

‘Ik ben een van die kunstenaars die een hele kelder vol heeft staan. Ik ben nogal gehecht aan mijn werk. We verliezen zoveel. Ik wil de dingen meenemen: gedenkwaardige plekken, verloren liefdes, kleine momenten dat ik me gelukkig voelde, een liefde van anderhalf uur in de trein, onverwachte gebeurtenissen – die probeer ik vast te leggen, die wil ik bij me houden. Daarom heb ik vroeger ooit bedacht dat ik mijn werk graag in druk wil zien. Vijf jaar geleden vond ik het tijd en ben ik met een map onder mijn arm naar uitgeverij Hoogland & Van Klaveren gegaan. “Ja, prachtig,” zeiden ze daar direct. “Laten we hier een boek van maken.” Dat voelde als een mijlpaal. We hebben witte wijn gedronken en daarna ben ik vanuit Hoorn teruggereisd, met een
krankzinnige glimlach op mijn gezicht.’

Hoe ben je vervolgens te werk gegaan?
‘Ik had al helemaal bedacht hoe het boek eruit moest zien, dat het een verhaal moest vormen. Eerst heb ik een selectie gemaakt. Er was een heel aantal werken waarvan ik wist, die moeten er in ieder geval in komen: de tekeningen en schilderijen van de tuin in Bergum bij mijn ouderlijk huis, waar ik een zomer in mijn eentje heb doorgebracht. Ook het kerkje van Hoogzand, aan de rand van het Bergumermeer, moest een plekje krijgen. Echt, ik ben verliefd op dit kerkje – en zijn begraafplaats. Daar tekenen voelt alsof je als een kleine prins midden in de wereld zit; de horizon als een cirkel om je heen. En natuurlijk moest mijn wat absurde verhaal over dokter Buna erin: de witchdokter uit Ivoorkust die ik, overvallen door verlatenheid, ooit heb ingeschakeld om mijn geliefde terug te winnen. Geamuseerde observaties die mijn liefde voor het menselijk geklungel tonen.’

Het boek is een soort autobiografie?
‘Dat zou je kunnen zeggen ja, een autobiografie verteld vanuit beeld. Ik begin met een afbeelding van iemand die bij een rivier peinzend zit te wachten op de liefde die moet komen en eindig met “Rivier bij nacht”: hij heeft ontdekt dat de liefde in hemzelf zit – [lachend] heeft de therapeut, die ook in dit verhaal voorkomt, toch gelijk gehad –, het wachten is overgegaan in rust. De hoofdstukken daartussenin zijn een uiting van wat ik in een specifieke periode ervoer, wat niet betekent dat de werken in die hoofdstukken daadwerkelijk uit die tijd dateren. Zo ben ik in 1998 met een vriend naar Newfoundland gegaan om walvissen te kijken, maar ik heb de schilderijen pas in 2016 gemaakt. Onder een heel aantal afbeeldingen heb ik ook tekst geschreven, het resultaat van ideeën die ik al langer geleden had genoteerd, waarvan ik dacht, hier moet ik eens iets mee doen. Uiteindelijk zijn alle kunstenaars die ik goed vind – Edward Munch, Jan Mankes, Picasso – ook met niets anders bezig geweest dan met het uitbeelden van hun zielenroerselen, hun persoonlijke gesteldheid.’

Is dat wat je bedoelt met de zin achter in het boek, ‘ook ik – ik uit me niet ik in me’?
‘Inderdaad. Als je begint met schilderen en tekenen, weet je nog niet wat je wilt uitbeelden. Dus schilder je wat je opvalt, of wat je als een soort schoonheid ziet, of wat je wilt bewaren. En langzamerhand, nou ja, dat blijkt wel uit dit boek, ga je meer naar binnen toe en ontdek je wie je bent en wat je wilt zeggen.’

