Nieuwe Prinsengracht 89  1018 VR  Amsterdam   020 623 05 66  info@lezen.nl Stichting Lezen op Twitter Stichting Lezen op FacebookNieuwsbrief         Frysk  English  Contact  Login

Lezen is onzichtbaar leren

Datum: 
1 december 2012
Auteur: 
Jowi Schmitz

2013 is door Stichting Lezen uitgeroepen tot het Jaar van het Voorlezen. Directeur Gerlien van Dalen vertelt waarom boeken mensen slimmer en sociaal vaardiger maken. ‘Voorlezen maakt het verschil.’

Jolijn Tuenter uit Dinxperlo, winnares van de landelijke voorleeswedstrijd Read2Me! 2012. Foto: Jørgen Koopmanschap

‘Voorlezen kan heel veel betekenen voor kinderen als basis voor de leesontwikkeling. En voorlezen doet méér. Zo hoorde ik van een echtpaar dat een kindje ging adopteren in een weeshuis in Afrika en het prentenboek Fiet wil rennen van Bibi Dumon Tak had meegenomen. Samen met hun kersverse zoon en zijn broertje hebben ze eindeloos naar het prentenboek gekeken. Ze hebben de plaatjes besproken, het verhaal onderzocht, ervan genoten, steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw. Voor deze ouders en hun kinderen is Fiet wil rennen méér dan een boek, het is hun basisverhaal. Ik krijg weer kippenvel als ik eraan denk.’ Gerlien van Dalen is directeur van Stichting Lezen, het kennis- en expertisecentrum voor leesbevordering en literatuureducatie. Ze heeft een boodschap die veel mensen kennen en die niet vaak genoeg herhaald kan worden: ‘Voorlezen is van belang voor de ontwikkeling van het kind. Blíjf voorlezen, ook als kinderen ouder worden. Voorlezen stimuleert de taalontwikkeling, het vergroot de woordenschat en stimuleert de eigen leesontwikkeling. Ook op sociaal-emotioneel gebied is het enorm waardevol: door samen de wereld van het verhaal te verkennen, smeed je een band.’

Leescultuur

Om die boodschap kracht bij te zetten is 2013 uitgeroepen tot het Jaar van het Voorlezen. Bovendien bestaan Stichting Lezen 25 jaar, De Nationale Voorleeswedstrijd twintig jaar, de Nationale Voorleesdagen tien jaar en BoekStart vijf jaar; vier extra redenen om het er nog eens goed over te hebben. Van Dalen: ‘Het is de missie van Stichting Lezen om de leescultuur te versterken. Dat doen we onder andere door zo veel mogelijk samen te werken met andere organisaties in een landelijke leescoalitie. Met het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken, Stichting Lezen & Schrijven en de Stichting CPNB organiseren we gezamenlijk het Jaar van het Voorlezen. We werken samen met bibliotheken, het onderwijs, culturele en educatieve organisaties die aan leesbevordering doen, pabo’s en kinderdagverblijven. Op de website jaarvanhetvoorlezen.nl zijn alle activiteiten te vinden. Daar staat ook de kalender van het Jaar van het Voorlezen waarop iedereen kan zien wat er te doen is. Daarnaast roepen we bibliotheken, boekhandels, kinderdagverblijven en scholen maar ook particulieren, op om hun voorleesactiviteiten aan te melden op de kalender.’

Bewijs

‘Niet voorlezen is je kind iets onthouden,’ aldus Van Dalen. ‘In meerdere opzichten. Er bestaat een direct verband tussen de geletterdheidscores van een land en de langetermijngroei van het bruto nationaal product. Lezen draagt bij aan welvaart en welzijn en is dus verrijkend – letterlijk én figuurlijk. Het is wetenschappelijk vastgesteld dat je kind met sprongen vooruitgaat als je voorlezen een vaste plaats in het dagritme geeft. Niet alleen mentaal, ook sociaal gebeurt er van alles in het kinderbrein. Dat geldt veel minder voor samen tv-kijken en helemaal niet als je kind in zijn eentje tv-kijkt. Boeken zijn cognitief prikkelend, niet elk tv-programma is dat. Amusementsprogramma’s kunnen ook een negatieve impuls geven, blijkt uit onderzoek. Hoe het zit met iPads en interactieve programma’s wordt nog onderzocht, maar iedereen die wel eens met een kind tegen zich aangekropen een boek heeft voorgelezen, weet dat daar weinig tegenop kan. Interactie is allesbepalend.’

