10 februari 2021

Het zijn met name Nederlanders tussen de 35 en 49 jaar, vrouwen en middelbaar en hoger opgeleiden die weleens voorlezen (KvB Boekwerk & GfK, 2019, meting 49). Voorlezers hebben over het algemeen een sterke affiniteit met de leescultuur. Ze lezen en kopen regelmatiger zelf boeken, hebben een rijker gevulde boekenkast en zijn vaker in het bezit van een bibliotheeklidmaatschap dan niet-voorlezers. Bovendien worden ze zelf vaker voorgelezen. Bij één op de vijf gebeurt dit weleens, terwijl het gaat om één op de twintig niet-voorlezers. Als kind is 91% van de voorlezers voorgelezen, tegen 74% van de niet-voorlezers (intern rapport Stichting Lezen & GfK, 2014).

Een voorleessessie duurt gemiddeld tussen de 5 en 15 minuten. Driekwart van de voorlezers besteedt per keer zoveel tijd aan het voorlezen. Een kleine 10% zegt meestal minder dan 5 minuten voor te lezen, terwijl 15% er meer dan een kwartier voor uittrekt. 80% van de voorlezers leest hetzelfde boek weleens meer dan één keer voor (intern rapport Stichting Lezen & GfK, 2014).

Voorlezen is vrijwel nooit zómaar voorlezen. Vrijwel alle voorlezers zoeken ook op andere manieren de interactie met degene aan wie ze voorlezen. 95% maakt lichamelijk en/of oogcontact en 91% gebruikt speciale gebaren en/of stemmetjes om de tekst te verduidelijken. Daarnaast ruimt 92% tijdens en 84% na afloop van de voorleessessie tijd in voor vragen en uitleg. Deze heeft betrekking op het verloop van het verhaal, de betekenis van moeilijke woorden en/of het aansluiten van de tekst op de belevingswereld (intern rapport Stichting Lezen & GfK, 2014).

Doelgroep(en)