10 februari 2021

Wie lezen leuk vindt, is over het algemeen ook leesvaardiger. Een meta-analyse van 32 studies toont aan dat er een positief verband bestaat tussen de leesattitude en de leesprestaties (Petscher, 2010).

De samenhang tussen het leesplezier en de leesvaardigheid is sterk op de middelbare school. Leesplezier houdt blijkens PISA positief verband met de drie processen binnen leesbegrip: informatie opzoeken, begrijpen, en evalueren en reflecteren (Dood, Gubbels & Segers, 2020). Een positieve houding tegenover het lezen verklaart in Nederland 17% van de verschillen in leesvaardigheid, tegenover 18% internationaal (Gille et al., 2010).

Bij tienjarigen is het verband tussen de leesattitude en de leesvaardigheid ook positief. Basisscholieren die lezen leuk vinden zijn, met 560 punten in PIRLS, zeer vaardige lezers, terwijl kinderen die lezen enigszins leuk vinden met 550 punten nagenoeg op het Nederlandse gemiddelde zitten. Leerlingen die lezen niet leuk vinden scoren hier met 527 punten ver onder (Expertisecentrum Nederlands, 2017). Binnenlands onderzoek onder basisscholieren vindt vergelijkbare verschillen (Cito, 2014).

Er is een verschil tussen de seksen in het effect van de leesattitude op de leesvaardigheid. Vijftienjarige meisjes die plezier hebben in lezen, profiteren hiervan sterker voor hun leesprestaties dan jongens. Bij hen is leesplezier dus belangrijker om vaardig te zijn in lezen (Nielen & Bus, 2016; Gille et al., 2010).

Het verband tussen attitude en vaardigheid is er niet voor rekenen. Terwijl het voor de leesprestaties van basisscholieren helpt om lezen leuk te vinden, is dat bij de rekenprestaties niet het geval (Netten, 2014).

Het blijkt in het bijzonder de autonome (intrinsieke) leesmotivatie die positief samenhangt met de leesvaardigheid. Deze heeft betrekking op het lezen uit eigen beweging, bijvoorbeeld omdat het plezier geeft of de nieuwsgierigheid bevredigt. Het verband tussen de gecontroleerde (extrinsieke) leesmotivatie en de leesvaardigheid is negatief. Kinderen die vooral lezen omdat andere mensen dit graag van hen willen, bijvoorbeeld ouders of onderwijzers, presteren zwakker op lezen (De Naeghel, Van Keer & Vansteenkiste, 2019).