Zelfs bij baby’s die worden voorgelezen gebeurt enorm veel in de babyhersenen. Er worden verbanden gelegd, mededogen wordt aangewakkerd, de nieuwsgierigheid wordt geprikkeld. Sabine Hunnius van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft gekeken naar de hersendelen die bij een baby actief worden als er wordt voorgelezen. Die gebieden bleken zich later sterker te ontwikkelen. Van Dalen: ‘Kinderen begrijpen waanzinnig veel, al kunnen ze nog niet alles benoemen. Als je al vroeg woorden en verhalen in die printplaatjes in hun hoofd stopt, dan vormt dat een stevige basis voor hun latere ontwikkeling.’

Literatuurbeleving

Stop niet met voorlezen als het kind zes is en zelf begint te lezen. Het technisch leesniveau is dan nog te laag om de werelden te kunnen betreden die worden opgeroepen door ingewikkelder boeken. Wie per dag een kwartier leest ziet een miljoen woorden per jaar, waarmee de woordenschat met duizend woorden kan worden uitgebreid. Dat zijn net zo veel woorden als een kind er gemiddeld in een jaar op school bijleert. Niet voor niets noemt Van Dalen lezen ‘onzichtbaar leren’. Het ‘literair’ lezen van prentenboeken met kleintjes heeft een direct effect op hun latere literatuurbeleving. ‘Onderzoeker Coosje van der Pol ontdekte dat heel jonge kinderen met de juiste begeleiding gemakkelijk in staat zijn om literaire aspecten van een verhaal, zoals de behandeling van tijd en perspectief, in verhalen te volgen en te verwoorden. Ook begrijpen ze dat het mogelijk is om een informatievoorsprong op personages te hebben. Juist als je kinderen vragen stelt, krijgen ze aantoonbaar dieper inzicht in het verhaal en meer grip op de boeken die ze nog gaan lezen. Ze lezen niet alleen belevend, maar hebben ook een analytisch vermogen. Je hoeft bij een verhaal over een konijn niet alleen te vragen ‘‘Heb jij ook een konijn?’’ Je kunt ook bij peuters al veel tekstgerichter analytische vragen stellen.’

Lage kast

Leesbevordering kan zo simpel zijn: het maakt al uit als er op een kinderdagverblijf lage kasten met boekjes zijn in plaats van hoge kasten. Het letterlijk bereikbaar maken van een boek maakt dat peuters en kleuters er ook vaker naar grijpen. Het helpt nog meer als de medewerkster van het kinderdagverblijf het voorlezen tot een vast onderdeel van het dagritme maakt. Liefst zo, dat ze het boek van tevoren zelf leest en bedenkt welke vragen ze erbij kan stellen. Voor Stichting Lezen, zegt Van Dalen, is het van belang dát peuter- en kleuterleidsters voorlezen en ze waar nodig ook te leren hoe je dat doet.

Bereik

Voorlezen en vrij lezen zouden vaste onderdelen van het curriculum moeten zijn op scholen. ‘Een docent aan de pabo las zijn studenten veel voor uit Juffrouw Kachel van Toon Tellegen. Later dook dat boek weer op op de literatuurlijsten van zijn studenten: horen lezen was zelf-lezen geworden.’ Van Dalen is realistisch. Zo’n bevlogen leraar is geweldig, maar niet iedereen komt uit bij Mulisch. Een derde van de kinderen houdt van lezen, een derde vindt het waarschijnlijk leuk maar moet nog geholpen worden het goede boek te vinden, een derde sport misschien liever. Wij willen alle kinderen bereiken en de kans geven om een lezer te worden. Als je bedenkt hoe lang lezen of voorlezen effect heeft: zelfs bij studenten maakt het nog uit. De student die fictie leest in zijn vrije tijd scoort beter dan de student die dat niet doet. Iedereen moet dus weten hoe belangrijk lezen en voorlezen thuis en op school van jongs af aan tot op latere leeftijd is, en hoe leuk en leerzaam. En daar zullen we in 2013 ruim ruchtbaarheid aan geven.’