Wat is dat?
‘Bij de opening van de tentoonstelling zei Jet van Oovereem [hoofd educatie Kunstmuseum Den Haag, red.] dat mijn boek over verlangen gaat. Daarin heeft ze denk ik gelijk. Het gaat over het verlangen naar een wereld waarin ik me prettig voel, naar een wereld waarin rust is, en schoonheid. Een wereld zonder auto’s – ondingen zijn het – zonder een geïndustrialiseerde zee met windmolenparken. Kijk naar alle natuur in dit boek: bomen, vogels, water… Een mens wordt nergens gelukkiger van dan van zitten naast een rivier. Daar vind je een microkosmos waarin je jezelf natuurlijk terugziet. De schilderijen in het hoofdstuk “5 momenten” weerspiegelen eigenlijk precies waar het voor mij in het leven om draait: een waterral rennend door de achtertuin; kraaien in een veld die ik in nog geen seconde vanuit een rijdende trein zag… Ogenblikken van een onvoorstelbare schoonheid. Of daarin ook weemoed schuilt? Vast wel. Ik ben 57 inmiddels. Tijden van ongebondenheid, van een bepaalde vrijheid die je voelde en waar je naar terug verlangt, dat zit er allemaal in, maar zonder droefenis.’

Zijn er prentenboeken die je vrije werk benaderen?
‘Ja – ik denk het toch wel. Droomkonijn is direct voortgekomen uit mijn vrije werk. Eerst heb ik de collage “Zes uilen” gemaakt. Daarna dacht ik, dit kan toch wel erg leuk zijn voor een prentenboek. En als je de katten ziet op “Picknick bij de rivier” herken je daarin de prenten in Mijn tuin, mijn tuin dat ik ooit met Ted van Lieshout heb gemaakt. Eigenlijk begint bijna alles met vrij werk. Ik experimenteer graag in volkomen vrijheid, met verschillende technieken, kleuren, composities. Pas als ik het geslaagd vind, kan ik het gaan toepassen. Dat is een groot verschil met vrij werk: illustreren is een toegepaste kunstvorm. Als ik illustraties maak, kijkt er altijd iemand met mij mee. Een denkbeeldig iemand die zegt “Ja, maar dat is nog niet duidelijk,” of “Dit mag best wat geestiger,” of “Die past niet bij de rest.” Bij mijn vrije werk heb ik dat niet. Daar maak ik wat ik wil en als het goed is blijf ik ervan af. Niet dat ik er niet eindeloos mee bezig kan zijn. Alles is uiteindelijk gecomponeerd en bedacht. Net als bij mijn illustraties maak ik sommige dingen wel vijf, zes, tien keer.’

Waar zoek je dan naar?
‘Ik ben altijd eindeloos met compositie bezig, eindeloos, kan ik je zeggen. In mijn vrije werk en in mijn prentenboeken. Voor Vos is een boef bijvoorbeeld heb ik heel wat prenten meerdere keren gemaakt, om het juiste effect te krijgen, de juiste spanning. Het lijkt misschien eenvoudig, maar dat is het niet. Het beeld moet spannend zijn en toch ook in evenwicht. Ja, het spannende evenwicht, dat is wat ik zoek. Net zo lang totdat ik helemaal gelukkig ben.’

Daan Remmerts de Vries, Liefde, je kunt me vinden bij de rivier. Hoogland & Van Klaveren €39,90. De gelijknamige tentoonstelling is te zien t/m 12-01-2020 in Museum De Buitenplaats, museumdebuitenplaats.nl

Vos is een boef (Gottmer, 2019)
Remmerts de Vries speelt een ironisch, dubbelzinnig spel met het onberekenbare karakter dat de vos van oudsher wordt toegedicht. De ironie zit ’m in het slimme samenspel tussen tekst en beeld, waarbij dierenkenner Remmerts de Vries effectief gebruikmaakt van het oorspronkelijke uiterlijk en karakter van de dierpersonages. Een nieuw boek over Vos is op
komst.

Soms laat ik je even achter (Querido, 2014)
Verbeeldingskracht, ontdekkingsdrang en aanhankelijkheid gaan ongemerkt samen in dit prentenboek, waarin een kleutermeisje haar verlatingsangst overwint door een fantasiespel met haar beer die ze achterlaat in een bos. Na zijn regentranen volgt gelukkig blije zonneschijn.

Dit artikel verscheen in Lezen 4, 2019