Nieuwe Prinsengracht 89  1018 VR  Amsterdam   020 623 05 66  info@lezen.nl Stichting Lezen op Twitter Stichting Lezen op FacebookNieuwsbrief         Frysk  English  Contact  Login

Ouderlijke leesopvoeding heeft prioriteit - ook in de puberteit

Datum: 
27 juni 2013

De eerste stapjes worden gezet binnen het gezin, ook als het gaat om lezen. Uit onderzoek is bekend dat ouders in de jonge jaren met stip de belangrijkste leesopvoeders zijn. Dat blijft zo gedurende de basisschool en in de onderbouw van de middelbare school, zo concludeert Frank Huysmans in Van woordjes tot wereldliteratuur. Ouders zijn als leesopvoeders belangrijker dan leraren, bibliothecarissen, boekverkopers en zelfs dan vriendjes en vriendinnetjes.

In het onderzoek is de leeswereld van Nederlandse 7- tot 15-jarigen in kaart gebracht. In deze leeftijdsfase bewandelen ze de weg naar zelfstandigheid. Zo kiezen ze hun boeken steeds vaker zonder de hulp van anderen. Maar als ze toch advies krijgen, komt dat meestal van de ouders – en dan met name van moeders, die het meest aan leesopvoeding doen.

Leesstimulerende activiteiten binnen het gezin blijken zeer effectief: ze verleiden 7- tot 15-jarige kinderen tot lezen. Thuis praten over boeken stimuleert het leesgedrag, evenals boeken cadeau geven en samen naar de boekhandel en bibliotheek gaan. Ook het goede voorbeeld geven helpt, maar opvallend genoeg alleen als dat van de vader komt. Zij zijn minder fervente lezers dan moeders, waardoor het wellicht een grotere indruk maakt als kinderen hun vader een boek zien lezen.

Ouders kunnen, door op deze manieren blijvend aandacht te geven aan leesopvoeding, (mede) het verschil maken. Dat is nodig ook, want het enquête-onderzoek in opdracht van Stichting Lezen en het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) wijst uit dat Nederlandse kinderen elk levensjaar minder vaak een boek gaan lezen. Die trend zet zich al in vanaf het moment dat ze (leren) lezen. 70% van de 7-jarigen leest vrijwel dagelijks een boek, van de 15-jarigen is dat nog 20%. Het aantal kinderen dat nooit een boek leest neemt juist fors toe met het klimmen der jaren: van 2% naar 20%.

Deze geleidelijke daling wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de veranderende plaats van lezen in het leven van kinderen. In plaats van leren om te lezen, gaan kinderen lezen om te leren. Teksten worden complexer, het taalgebruik abstracter en literairder. Lezen groeit op school steeds meer uit tot een verplichting. 
Daar komt bij dat de belangstelling voor andere narratieve vormen, die vooral in films, games en televisieseries zijn vervat, toeneemt als kinderen ouder worden. Het is dus niet zozeer een afkeer van de tekstuele vorm die aan die veranderende belangstelling ten grondslag ligt. Er is daarom ook geen reden de kennismaking met gedrukte boeken op de basisschool anders te laten verlopen.

De verschuiving naar een schoolse omgang met teksten en de groeiende belangstelling voor andere mediavormen zijn moeilijk tegen te gaan. Volgens Huysmans hoeft dat ook niet, zolang er ook maar plaats blijft voor het boek. Technisch en begrijpend lezen zijn in een informatiesamenleving noodzakelijke vaardigheden, die vragen om onderhoud en verdieping. Dat gebeurt door lezen voor het plezier én op school te stimuleren. Uit het onderzoek blijkt dat ouders hierin een voortrekkersrol spelen. Scholen, bibliotheken en boekhandels zouden zich sterker op de ondersteuning van de lees- en mediasocialisatie in het gezin moeten richten. 

Noot 

Het onderzoek is een verdiepende analyse van een enquête, afgenomen onder het internetpanel van Intomart GfK, ingevuld door 1.292 kinderen tussen de 7 en 15 jaar. De dataverzameling vond plaats binnen de driemaandelijkse peilingen van Stichting Marktonderzoek Boekenvak, waarin Stichting Lezen en SIOB participeren als partners.

Lees het onderzoek Van woordjes tot wereldliteratuur

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Stichting Lezen, Niels Bakker, 020 – 623 05 66, of Desirée van der Zander, 06 41 42 02 84.

Contactpersoon bij Stichting Lezen