23 november 2020

De seksekloof: hoe krijgen we jongens aan het lezen? Is de titel van de derde uitgave van  Leesmonitor – Het Magazine, waarin actueel onderzoek over lezen, leesbevordering en literatuuronderzoek wordt besproken. Dat jongens minder lezen dan meisjes is zeker. Maar over de vraag waarom jongens minder lezen, of dat erg is en of er iets aan kan worden veranderd  is veel discussie. Een goede aanleiding om de meest recente inzichten daarover op een rijtje te zetten.

Er is maar weinig wetenschappelijk bewijs dat de leesachterstand van jongens het gevolg is van verschillen in aanleg. De (hersen)ontwikkeling van jongens en meisjes verloopt verschillend, maar eenduidigheid over de betekenis daarvan voor leesvaardigheid ontbreekt. Socialiserende factoren spelen in ieder geval wel een rol, zo laat onderzoek zien. En die factoren zijn bovendien beïnvloedbaar. Een voorbeeld zijn de leesopvoedingsverschillen tussen vaders en moeders. Moeders lezen vaker voor en zijn ook anderszins actiever: ze praten meer over boeken en gaan vaker naar de bibliotheek bijvoorbeeld. Ook op school zien kinderen vaker vrouwelijke voorbeelden. Meer algemeen geldt dat lezen een ‘vrouwelijk’ imago heeft. Dat werkt remmend voor jongens. Ook het boekenaanbod speelt een rol. Vaak ligt de nadruk op fictie, terwijl jongens wat meer in weetjes- en informatieve boeken zijn geïnteresseerd. De veelheid van factoren die ten grondslag liggen aan de verschillen tussen meisjes en jongens maken dat een eenvoudige oplossing voor het verminderen van die verschillen niet bestaat. Wel geldt dat het van groot belang is niet uit te gaan van stereotypen en rekening te houden met individuele wensen en behoeften van kinderen. Dat biedt alle kinderen de beste kans uit te groeien tot vaardige en gemotiveerde lezers.

Trefwoorden