Nieuwe Prinsengracht 89  1018 VR  Amsterdam   020 623 05 66  info@lezen.nl Stichting Lezen op Twitter Stichting Lezen op FacebookNieuwsbrief         Frysk  English  Contact  Login
Datum: 
4 maart 2014
Auteur: 
Annemarie Terhell

VAN GAGSTRIPS TOT GRENSOVERSCHRIJDERS − Voor kunstminnaars, stripverslinders, lezers die visueel zijn ingesteld, maar ook voor scholieren die moeite hebben met lange lappen tekst, is de graphic novel een cadeautje. Het genre bloeit, maar laat zich moeilijk onder één noemer vangen. Op zijn minst onderscheidt een graphic novel zich van een strip door een boekig jasje, maar het genre kan vele verschijningsvormen aannemen – van schildersbiografie, beeldroman of undergroundstrip tot vrije kunstvorm. [uit: Lezen 1, 2014]

Uit: Koma, Peeters & Wazem

Hij liftte mee op het mediacircus vol vuurwerk en gekostumeerde flashmobs rondom de opening van het vernieuwde Rijksmuseum: Typex’ beeldroman Rembrandt, die ook nog eens de meest geprezen graphic novel van 2013 werd. Opvallend: Typex (die zijn kunstenaarsnaam dankt aan zijn grote voorliefde voor witte correctievloeistof ) heeft net zo'n sikje als de grote schilder. Maar ook op andere vlakken blijkt er verwantschap. Drie jaar lang verslond Raymond Koot (want zo heet hij in het echt) naslagwerken over Rembrandt van Rijn en verdiepte hij zich grondig in diens leven. Het resultaat was een eigenzinnige interpretatie van de levenswandel van de beroemde schilder, vormgegeven in losbandige taferelen waarin hoge heren en vrouwen met wulpse rondingen figureren, af en toe afgewisseld met een ijzersterke grap (Geertje: ‘Je zuster zal spoedig sterven, Dirk.’ Dirk: ‘Kolere heb je de pest?’). Typex won er in december de Willy Vandersteenprijs mee, een onderscheiding voor de beste oorspronkelijk Nederlandstalige strip van de voorbije twee jaar.

Schildersbiografie

De getekende kunstenaarsbiografie is geliefd, bij tekenaars en bij het publiek. Voor de tekenaar is het een ideale vorm om het gedachtengoed en het werk van bijvoorbeeld een schilder naar eigen inzicht te verbeelden en daar ook een eigen artistieke draai aan te geven. Zo doopte Typex voor Rembrandt zijn penseel extra diep in de bruine verf en verruilde hij zijn palet voor modderige kleuren om helemaal in Gouden Eeuw- sferen te komen. Veel strakker is Vincent, waarin Barbara Stok je laat plaatsnemen

in de trein naar Zuid-Frankrijk, op een bankje tegenover Van Gogh. Ze laat zien hoe hij verliefd wordt op het Franse landschap, hoe hij er zijn zonnebloemen, perentakken en sterrenhemel schilderde en steeds verder verwijderd raakt van mensen. Door haar tekeningen sterk te stileren, benadrukt ze de kernachtige eenvoud van Van Goghs werk en krijgen haar tekeningen iets onbevangens en kinderlijks. Jan Paul Schutten en Paul Teng deden een stapje verder terug in de tijd en volgden de Renaissancistische schilder Jan van Scorel op zijn reis naar het Vaticaan. Hun realistische stripverhaal Jan van Scorel is verhalend en met grote zorg voor historische enscenering getekend, met en af en toe een snufje fictie. Helemaal los van de realiteit is Munch, over de Noorse schilder van De Schreeuw, met groteske tekeningen waar de waanzin en het expressionisme van afdruipen. De Noorse Steffen Kverneland gaf zichzelf de beperkende opdracht om in de tekst alleen gebruik te maken van letterlijke citaten van de schilder zelf, wat het boek tot een lastige puzzel maakt – maar, dat is het grote voordeel aan een graphic novel, met virtuoze tekeningen is het niet erg als je niet overal chocola van kunt maken.

Navelgestaar

Je kunt een kunstenaar in de schijnwerpers zetten, maar natuurlijk ook je eigen getekende, piekerende en blunderende zelf. In de jaren tachtig pionierde de Franse undergroundstriptekenaar Baudoin op het gebied van autobiografische strips en ook in Nederland zijn er nog altijd tekenaars die hun navelgestaar naar een hoger plan weten te tillen, zoals Barbara Stok, Peter Pontiac en Michiel van de Pol. Uitschieters uit het aanbod van het afgelopen jaar waren bijvoorbeeld Dansen op de vulkaan waarin Floor de Goede een tobberige relatie optekent in glasheldere tekeningen waar de kleur vanaf spat, en Verdwaald van Shamisa Debroey, die een zwierige verbeelding geeft van haar worsteling met diepe eenzaamheid.

打麻雀运动

In graphic novels wordt ook veel en graag geput uit de geschiedenis. Een klassieker is Peter van Dongens tweedelige serie Rampokan, waarin hij twee Nederlanders laat vechten aan verschillende kanten tijdens de vrijheidsstrijd in Nederlands-Indië.
Veel somberder van toon is De kleuren van het getto, een schrijnend verhaal van een jongen die Auschwitz overleefde. Aline Sax en tekenaar Caryl Strzelecki wonnen dit jaar met de Engelse vertaling van hun verbeelding van de Holocaust zowel de National Jewish Book Award als de Sydney Taylor Book Award.

Dun, maar ontroerend is Mao’s mussen, waarin Dirk-Jan Hoek koos voor een bizar voorval uit de Chinese geschiedenis. Hij tekent het verhaal op van Dong, een eenvoudige arbeider met een zwak voor vogels, die in een lastige spagaat komt wanneer de grote roerganger Mao Zedong opdracht geeft om alle mussen in het land te doden. Dong besluit een zwerm mussen op zijn zolder te verbergen en brengt daarmee zichzelf en zijn omgeving in gevaar. Eerherstel volgt nadat het jaar daarop de oogst mislukt vanwege een sprinkhanenplaag en tientallen miljoenen Chinezen de hongerdood sterven. Het is een zwart bladzijde uit het communisme, door Hoek sober verbeeld in een klein gehouden verhaal.

Schimmige onderwereld

De graphic novel wortelt stevig in de undergroundstriptraditie en soms is het onderscheid flinterdun, nauwelijks meer dan een bundeling in boekvorm. Psychedelische visioenen, sciencefictionachtige toekomstbeelden en andere werkelijkheden – al dan niet bevolkt door superhelden of monsterachtige wezens – zijn daar aan de orde van de dag. Een mooie strip is Koma, een bundeling van zes van oorsprong Franstalige stripboeken van twee jonge Zwitsers, die zich afspeelt in een toekomstige wereld waarin een overvolle stad is volgebouwd met walmende schoorstenen. Het meisje Addidas werkt er als schoorsteenveger en heeft onvoorspelbare aanvallen van bewusteloosheid. Op een dag kruipt ze te diep in een tunnel en ontdekt ze een onderwereld met schimmige monsters. Het is een raadselachtige spiegelwereld: ieder mens op aarde heeft ondergronds een machine die door de aapachtige wezens wordt bewaakt. Frederik Peeters en Pierre Wazem maakten met groot gevoel voor poëzie en tragiek een surrealistische verhaal dat soms quasifilosofisch is, maar dat opvalt door het overdonderend kleurgebruik en een grote stilistische kracht.

Droom en werkelijkheid

Voor het gemak worden ook chique gebundelde gagstrips, waarin een grap visueel wordt uitgewerkt, door uitgevers aangeprezen als graphic novels, en daar is – behalve misschien een definitiekwestie – weinig mis mee. Heinz, Kabouter Wesley en Cowboy Henk bieden plezierig vermaak op de korte baan en zijn met liefde, (absurde) humor en vakmanschap gemaakt. Onvoorspelbaarder zijn tekenaars die het genre gebruiken als vrije vorm, of die er iets ongebruikelijks mee doen. De Australische Shaun Tan bijvoorbeeld, die in prentenboeken als De aankomst en Het ding en ik op sublieme wijze droom en werkelijkheid in elkaar laat overlopen. Ook Brian Selznick is zo’n grensoverschrijder, die in het Het wonderkabinet een beeldverhaal en een geschreven geschiedenis weet te vervlechten.

Vogelzwerm

Sommige boeken laten zich moeizaam in woorden vangen of onttrekken zich aan alle conventies. Zo zou je kunnen stellen dat Op zoek naar de vogelkoning een bewerking is van een oeroud 4500-regels tellend Perzisch gedicht dat werd geschreven door een dertiende-eeuwse maatschappijcriticus die werd verbannen vanwege ketterij. Ook relevant is de vermelding dat de maker, Peter Sís, een gewaardeerd filmmaker en tekenaar is van Tsjechische afkomst, die met zijn geraffineerde tekeningen zeven maal de New York Times Book Review Best Illustrated Book of the Year heeft gewonnen plus de Hans Christian Andersenmedaille. Maar al die woorden bereiden je niet voor op het boek zelf. Dat is een epos met een mystiek karakter waarin een vogelzwerm op zoek gaat naar een koning. De reis voert langs oogstrelende prenten waarin doolhoven, kussende bergen en onbekende landschappen zijn verwerkt. Zoals in elke betere graphic novel: woorden schieten tekort. Het is een ervaring die je vooral visueel moet beleven. 

Nederlandse stripromans over de grens

Nederlandse graphic novels winnen terrein in het buitenland. Vorig jaar stelde het Fonds voor de Letteren voor de Frankfurter Buchmesse een brochure samen met tien graphic novels die het vertalen waard zijn, en startte met subsidies voor tien buitenlandse vertalingen van Nederlandse paradepaardjes. Zo werd Vincent aangekocht door Turkse, Koreaanse, Braziliaanse en Britse uitgevers, en verschenen er vertalingen van Rembrandt in het Spaans en Engels. Het boek van Typex was bij verschijning zelfs ‘graphic novel of the month’ bij The Guardian.

Graphic novels op school

Graphic novels laten zich prima gebruiken in het middelbaar onderwijs. Verhalen in beeld brengen bijvoorbeeld geschiedenis tot leven of trekken moeilijke lezers over de streep. Beeldverhalen kunnen worden ingezet bij verschillende vakken.  Een overzicht van titels die inzetbaar zijn bij de kunstvakken, de lessen (kunst)geschiedenis, Nederlands, Engels, kunstvakken, filosofie, aardrijkskunde en muziek kunt u hier lezen.